MEMORIE VAN TOELICHTING (bewerkt)

Parlementaire behandeling:
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 1 (koninklijke boodschap)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 2 (voorstel van wet)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 3 (memorie van toelichting)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 4 (advies RvS en nader rapport)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 5 (verslag)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 6 (nota n.a.v. het verslag)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 7 (nota van wijziging)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 8 (amendement-Ulenbelt)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 9 (gewijzigd amendement-Ulenbelt)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 10 (amendement-Van Weyenberg en Anne Mulder)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 11 (amendement-Dijkgraaf)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 12 (amendement-Schouten en Vermeij)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 13 (gewijzigd amendement-Dijkgraaf)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 14 (amendement-Krol)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 15 (motie-Klein)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 16 (motie-Klein)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 17 (motie-Klein)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 18 (motie-Krol)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 19 (gewijzigd amendement-Schouten en Vermeij)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 20 (gewijzigd amendement-Van Weyenberg en Anne Mulder)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 21 (gewijzigd amendement-Krol)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 22 (gewijzigde motie-Klein)
- Kamerstukken II 2014-2015, 34 073, nr. 23 (brief Minister van SZW)
- Handelingen II 2014-2015, nr. 63, item 4
- Handelingen II 2014-2015, nr. 64, item 16
- Handelingen II 2014-2015, nr. 64, item 17
- Handelingen II 2014-2015, nr. 72, item 18
- Kamerstukken I 2014-2015, 34 073, A (gewijzigd voorstel van wet)
- Kamerstukken I 2014-2015, 34 073, B (herdruk) (voorlopig verslag)
- Kamerstukken I 2014-2015, 34 073, C (memorie van antwoord)
- Kamerstukken I 2014-2015, 34 073, D (eindverslag)
- Handelingen I 2015-2016, nr. 1, item 3, herdruk
- Handelingen I 2015-2016, nr. 1, item 10 herdruk
- Handelingen I 2015-2016, nr. 2, item 5

 

 

WET van 30 september 2015, Stb. 2015, 376, tot aanpassing van enige arbeidsrechtelijke bepalingen die een belemmering kunnen vormen voor werknemers en ambtenaren die na de AOW-gerechtigde leeftijd willen blijven werken (Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd). Inwerkingtreding: 1 januari 2016 (Stb. 2015, 377)

 

WIJ WILLEM-ALEXANDER, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enige arbeidsrechtelijke belemmeringen voor het werken na de AOW-gerechtigde leeftijd weg te nemen en tevens het risico op verdringing van nog niet AOW-gerechtigde werknemers en ambtenaren te beperken;
     Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I. Wijzigingen van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek  [MvT]
Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 629 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid komt te luiden:
-2. In afwijking van lid 1 geldt het in dat lid bedoelde recht voor een tijdvak van zes weken voor de werknemer die:
a. doorgaans op minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de natuurlijke persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat; of
b. de in artikel 7, onderdeel a,¹ van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt.
Indien de ongeschiktheid wegens ziekte een aanvang heeft genomen vóór de datum waarop de werknemer de in onderdeel b bedoelde leeftijd heeft bereikt, geldt vanaf die datum de in dit lid genoemde termijn, voor zover het totale tijdvak niet meer bedraagt dan 104 weken.
2. In het dertiende lid wordt "lid 2" vervangen door: lid 2, aanhef en onder a,.
B. [MvT]
Artikel 658a wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid, tweede zin, wordt, onder vervanging van de punt door een komma, toegevoegd: tenzij de werknemer de in artikel 7, onderdeel a,¹ van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt.
2. Aan het derde lid, eerste zin, wordt, onder vervanging van de punt door een komma, toegevoegd: tenzij de werknemer de in artikel 7, onderdeel a,¹ van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt.
C. [MvT]
Artikel 660a wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding "-1." geplaatst.
2. Er wordt een tweede lid toegevoegd, luidende:
-2. Lid 1, aanhef en onder b, is niet van toepassing op de werknemer die de in artikel 7, onderdeel a,¹ van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt.
D. [MvT]
Aan artikel 668a wordt een lid toegevoegd, luidende:
-12. De periode, bedoeld in lid 1, onderdeel a, wordt verlengd tot ten hoogste 48 maanden, en het aantal, bedoeld in lid 1, onderdeel b, bedraagt ten hoogste zes, indien het betreft een arbeidsovereenkomst met een werknemer die de in artikel 7, onderdeel a,¹ van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt. Voor de vaststelling of de in dit lid bedoelde periode of het bedoelde aantal arbeidsovereenkomsten is overschreden, worden alleen arbeidsovereenkomsten in aanmerking genomen die zijn aangegaan na het bereiken van de in artikel 7, onderdeel a,¹ van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd.
E. [MvT]
Artikel 669 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid, onderdeel b en c, wordt "26 weken" vervangen door: 26 weken, of bij een werknemer die de in artikel 7, onderdeel a,¹ van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt, zes weken,.
2. In het vierde lid wordt "artikel 7a, lid 1, van de Algemene Ouderdomswet" vervangen door: artikel 7, onderdeel a,¹ van de Algemene Ouderdomswet.
F. [MvT]
Artikel 670, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel a komt te luiden:
a. ten minste twee jaren heeft geduurd, dan wel zes weken voor de werknemer die de in artikel 7, onderdeel a,¹ van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd heeft bereikt; of.
2. Na onderdeel b wordt voor de daaropvolgende zinnen ingevoegd: Indien de ongeschiktheid wegens ziekte een aanvang heeft genomen vóór de datum waarop de werknemer de in onderdeel a bedoelde leeftijd heeft bereikt, geldt vanaf die datum de in dat onderdeel genoemde termijn van zes weken, voor zover het totale tijdvak gedurende welke de werkgever niet kan opzeggen niet meer bedraagt dan twee jaren.
G. [MvT]
Artikel 672 wordt als volgt gewijzigd:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.