MEMORIE VAN TOELICHTING (bewerkt)

Parlementaire behandeling:
- Kamerstukken II 2009-2010, 32 165, nr. 1 (koninklijke boodschap)
- Kamerstukken II 2009-2010, 32 165, nr. 2 (voorstel van wet)
- Kamerstukken II 2009-2010, 32 165, nr. 3 (memorie van toelichting)
- Kamerstukken II 2009-2010, 32 165, nr. 4 (advies RvS en nader rapport)
- Kamerstukken II 2009-2010, 32 165, nr. 5 (brief Staatssecretaris van SZW)
- Kamerstukken II 2009-2010, 32 165, nr. 6 (verslag)
- Kamerstukken II 2009-2010, 32 165, nr. 7 (nota n.a.v. het verslag)
- Kamerstukken II 2009-2010, 32 165, nr. 8 (nota van wijziging)
- Kamerstukken II 2009-2010, 32 165, nr. 9 (brief Minister en Staatssecretaris van SZW)
- Kamerstukken II 2009-2010, 32 165, nr. 10 (motie-Lempens)
- Handelingen II 2009-2010, blz. 3933-3942
- Handelingen II 2009-2010, blz. 4116-4130
- Handelingen II 2009-2010, blz. 4172
- Kamerstukken I 2009-2010, 32 165, A (gewijzigd voorstel van wet)
- Kamerstukken I 2009-2010, 32 165, B (voorlopig verslag)
- Kamerstukken I 2009-2010, 32 165, C (memorie van antwoord)
- Kamerstukken I 2009-2010, 32 165, D (nader voorlopig verslag)
- Kamerstukken I 2009-2010, 32 165, E (nadere memorie van antwoord)
- Kamerstukken I 2009-2010, 32 165, F (eindverslag)
- Kamerstukken I 2010-2011, 32 165, G (brief Staatssecretaris van SZW)
- Kamerstukken I 2011-2012, 32 165, H (brief Staatssecretaris van SZW)
- Kamerstukken I 2012-2013, 32 165, I (brief Staatssecretaris van SZW)

- Handelingen I 2009-2010, blz. 1222-1228
- Handelingen I 2009-2010, blz. 1246-1254

 

 

 

WET van 20 mei 2010, Stb. 2010, 216, houdende tijdelijke regels voor een pilot ter bevordering van de participatie van personen met een arbeidsbeperking met behulp van loondispensatie (Tijdelijke wet pilot loondispensatie). Inwerkingtreding: 1 juni 2010 (Stb. 2010, 217). Vervalt met ingang van 1 januari 2013.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om een pilot mogelijk te maken met het oog op het onderzoeken van de mogelijkheid om met behulp van het instrument loondispensatie de participatie te bevorderen van personen met een arbeidsbeperking die daardoor niet in staat zijn het wettelijk minimumloon te verdienen;
     Zo is het dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In deze wet wordt verstaan onder:
a. arbeidsbeperking: het vanwege structurele lichamelijke, verstandelijke, psychische of psychosociale beperkingen niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel tot ten minste 20% daarvan;
b. college: het college van burgemeester en wethouders van een aan de pilot deelnemendecollege: het college van burgemeester en wethouders van een aan de pilot deelnemende gemeente;
c. kring: inwoners van een aan de pilot deelnemende gemeente die ten minste 23 jaar oud zijn en algemene bijstand ontvangen op grond van de Wet werk en bijstand, dan wel een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren of een uitkering op grond van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen socialezekerheidswet;
d. dienstbetrekking: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking;
e. doelgroep: personen uit de kring die blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking behoren tot de doelgroep van de Wet sociale werkvoorziening en die niet werkzaam zijn in een dienstbetrekking als bedoeld in de artikelen 2 en 7 van die wet, alsmede personen uit de kring van wie met toepassing van artikel 4, eerste lid, is vastgesteld dat zij een arbeidsbeperking hebben;
f. loonwaarde: door het college vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor de door een persoon met een arbeidsbeperking verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring die geen arbeidsbeperking heeft;
g. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
h. werknemer: persoon uit de doelgroep die een dienstbetrekking is aangegaan onder toepassing van artikel 7.

 

Art. 2. Doel pilot
In de periode vanaf de inwerkingtreding van deze wet tot de datum waarop deze vervalt, vindt, met het oog op het nemen van een gefundeerde beslissing over het al dan niet landelijk invoeren van het instrument loondispensatie voor mensen met een arbeidsbeperking, een pilot plaats waarmee wordt beoogd inzicht te verkrijgen in de mate waarin de inzet van het instrument, bedoeld in artikel 7, eerste lid, en de wijze waarop dit instrument wordt ingezet in combinatie met een aanvulling op de inkomsten uit arbeid in dienstbetrekking de arbeidsinschakeling van personen uit de doelgroep in een dienstbetrekking verhoogt, alsmede in daarmee samenhangende vraagstukken en eventuele onvoorziene neveneffecten.

 

Art. 3. Deelname gemeenten
Onze Minister kan op hun verzoek gemeenten aanwijzen die deelnemen aan de pilot.

 

Art. 4. Toegangstoets
-1. Het college kan met het oog op de toepassing van deze wet inwoners die behoren tot de kring en die niet blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking behoren tot de doelgroep van de Wet sociale werkvoorziening, verplichten mee te werken aan een onderzoek naar het al dan niet bestaan van een arbeidsbeperking.
-2. Indien op grond van

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.