MEMORIE VAN TOELICHTING (bewerkt)

Parlementaire behandeling:
- Kamerstukken II 2011-2012, 33 327, nr. 1 (koninklijke boodschap)
- Kamerstukken II 2011-2012, 33 327, nr. 2 (voorstel van wet)
- Kamerstukken II 2011-2012, 33 327, nr. 3 (memorie van toelichting)
- Kamerstukken II 2011-2012, 33 327, nr. 4 (advies RvS en nader rapport)
- Kamerstukken II 2011-2012, 33 327, nr. 5 (verslag)
- Kamerstukken II 2012-2013, 33 327, nr. 6 (nota n.a.v. het verslag)
- Kamerstukken II 2012-2013, 33 327, nr. 7 (nota van wijziging)
- Kamerstukken II 2012-2013, 33 327, nr. 8 (tweede nota van wijziging)
- Kamerstukken II 2012-2013, 33 327, nr. 9 (amendement-Ulenbelt)
- Kamerstukken II 2012-2013, 33 327, nr. 10 (derde nota van wijziging)
- Kamerstukken II 2012-2013, 33 327, nr. 11 (motie-Weyenberg en Heerma)
- Kamerstukken II 2012-2013, 33 327, nr. 12 (motie-Heerma)
- Kamerstukken II 2012-2013, 33 327, nr. 13 (motie-Karabulut en Ulenbelt)
- Kamerstukken II 2012-2013, 33 327, nr. 14 (amendement-Heerma c.s.)
- Kamerstukken II 2012-2013, 33 327, nr. 15 (brief Staatssecretaris van SZW)
- Kamerstukken II 2012-2013, 33 327, nr. 16 (gewijzigde motie-Heerma)
- Kamerstukken II 2012-2013, 33 327, nr. 17 (brief Minister van SZW)

- Handelingen II 2012-2013, nr. 13, item 16
- Handelingen II 2012-2013, nr. 16, item 7
- Kamerstukken I 2012-2013, 33 327, A (gewijzigd voorstel van wet)
- Kamerstukken I 2012-2013, 33 327, B (voorlopig verslag)
- Kamerstukken I 2012-2013, 33 327, C (memorie van antwoord)
- Kamerstukken I 2012-2013, 33 327, D (verslag)
- Kamerstukken I 2012-2013, 33 327, E (nota n.a.v. het verslag)
- Kamerstukken I 2012-2013, 33 327, F (motie-Elzinga c.s.)
- Kamerstukken I 2012-2013, 33 327, G (verslag schriftelijk overleg)
- Kamerstukken I 2013-2014, 33 327, H (brief Staatssecretaris van SZW)
- Kamerstukken I 2013-2014, 33 327, I (verslag schriftelijk overleg)
- Handelingen I 2012-2013, nr. 11, item 6
- Handelingen I 2012-2013, nr. 12, item 15

 

 

 

WET van 20 december 2012, Stb. 2012, 675, tot wijziging van verschillende wetten in verband met de vereenvoudiging van de uitvoering van deze wetten door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Wet vereenvoudiging regelingen UWV). Inwerkingtreding: 1 januari 2013 (Stb. 2012, 676).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om een aantal socialezekerheidswetten te vereenvoudigen om zo de kosten gemoeid met de uitvoering te verlagen en tegelijkertijd de transparantie, de doelmatigheid en de eigen verantwoordelijkheid voor de burger te vergroten;
     Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I. Wijziging van de Werkloosheidswet ¹
A. [MvT]
Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel n ¹* door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
o.¹* inkomen uit arbeid: loon als bedoeld in artikel 14, met dien verstande dat niet tot het inkomen uit arbeid worden gerekend:
1º. uitkeringen op grond van een werknemersverzekering en de Wet arbeid en zorg of wachtgeld als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, tweede zin, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet en de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat;
2º. hetgeen wordt genoten op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede hetgeen door de werknemer met een publiekrechtelijke dienstbetrekking wordt genoten op grond van naar aard en strekking met artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek overeenkomstige regelingen, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet en de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat;
3º. het voordeel van het voor privédoeleinden ter beschikking stellen van een auto, bedoeld in artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964;
4º. een uitkering ingevolge een voorziening op grond van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964.
B. [MvT]
Na artikel 1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 1a.
-1. Onder arbeidsuur wordt in deze wet verstaan:
a. uur waarover een werknemer inkomen uit arbeid heeft ontvangen; of
b. uur waarover een werknemer recht heeft op inkomen uit arbeid.
-2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld waarbij:
a. uren worden gelijkgesteld met een arbeidsuur als bedoeld in het eerste lid;
b. arbeidsuren als bedoeld in het eerste lid niet als arbeidsuren worden aangemerkt;
c. vastgesteld wordt welke in het kader van een dienstbetrekking ontvangen bedragen in aanmerking komen voor omrekening naar arbeidsuren en hoeveel arbeidsuren deze bedragen vertegenwoordigen.
C. [MvT + bis + bis]
Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:
a. in een kalenderweek ten minste vijf arbeidsuren minder heeft dan zijn gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek of een aantal arbeidsuren heeft dat ten hoogste gelijk is aan de helft van zijn gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek; en.
2. Het tweede lid komt te luiden:
-2. Onder het in het eerste lid bedoelde gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek wordt verstaan het gemiddeld aantal arbeidsuren in de 26 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan de kalenderweek, bedoeld in het eerste lid. Indien de werknemer ten opzichte van zijn gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek minder dan vijf arbeidsuren heeft verloren, wordt bij de bepaling van het gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek, bedoeld in de eerste zin, mede in aanmerking genomen het aantal uren waarover de werknemer in de 26 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan de kalenderweek, bedoeld in het eerste lid, gemiddeld per week werkzaamheden heeft verricht uit hoofde waarvan hij niet als werknemer wordt beschouwd. Voor de vaststelling van de periode van 26 kalenderweken, bedoeld in de eerste en tweede zin, worden kalenderweken, tot een maximum van 78 kalenderweken, waarin de werknemer onbetaald verlof heeft genoten, niet in aanmerking genomen, tenzij dit leidt tot een lager gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek dan wanneer die kalenderweken wel in aanmerking zouden worden genomen.
3. Het derde en vierde lid vervallen, onder vernummering van het vijfde lid tot derde lid.
4. In het derde lid (nieuw), onderdeel a en b, wordt "aantal gewerkte arbeidsuren" vervangen door: gemiddeld aantal arbeidsuren.
5. Het zesde en zevende lid vervallen, onder vernummering van het achtste tot en met het elfde lid tot vierde tot en met zevende lid.
6. Het vijfde lid (nieuw) komt te luiden:
-5. In afwijking van het eerste lid is gedurende de periode dat de voor de werknemer rechtens geldende opzegtermijn langer duurt dan de opzegtermijn, bedoeld in artikel 64, eerste lid, onderdeel b, tevens werkloos de werknemer waarvan de werkgever het loon niet voldoet omdat hij verkeert in een toestand als bedoeld in artikel 61.
7. Het zesde lid (nieuw) wordt "wordt onder de in het eerste lid bedoelde arbeidsuren per kalenderweek verstaan" vervangen door "wordt onder het in het tweede lid bedoelde gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek verstaan" en wordt "een hoger aantal uren" vervangen door: een hoger aantal arbeidsuren.
D. [MvT]
Artikel 16a wordt als volgt gewijzigd:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.