MEMORIE VAN TOELICHTING (bewerkt)

Parlementaire behandeling:
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 1 (koninklijke boodschap)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 2 (voorstel van wet)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 3 (memorie van toelichting)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 4 (oorspronkelijke tekst VvW en MvT)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 5 (advies RvS en nader rapport)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 6 (verslag)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 7 (nota van verbetering)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 8 (brief Minister van VWS)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 9 (nota n.a.v. het verslag)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 10 (nota van wijziging)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 11 (amendement-Smits)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 12 (amendement-Kant)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 13 (amendement-Kant)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 14 (amendement-Van der Vlies)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 15 (amendement-Vendrik en Heemskerk)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 16 (brief Minister van VWS)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 17 (amendement-Kant)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 18 (amendement-Schippers c.s.)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 19 (gewijzigd amendement-Smits)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 20 (amendement-Van der Vlies en Kant)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 21 (motie-Heemskerk)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 22 (motie-Heemskerk)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 23 (motie-Heemskerk)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 24 (motie-Heemskerk)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 25 (motie-Smits c.s.)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 26 (motie-Kant c.s.)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 27 (motie-Kant en Vendrik)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 28 (motie-Kant c.s.)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 29 (motie-Vendrik c.s.)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 30 (motie-Omtzigt)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 31 (motie-Omtzigt)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 32 (motie-Omtzigt)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 33 (motie-Omtzigt)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 34 (brief Minister van VWS)
- Kamerstukken II 2004-2005, 30 124, nr. 35 (verslag wetgevingsoverleg)
- Handelingen II 2004-2005, blz. 5870-5896
- Handelingen II 2004-2005, blz. 6056-6057
- Kamerstukken I 2004-2005, 30 124, A (gewijzigd voorstel van wet)
- Kamerstukken I 2004-2005, 30 124, B (voorlopig verslag)
- Kamerstukken I 2004-2005, 30 124, C (memorie van antwoord)
- Kamerstukken I 2004-2005, 30 124, D (eindverslag)
- Kamerstukken I 2005-2006, 30 124, E (motie-Slagter-Roukema c.s.)
- Handelingen I 2005-2006, blz. 1-33
- Handelingen I 2005-2006, blz. 50-69
- Handelingen I 2005-2006, blz. 83-97
- Handelingen I 2005-2006, blz. 102-103

 

 

 

WET van 6 oktober 2005, Stb. 2005, 525, houdende invoering van de Zorgverzekeringswet en aanpassing van overige wetten aan die wet (Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet). Inwerkingtreding: 1 januari 2006 (Stb. 2005, 649).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de invoering van de Zorgverzekeringswet en enkele daarmee samenhangende onderwerpen te regelen, zulks onder intrekking van de Ziekenfondswet, de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 en de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden en onder aanpassing van diverse andere wetten;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  1

Definities

 

Art. 1.
In hoofdstuk 2, met uitzondering van de artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.4.1 en 2.4.2, hoofdstuk 3, artikelen 3.1.2 tot en met 3.1.7, en de hoofdstukken 4 en 5 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. College zorgverzekeringen: het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet;
c. College toezicht: het College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 77, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet;
d. College tarieven gezondheidszorg: het College tarieven gezondheidszorg, genoemd in artikel 18 van de Wet tarieven gezondheidszorg;
e. College bouw: het College bouw zorginstellingen, genoemd in artikel 19 van de Wet toelating zorginstellingen;
f. College sanering: het College sanering, genoemd in artikel 32 van de Wet toelating zorginstellingen;
g. verzekeraar: een verzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet;
h. zorgverzekeraar: een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet;
i. zorgverzekering: de verzekering, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet;
j. verzekeringsplichtige: de verzekeringsplichtige, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Zorgverzekeringswet;
k. inhoudingsplichtige: de inhoudingsplichtige, bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de Zorgverzekeringswet;
l. Ziekenfondswet: de Ziekenfondswet zoals die luidde onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van deze wet;
m. Algemene Kas: de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q van de Ziekenfondswet;
n. ziekenfonds: de rechtspersoon die onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van deze wet krachtens artikel 34 van de Ziekenfondswet was toegelaten om als ziekenfonds werkzaam te zijn.

 

 

HOOFDSTUK  2

Invoering van de Zorgverzekeringswet

 

§ 2.1.  Overgangsrecht Ziekenfondswet

 

Art. 2.1.1.
De Ziekenfondswet wordt ingetrokken.

 

Art. 2.1.2.
-1. Ten aanzien van aanspraken, rechten en verplichtingen welke bij of krachtens de Ziekenfondswet zijn ontstaan vóór het tijdstip van intrekking van die wet, dan wel na dat tijdstip zijn ontstaan ter zake van de afwikkeling van die wet, blijft het recht van toepassing zoals dat gold voorafgaand aan dat tijdstip, behoudens voor zover ter zake in deze wet afwijkende regels zijn gesteld.
-2. Ten aanzien van bezwaar en beroep tegen een besluit op grond van het bepaalde bij of krachtens deze paragraaf is het recht zoals dat gold voorafgaand aan het tijdstip van intrekking van de Ziekenfondswet van toepassing.
-3. Een rechtspersoon welke voorafgaand aan het tijdstip van intrekking van de Ziekenfondswet werkzaam was als ziekenfonds, dan wel zijn rechtsopvolger onder algemene titel, heeft de hoedanigheid van ziekenfonds ter zake van de afwikkeling van die wet.
-4. De bestuursorganen die op grond van het bepaalde bij of krachtens de Ziekenfondswet een taak hebben bij de uitvoering van die wet, dragen overeenkomstig de bepalingen van deze wet zorg voor een zorgvuldige afwikkeling van die taak.

 

Art. 2.1.3.
Het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a, eerste lid, van de Ziekenfondswet, wordt als rechtspersoon gehandhaafd en is het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet.

 

Art. 2.1.4.
Het College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1u, eerste lid, van de Ziekenfondswet, wordt als rechtspersoon gehandhaafd en is het College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 77, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet.

 

Art. 2.1.5.
-1. Personen en instellingen die ter zake van verleende zorg een vordering hebben op een verzekerde die aanspraak heeft op gehele of gedeeltelijke vergoeding van de kosten van die zorg door een ziekenfonds, zenden, op straffe van verval van hun vorderingsrecht, vóór 1 januari 2008 een nota aan de verzekerde.
-2. De aanspraak van een verzekerde jegens een ziekenfonds op vergoeding van de kosten van zorg, bedoeld in het eerste lid, vervalt indien het verzoek om vergoeding niet is gedaan vóór 1 april 2008.

 

Art. 2.1.6.
-1. In afwijking van hetgeen is overeengekomen, kunnen overeenkomsten als bedoeld in artikel 44 van de Ziekenfondswet door beide partijen met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste twee maanden worden opgezegd.
-2. Personen en instellingen die uit hoofde van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid jegens een ziekenfonds vorderingen hebben, zenden op straffe van verval van hun vorderingsrecht vóór 1 januari 2008 aan het ziekenfonds een nota met de voor het verlenen van zorg aan de verzekerden van het ziekenfonds in rekening te brengen bedragen, met inachtneming van de ter zake overeengekomen voorwaarden van administratieve aard.

 

Art. 2.1.7.
-1. Onverminderd de artikelen 43e en 43f van de Ziekenfondswet zenden de ziekenfondsen vóór 1 november 2008 aan het College zorgverzekeringen:
a. een eindverslag over de afwikkeling van de uitvoering van de Ziekenfondswet; en
b. een financieel verslag over de afwikkeling van de uitvoering van de Ziekenfondswet, dat vergezeld gaat van een verklaring van een accountant omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede van een rapport van de accountant over de ordelijkheid en controleerbaarheid van het gevoerde financiële beheer, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de beheerskosten en de kosten van verstrekkingen en vergoedingen.
-2. Vóór 1 juli 2009 verricht het College zorgverzekeringen de nadere vaststelling, bedoeld in artikel 19, vijfde lid, van de Ziekenfondswet, met betrekking tot de jaren vóór de intrekking van de Ziekenfondswet waarvoor zulks

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.