blz. 1 

Kamerstukken II 2014-2015, 34 083

Wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Wet op de loonbelasting 1964 en de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in verband met de versnelling van de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd

 

 

Nr. 3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Noodzaak versnelde verhoging pensioenleeftijd
3 Hoofdlijnen van het wetsvoorstel
4 Ontvangen commentaren
5 Financiële paragraaf
5.1 Gevolgen uitkeringslasten
5.2 Inkomenseffecten
5.3 Gevolgen uitvoeringskosten
5.4 Administratieve lasten
xArtikelsgewijs
xxx| Artikelen I t/m IV

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


    In het Regeerakkoord "Bruggen slaan" is opgenomen dat de AOW-leeftijd vanaf 2016 geleidelijk wordt verhoogd naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021 en vervolgens gekoppeld aan de stijging van de levensverwachting.¹ Daarmee wordt na 2015 een versnelling aangebracht in het tempo waarmee de AOW-leeftijd wordt verhoogd als gevolg van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd (Wet VAP).²

1. Kamerstukken II 2012-2013, 33 410, nr. 15, blz. 9.
2. Stb. 2012, 328, zie voor de parlementaire behandeling Kamerstukken II 2011-2012, 33 290.

     Het voorliggende wetsvoorstel voorziet in de uitwerking van de in het regeerakkoord gemaakte afspraak dat de AOW-leeftijd vanaf 2016 versneld wordt verhoogd. Voorts wordt vanaf 2022 de AOW-leeftijd op gezette tijden aangepast aan de stijging van de gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd in stappen van drie maanden per jaar.

     In relatie hiermee is in het regeerakkoord als overgangsmaatregel aangekondigd dat er een overbruggingsuitkering komt voor mensen die per 1 januari 2013 reeds deelnemen aan een VUT- of prepensioenregeling en zich niet hebben kunnen voorbereiden op de versnelde AOW-leeftijdsverhoging.

     In lijn met deze versnelde verhoging van de AOW-leeftijd wordt ook de mogelijkheid aangepast om in de tweede pijler onder bepaalde voorwaarden in aanvulling op het ouderdomspensioen een fiscaal gefaciliteerd deelnemingsjarenpensioen op te bouwen. Daarnaast zal de naam van dit sinds 1 januari 2014 als "401/6-deelnemingsjarenpensioen" aangeduide pensioen worden gewijzigd in "deelnemingsjarenpensioen".

 

2. Noodzaak versnelde verhoging pensioenleeftijd


     Het Nederlandse stelsel van voorzieningen, sociale zekerheid en zorg is breed van opzet en opgebouwd in een periode van economische en demografische groei. Zowel het grote aantal betalenden als de groeiende welvaart maakten de ontwikkeling van steeds betere voorzieningen mogelijk. Met de Algemene Ouderdomswet (AOW) kent Nederland een oudedagsvoorziening die vrijwel iedere ingezetene die de voor hem geldende AOW-leeftijd heeft bereikt het sociaal minimum garandeert. Mede dankzij deze basisvoorziening behoort de armoede onder ouderen in Nederland tot de laagste in Europa. De betaalbaarheid van dit stelsel komt echter steeds meer onder druk te staan als gevolg van de huidige aanhoudende economische crisis en demografische ontwikkelingen, zoals vergrijzing en ontgroening.

     De afgelopen jaren is een brede overeenstemming ontstaan over de noodzaak van een verhoging van de AOW- en pensioenleeftijd. Dit heeft ertoe geleid dat begin 2009 het besluit is genomen om de AOW-leeftijd te verhogen naar 67 jaar. Ook in het op 10 juni 2011 bereikte pensioenakkoord met sociale partners is onderkend dat de vergrijzing en de toenemende levensverwachting noodzaken tot een verhoging van de AOW-leeftijd en een koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting.¹ Op 12 oktober 2011 werd het wetsvoorstel ingediend waarmee de AOW-leeftijd in 2020 naar 66 jaar zou gaan en vervolgens als gevolg van de koppeling aan de levensverwachting in 2025 naar 67 jaar.²

1. Kamerstukken II 2010-2011, 30 413, nr. 157.
2. Kamerstukken II 2011-2012, 33 046.


Economische crisis en de overheidsfinanciën

     Door de economische crisis en de oplopende begrotingstekorten is de betaalbaarheid van de AOW op middellange termijn onder druk komen te staan en moest in 2012 geconcludeerd worden dat wachten met de noodzakelijke verhoging van de pensioenleeftijd niet langer verantwoord was. Dit noopte in 2012 tot het besluit om de AOW-leeftijd verder te verhogen.¹ In het kader van het overgangsrecht is de overgang daarbij vormgegeven door vanaf 2013 geleidelijk te verhogen tot 66 jaar in 2019 en 67 jaar in 2023. Daarna volgt in 2024 de koppeling aan de levensverwachting.

1. Kamerstukken II 2011-2012, 33 290.

     De toestand van de overheidsfinanciën is door de economische crisis echter verder verslechterd. Als gevolg van de economische teruggang en de vergrijzing groeien de socialezekerheidsuitgaven momenteel harder dan het BBP en is sprake van aanhoudende overheidstekorten en een oplopende overheidsschuld. Het aantal AOW-uitkeringen neemt toe en onder invloed van een stijgende werkloze beroepsbevolking is ook het aantal werkloosheids- en bijstandsuitkeringen toegenomen. Deze omstandigheden vragen om het sneller doorvoeren van structurele hervormingen die de Nederlandse economie en arbeidsmarkt versterken en de schatkist op orde brengen. Het CPB [Centraal Planbureau, red.] concludeert in haar laatste houdbaarheidsstudie ¹ dat de overheidsfinanciën op lange termijn houdbaar zijn, met name door de koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting. Dit neemt niet weg dat de uitgaven aan AOW op de middellange termijn sterk toenemen als gevolg van de vergrijzing en de stijgende levensverwachting.

1. CPB, 3 juli 2014, "Minder zorg om vergrijzing".

     In het Regeerakkoord "Bruggen slaan" heeft het kabinet in dit perspectief opnieuw de afweging gemaakt tussen de urgentie van de budgettaire problematiek en de rechtszekerheid voor mensen die vlak voor hun pensioen staan. De problemen zijn echter zo omvangrijk en acuut dat ook van deze groep een bijdrage mag worden verwacht. In dit wetsvoorstel wordt dan ook voorgesteld de verhoging van de AOW-leeftijd te versnellen volgens onderstaande tabel.

Tabel 1. Verhoging AOW-leeftijd in maanden:

  2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021
Huidige wet 1 2 3 5 7 x9 12 15 18
Regeerakkoord 1 2 3 6 9 12 16 20 24

 

Vergrijzing en ontgroening

     In de komende jaren versterken de demografische gevolgen van de naoorlogse geboortegolf en de forse daling van de bevolkingsgroei sinds het eind van de jaren zestig elkaar. Onder invloed van ontgroening neemt de beroepsbevolking vanaf 2010 af, terwijl het aantal 65-plussers naar verhouding snel toeneemt. De vergrijzing noopt tot een nieuwe kijk op de arbeidsmarkt. De krimp van de beroepsbevolking en de toename van het aantal 65-plussers maken langer doorwerken noodzakelijk. Alleen zo kan, ook voor toekomstige generaties, het draagvlak voor de AOW worden veiliggesteld. De groei van het aantal ouderen zorgt ervoor dat de kosten van de AOW sterk zullen stijgen.

     Daarnaast stijgt de levensverwachting: elke generatie leeft langer dan de vorige. Sinds de invoering van de AOW in de jaren vijftig zijn gepensioneerden vijf jaar langer blijven leven, zonder dat de AOW-leeftijd werd verhoogd. Tussen nu en 2040 zal de levensverwachting nog verder toenemen. Mensen leven langer en krijgen dus steeds langer AOW.

Grafiek 1. Ontwikkeling resterende levensverwachting bij 65 jaar:

PM

Bron: SZW op basis van CBS-bevolkingsprognose [CBS: Centraal bureau voor de statistiek, red.] december 2012.

 

3. Hoofdlijnen van het wetsvoorstel


Versnelde verhoging van de AOW-leeftijd

     In het regeerakkoord is afgesproken

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.