MEMORIE VAN TOELICHTING (bewerkt)

Parlementaire behandeling:
- Kamerstukken II 2000-2001, 27 468, nr. A (advies RvS en nader rapport)
- Kamerstukken II 2000-2001, 27 468, nr. 1-2 (koninklijke boodschap en voorstel van wet)
- Kamerstukken II 2000-2001, 27 468, nr. 3 (memorie van toelichting)
- Kamerstukken II 2000-2001, 27 468, nr. 4 (verslag)
- Kamerstukken II 2000-2001, 27 468, nr. 5 (nota van verbetering)
- Kamerstukken II 2000-2001, 27 468, nr. 6 (nota n.a.v. het verslag)
- Kamerstukken II 2000-2001, 27 468, nr. 7 (nota van wijziging)
- Kamerstukken II 2000-2001, 27 468, nr. 8 (amendement-Bijleveld-Schouten)
- Kamerstukken II 2000-2001, 27 468, nr. 9 (amendement-Harrewijn)
- Kamerstukken II 2000-2001, 27 468, nr. 10 (amendement-Schimmel)
- Kamerstukken II 2000-2001, 27 468, nr. 11 (motie-Bijleveld-Schouten c.s.)
- Kamerstukken II 2000-2001, 27 468, nr. 12 (tweede nota van wijziging)
- Kamerstukken II 2000-2001, 27 468, nr. 13 (amendement-Smits)
- Kamerstukken II 2000-2001, 27 468, nr. 14 (amendement-Bijleveld-Schouten)
- Kamerstukken II 2000-2001, 27 468, nr. 15 (amendement-Smits)
- Kamerstukken II 2000-2001, 27 468, nr. 15 (verslag wetgevingsoverleg)
- Kamerstukken II 2003-2004, 27 468, nr. 16 (brief Staatssecretaris van SZW)
- Kamerstukken II 2004-2005, 27 468, nr. 17 (verslag schriftelijk overleg)
- Handelingen II 2000-2001, blz. 2223-2224
- Kamerstukken I 2000-2001, 27 468, nr. 122 (gewijzigd voorstel van wet)
- Kamerstukken I 2000-2001, 27 468, nr. 122a (voorlopig verslag)
- Kamerstukken I 2000-2001, 27 468, nr. 122b (memorie van antwoord)
- Kamerstukken I 2000-2001, 27 468, nr. 122c (nader voorlopig verslag)
- Kamerstukken I 2000-2001, 27 468, nr. 122d (nadere memorie van antwoord)
- Kamerstukken I 2000-2001, 27 468, nr. 122e (brief Staatssecretaris van SZW)
- Kamerstukken I 2000-2001, 27 468, nr. 122f (brief Staatssecretaris van SZW)
- Kamerstukken I 2000-2001, 27 468, nr. 122g (eindverslag)
- Kamerstukken I 2000-2001, 27 468, nr. 122h (brief Minister van VWS)
- Kamerstukken I 2001-2002, 27 468, nr. 43 (brief Staatssecretaris van SZW)
- Handelingen I 2000-2001, blz. 1312-1318

 

 

 

WET van 26 april 2001, Stb. 2001, 212, tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet en de Algemene nabestaandenwet inzake de vrijwillige verzekering en wijziging van artikel X van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen (Wet herziening vrijwillige verzekering AOW en Anw). Inwerkingtreding: 1 januari 2001.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de bepalingen inzake de vrijwillige verzekering krachtens de Algemene Ouderdomswet en de Algemene nabestaandenwet meer in overeenstemming te brengen met de oorspronkelijke doelstelling van de vrijwillige verzekering, te weten een verzekering van tijdelijke aard, en dat het wenselijk is het overgangsrecht met betrekking tot de uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten in het buitenland te herstellen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I. Wijziging van de Algemene Ouderdomswet  [MvT]
Hoofdstuk IV van de Algemene Ouderdomswet wordt vervangen door:
HOOFDSTUK IV. De vrijwillige verzekering
Art. 34. [MvT + bis]
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder gewezen verzekerde: degene wiens verplichte verzekering is geëindigd.
Art. 35. [MvT + bis]
-1. De gewezen verzekerde van 15 jaar of ouder kan zich, zolang hij de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt, vrijwillig verzekeren over een periode van maximaal tien jaar, met ingang van de dag na de dag waarop de verplichte verzekering is geëindigd. De eerste zin is alleen van toepassing indien de gewezen verzekerde direct voorafgaande aan de periode van vrijwillige verzekering ten minste één jaar verplicht verzekerd is geweest.
-2. Indien de periode van vrijwillige verzekering is onderbroken door een periode van verplichte verzekering korter dan één jaar, kan de gewezen verzekerde zich opnieuw vrijwillig verzekeren voor de resterende periode van de tien jaar.
-3. De periode van maximaal tien jaar, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op:
a. de gewezen verzekerde die in dienstbetrekking staat tot een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon dan wel uit anderen hoofde loon geniet van een zodanige rechtspersoon;
b. de gewezen verzekerde die is uitgezonden om werkzaamheden te verrichten voor door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister voor Ontwikkelingssamenwerking aan te wijzen organisaties voor ontwikkelingssamenwerking;
c. de gewezen verzekerde die werkzaam is bij een door Onze Minister, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan te wijzen volkenrechtelijke organisatie;
d. de gewezen verzekerde die werkzaamheden

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.