blz. 1  

Kamerstukken II 2011-2012, 33 065

Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met aanpassing van de dienstverlening van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan werkgevers en werkzoekenden en de opheffing van de Raad voor werk en inkomen als publiekrechtelijke rechtspersoon met een wettelijke taak en van de Werkloosheidswet en enige andere wetten in verband met de beëindiging van de inzet van het re-integratiebudget Werkloosheidswet en van loonkostensubsidies

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Hoofdlijnen wetswijziging
2.1 Samenwerking tussen UWV en gemeenten
2.2 Digitale dienstverlening en landelijk systeem
2.3 Eindbeeld 2015
2.4 Beëindiging van de inzet re-integratiebudget WW en van loonkostensubsidies
2.5 Raad voor werk en inkomen
2.6 Gegevensverwerking
3 Ingewonnen adviezen en toetsen
4 Financiële effecten
5 Administratieve lasten
6 Ingangsdatum wetswijzigingen
xArtikelsgewijs
xxx| Artikelen I t/m VIII
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding

 
     De Nederlandse arbeidsmarkt bevindt zich op een omslagpunt. De jarenlange groei van de beroepsbevolking stopt de komende periode door ontgroening en vergrijzing. De vergrijzing zorgt voor een stijging van de vervangingsvraag enerzijds en een behoefte aan extra personeel in met name de zorgsector anderzijds. Dit betekent dat er concurrentie op de arbeidsmarkt ontstaat, die ertoe leidt dat werkgevers extra hun best moeten doen om goede werknemers te behouden, maar ook om de juiste arbeidskrachten te vinden om hun vacatures te vervullen. Dit biedt mogelijkheden voor groepen op de arbeidsmarkt die nog niet volwaardig participeren.

     De regering streeft naar een efficiënte werking van de arbeidsmarkt waarbij de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven vooropstaat. Het verkrijgen en behouden van betaald werk is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van mensen zelf. De overheid ondersteunt alleen de mensen die dat écht nodig hebben. Bij dat streven past een andere verhouding tussen de rollen en verantwoordelijkheden van overheid, burgers en bedrijven dan voorheen.

     De ambitie is daarbij om met minder middelen een vergelijkbaar niveau te bereiken. Het is daarom van belang de beschikbare middelen zo effectief en efficiënt mogelijk in te zetten. Een effectievere inzet van middelen is te bereiken door de beschikbare middelen uitsluitend in te zetten voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Werkloosheid ontstaat nagenoeg altijd wegens vraaguitval. Inzet van re-integratiemiddelen  blz. 2  neemt de vraaguitval niet weg, maar richt zich op het wegnemen van in de persoon gelegen belemmeringen. De regering is van mening dat zij die een uitkering ontvangen op grond van de Werkloosheidswet (WW) het meest kansrijk zijn binnen de groep werkzoekenden. WW-gerechtigden hebben in het algemeen recente werkervaring en hebben daarbij veelal geen in de persoon gelegen belemmeringen die werkhervatting in de weg staan. Inzet van re-integratiemiddelen is vanuit deze invalshoek voor WW-gerechtigden niet effectief. De regering zal daarom, conform het regeerakkoord (Kamerstukken II 2010-2011, 32 417, nr. 15), met ingang van

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.