blz. 1  

Kamerstukken II 2013-2014, 33 932

Wijziging van de Wet werk en bijstand en enige andere wetten in verband met het verstrekken van een koopkrachttegemoetkoming aan lage inkomens (Wet koopkrachttegemoetkoming lage inkomens)

 

 

Nr. 3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Eenmalige koopkrachttegemoetkoming 2014
3 Juridische vormgeving in de Wwb
4 Relatie met andere regelingen
5 Uitvoering
6 Financiële gevolgen
6.1 Uitvoeringskosten
6.2 Administratieve lasten
7 Ontvangen commentaren
xArtikelsgewijs
xxx| Artikelen I t/m VII

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     De regering staat voor de zware taak om de overheidsfinanciën op orde te brengen. Hierbij is het onvermijdelijk dat er offers worden gevraagd die gevolgen hebben voor de inkomenspositie van mensen, zowel in de hogere als de lagere inkomensgroepen. Bij de invoering van de noodzakelijke maatregelen om de overheidsfinanciën op orde te brengen, heeft de regering oog voor de inkomenseffecten. De regering beziet jaarlijks in de begroting integraal de effecten van alle kabinetsmaatregelen en treft zo nodig maatregelen om ongewenste effecten te voorkomen. De zorg en verantwoordelijkheid van de regering is om een evenwichtig en acceptabel koopkrachtbeeld te presenteren.

 

2. Eenmalige koopkrachttegemoetkoming 2014


     In augustus 2013 heeft de regering besloten tot een eenmalige extra uitkering voor minima in 2014 om het koopkrachtbeeld meer in evenwicht te krijgen. Het koopkrachtbeeld voor 2014, zoals deze toentertijd in de Macro Economische Verkenning 2014 was geraamd, werd aanvankelijk niet evenwichtig bevonden, omdat de koopkrachtontwikkeling minima - in het bijzonder sociale minima - achterbleef. In de Macro Economische Verkenning 2014 van het Centraal Planbureau (CPB) werd de koopkrachtontwikkeling voor uitkeringsgerechtigden geraamd op -½%, terwijl de koopkracht van werkenden in 2014 constant zou blijven. Ook de laatste raming van het CPB - het Centraal Economisch Plan 2014 - laat zien dat de koopkrachtontwikkeling van uitkeringsgerechtigden (+¾%) in 2014 achterblijft bij die van werkenden (+2%).

     De maatregelen uit het Zesmiljardpakket ¹ hebben - ook na het Begrotingsakkoord 2014 ² - gevolgen voor de koopkracht van sociale minima in 2014. Het inkomensbeeld voor 2014 wordt daarin onder andere door een  blz. 2  eenmalige extra uitkering in 2014 voor sociale minima meer in evenwicht gebracht. Het kabinet heeft in de begroting 2014 een bedrag van €|70 miljoen gereserveerd voor een eenmalige koopkrachttegemoetkoming voor de laagste inkomensgroepen.³

1. Kamerstukken II 2013-2014, 33 750, nr. 1.
2. Kamerstukken II 2013-2014, 33 750, nr. 19.
3. Kamerstukken II 2013-2014, 33 750 XV, nr. 2.

     De regering is voornemens de doelgroep van de koopkrachttegemoetkoming 2014 niet te beperken tot alleen uitkeringsgerechtigden. De koopkrachttegemoetkoming 2014 is bedoeld voor zelfstandige huishoudens waarvan de belanghebbende 21 jaar of ouder is en een inkomen heeft tot ten hoogste 110% van het sociaal minimum, ongeacht de bron van het inkomen. Om recht te doen aan de beleidsruimte van gemeenten is gekozen voor een uitwerking die bestaat uit een recht op een koopkrachttegemoetkoming voor bijstandsgerechtigden in combinatie met een bevoegdheid voor gemeenten om huishoudens met een inkomen tot ten hoogste 110% van het sociaal minimum een koopkrachttegemoetkoming te verstrekken. Gemeenten hebben op die wijze beleidsruimte om aansluiting te zoeken bij het lokale minimabeleid. Het zal daarbij gaan om een koopkrachttegemoetkoming van

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.