MEMORIE VAN TOELICHTING (bewerkt)

Parlementaire behandeling:
- Kamerstukken II 1999-2000, 27 035, nr. A (advies RvS en nader rapport)
- Kamerstukken II 1999-2000, 27 035, nr. 1-2 (koninklijke boodschap en voorstel van wet)
- Kamerstukken II 1999-2000, 27 035, nr. 3 (memorie van toelichting)
- Kamerstukken II 1999-2000, 27 035, nr. 4 (verslag)
- Kamerstukken II 1999-2000, 27 035, nr. 5 (nota n.a.v. het verslag)
- Kamerstukken II 1999-2000, 27 035, nr. 6 (nota van wijziging)
- Kamerstukken II 1999-2000, 27 035, nr. 7 (amendement-Harrewijn)
- Kamerstukken II 1999-2000, 27 035, nr. 8 (amendement-Harrewijn)
- Kamerstukken II 1999-2000, 27 035, nr. 9 (motie-Noorman-den Uyl c.s.)
- Kamerstukken II 1999-2000, 27 035, nr. 10 (tweede nota van wijziging)
- Kamerstukken II 1999-2000, 27 035, nr. 11 (derde nota van wijziging)
- Handelingen II 1999-2000, blz. 5061-5074
- Handelingen II 1999-2000, blz. 5293-5294
- Kamerstukken I 1999-2000, 27 035, nr. 249 (gewijzigd voorstel van wet)
- Kamerstukken I 1999-2000, 27 035, nr. 249a (eindverslag)
- Handelingen I 1999-2000, blz. 1595

 

 

 

WET van 5 juli 2000, Stb. 2000, 299, tot wijziging van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars teneinde kunstenaars met een eigen woning niet langer van een beroep op de Wet inkomensvoorziening kunstenaars uit te sluiten. Inwerkingtreding: 11 oktober 2000 (Stb. 2000, 409).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij het in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de Wet inkomensvoorziening kunstenaars te wijzigen teneinde de toegang tot de Wet inkomensvoorziening kunstenaars voor een kunstenaar die over vermogen beschikt dat gebonden is in een door hem of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf te bevorderen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I.  [MvT]
De Wet inkomensvoorziening kunstenaars wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
1. De onderdelen a en b worden vervangen door:
a. inkomen: de in aanmerking te nemen middelen, bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 3, paragraaf 1 en 2, van de Algemene bijstandswet;
b. vermogen: de in aanmerking te nemen middelen, bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 3, paragraaf 1 en 3, van de Algemene bijstandswet, met uitzondering van het vermogen noodzakelijk voor de uitoefening van het beroep van kunstenaar;
2. Voor de tekst van het artikel wordt de aanduiding "-1." geplaatst, waarna een lid wordt toegevoegd, luidende:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.