MEMORIE VAN TOELICHTING (bewerkt)

Parlementaire behandeling:
- Kamerstukken II 1999-2000, 27 059, nr. 1-2 (koninklijke boodschap en voorstel van wet)
- Kamerstukken II 1999-2000, 27 059, nr. 3 (memorie van toelichting)
- Kamerstukken II 1999-2000, 27 059, nr. 4 (verslag)
- Handelingen II 1999-2000, blz. 4731
- Kamerstukken I 1999-2000, 27 059, nr. 223 (eindverslag)
- Handelingen I 1999-2000, blz. 1375

 

 

 

WET van 25 mei 2000, Stb. 2000, 238, houdende wijziging van de Wet voorzieningen gehandicapten in verband met een aanpassing van de definitie van het begrip woonvoorziening. Inwerkingtreding: 14 juni 2000.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, in verband met een gebleken onvolkomenheid in de definitie van het begrip woonvoorziening, wenselijk is de Wet voorzieningen gehandicapten aan te passen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I.  [MvT]
Artikel 1, eerste lid, van de Wet voorzieningen gehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Onderdeel c komt te luiden:
c. woonvoorziening: elke voorziening die verband houdt met een maatregel die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die een gehandicapte bij het normale gebruik van zijn woonruimte ondervindt, met dien verstande dat bij ingrepen van bouwkundige of woontechnische aard in of aan de woonruimte slechts dan een voorziening als woonvoorziening wordt aangemerkt, indien de voorziening:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.