MEMORIE VAN TOELICHTING (bewerkt)
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG (bewerkt)

Parlementaire behandeling:
- Kamerstukken II 2000-2001, 27 826, nr. A (advies RvS en nader rapport)
- Kamerstukken II 2000-2001, 27 826, nr. 1-2 (koninklijke boodschap en voorstel van wet)
- Kamerstukken II 2000-2001, 27 826, nr. 3 (memorie van toelichting)
- Kamerstukken II 2001-2002, 27 826, nr. 4 (verslag)
- Kamerstukken II 2003-2004, 27 826, nr. 5 (nota n.a.v. het verslag)
- Kamerstukken II 2003-2004, 27 826, nr. 6 (nota van wijziging)
- Kamerstukken II 2003-2004, 27 826, nr. 7 (nader verslag)
- Kamerstukken II 2003-2004, 27 826, nr. 8 (nota n.a.v. het nader verslag)
- Handelingen II 2004-2005, blz. 428
- Kamerstukken I 2004-2005, 27 826, A (gewijzigd voorstel van wet)
- Kamerstukken I 2004-2005, 27 826, B (verslag)
- Kamerstukken I 2004-2005, 27 826, C (nota n.a.v. het verslag)
- Handelingen I 2004-2005, blz. 631-632

 

 

 

WET van 3 februari 2005, Stb. 2005, 65, tot wijziging van de artikelen 7:629 en 7:670 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 214 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek en van een aantal artikelen in enkele socialezekerheidswetten. Inwerkingtreding: 1 september 2005 (Stb. 2005, 206).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het in het licht van het arrest-Brown (C-394/96) van 30 juni 1998 van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen wenselijk is ter zake van de berekening van de termijn van twee jaar, genoemd in artikel 7:670, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, nadere regels te stellen en tevens de samentelregeling aan te passen in een aantal artikelen in het Burgerlijk Wetboek, de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek en in enkele socialezekerheidswetten;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I.  [MvTNnavhV]
Titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvTNnavhV]
Artikel 629, tiende lid, komt te luiden:
-10. Voor de toepassing van het eerste, tweede en negende lid worden perioden waarin de werknemer in verband met ongeschiktheid tengevolge van ziekte, zwangerschap of bevalling verhinderd is geweest zijn arbeid te verrichten, samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten als bedoeld in artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.
B. [MvTNnavhV]
Artikel 670 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid worden twee zinnen toegevoegd, luidende: Voor de berekening van de termijn, bedoeld in onderdeel a, worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschapsverlof en perioden van ongeschiktheid tijdens het zwangerschaps- of bevallingsverlof, bedoeld in artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, niet in aanmerking genomen. Voorts worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid, anders dan bedoeld in de vorige zin, samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.
2. In het elfde lid wordt na "het eerste lid" ingevoegd: , eerste zin,.

 

Art. II.  [MvTNnavhV]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvTNnavhV]
Artikel 19, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het slot van de eerste zin wordt een zinsnede toegevoegd, luidende: of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8 of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.
2. De tweede zin vervalt.
B. [MvTNnavhV]
Artikel 37, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.