blz. 1 

Kamerstukken II 2014-2015, 34 203

Wijziging van de Zorgverzekeringswet en andere wetten in verband met de overgang van een aantal taken van het Zorginstituut Nederland naar het CAK

 

 

Nr. 3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Voorstel taakherschikking Zorginstituut en CAK
3 De van het Zorginstituut naar het CAK over te hevelen taken
3.1 Maatregelen gericht op verzekering van onverzekerde verzekeringsplichtigen
3.2 Maatregelen gericht op wanbetalers
3.3 Verdragsbijdrage van de verdragsgerechtigden
3.4 Regeling voor gemoedsbezwaarden
3.5 Overgangsregelingen
4 Ingang tijdstip taakoverheveling
5 Verwerking persoonsgegevens
6 Administratieve lasten voor het bedrijfsleven en de burger
7 Gevolgen voor de rijksbegroting en exploitatiesaldo Zfv
xArtikelsgewijs
xxx| Artikelen I t/m XIV

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


Aanleiding

     Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) wordt als ministerie omringd door een groot aantal organisaties dat een bijdrage levert aan de uitvoering, toezicht en beleidsontwikkeling in het zorgstelsel. Een aantal van die organisaties is zelfstandig bestuursorgaan met een eigen rechtspersoonlijkheid en maakt daardoor geen onderdeel uit van de rechtspersoon Staat der Nederlanden en daarmee ook niet van VWS. Voorbeelden van dergelijke zelfstandige bestuursorganen zijn de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), het CAK en het Zorginstituut Nederland (Zorginstituut). De taken van de zelfstandige bestuursorganen van VWS variëren van toezicht tot advisering en uitvoering. Bij de inwerkingtreding van de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn nieuwe taken ontstaan en gepositioneerd bij deze zelfstandige bestuursorganen. Het takenpakket van deze zelfstandige bestuursorganen heeft zich ten dele incrementeel ontwikkeld, waarbij anno 2014 niet altijd de meest logische verdeling van taken meer bestaat. Om deze reden wordt een overheveling van taken van het Zorginstituut naar het CAK voorgesteld, zoals in de toelichting op de begroting van het ministerie van VWS voor 2014 is gemeld.¹

1. Kamerstukken II 2013-2014, 33 750 XVI, nr. 2, blz. 78.


Zorginstituut en CAK

     Het Zorginstituut kent een verscheidenheid van taken gericht op het vaststellen van goede zorg (kwaliteit), advisering over het verzekerde pakket, beheer van het Fonds langdurige zorg (Flz) en het Zorgverzekeringsfonds (Zvf) en de uitvoering van regelingen voor specifieke groepen burgers: verzekeringsplichtige onverzekerden, gemoedsbezwaarden,  blz. 2  missionarissen, wanbetalers en de verdragsgerechtigden; de zogenoemde burgerregelingen.
     Sinds 1 april 2014 heeft het Zorginstituut er een aantal nieuwe taken op het gebied van kwaliteit, innovatie en zorgberoepen en opleidingen bij gekregen.
     De aandacht is daardoor primair gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland. Daarnaast voert het Zorginstituut ook een regeling uit die gerelateerd is aan de vorengenoemde burgerregelingen. Het betreft de verstrekking van bijdragen aan zorgverzekeraars voor verzekerden die een bestuursrechtelijke premie aan dat instituut en geen premie aan hun zorgverzekeraar betalen.

     De genoemde burgerregelingen en de extra bijdrage voor zorgverzekeraars voor verzekerden die een bestuursrechtelijke premie betalen, zijn typische uitvoeringsregelingen met veelvuldig klantcontact en forse ICT-ondersteuning en sluiten niet meer aan bij de overige (nieuwe) werkzaamheden van het Zorginstituut.
     Ook ontbreken er schaalvoordelen die bij de uitvoering van dergelijke administratieve werkzaamheden behaald kunnen worden. Tot slot heeft de burger op dit moment te maken met verschillende uitvoeringsorganisaties en ontbreekt één helder aanspreekpunt in de zorg.

     Het CAK heeft als organisatie veel ervaring met de uitvoering van regelingen voor burgers. Het CAK werkt continu met regelingen voor grote doelgroepen, bijbehorende ICT-systemen en veelvuldige contacten met burgers. Bekende voorbeelden van burgerregelingen die het CAK reeds uitvoert, zijn de heffing en inning van de eigen bijdragen voor de Wet langdurige zorg (Wlz) en van de eigen bijdragen voor de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).

 

2. Voorstel taakherschikking Zorginstituut en CAK


     VWS heeft, gezien het voorgaande, met het Zorginstituut en het CAK overleg gevoerd om een andere ordening aan te brengen in de diffuse taakverdeling bij die zelfstandige bestuursorganen. Dit heeft geleid tot een voorstel om de eerdergenoemde burgerregelingen en de twee daaraan gerelateerde regelingen onder te brengen bij het CAK. De beide organisaties stemmen in met het voorstel. Het CAK kan zich daarmee verder gaan ontwikkelen tot het administratieve loket van de zorg. Hierdoor is de verwachting dat een nog hoger serviceniveau voor de burger haalbaar is en dat de uitvoering door schaalvoordelen nog doelmatiger kan. Door bundeling van deze taken kunnen informatiestromen naar burgers worden geclusterd en processen beter op elkaar worden aangesloten.

     Door de overheveling van de eerdergenoemde burgerregelingen en de verlening van de extra bijdrage aan zorgverzekeraars voor verzekerden die een bestuursrechtelijke premie betalen, daalt voor het ministerie van VWS de complexiteit in de sturing van en het toezicht op deze organisaties. Hiermee zijn ook deze organisaties gebaat.

     Dit wetsvoorstel zorgt voor de benodigde wijzigingen van formele wetten om de voorgenomen taakherschikking te realiseren. Het wetsvoorstel moet bijdragen aan een meer logische ordening van taken per organisatie. De uitvoering moet minstens het niveau behouden dat het had en bezien moet worden of er verbeteringen mogelijk zijn. Eén administratief loket in de zorg moet de uitvoering voor de burger in ieder geval overzichtelijker maken. Eventuele investeringen die gedaan worden, dienen afgewogen te worden ten opzichte van de verbeteringen die worden behaald voor de burger. Het streven is immers ook om de uitvoering waar mogelijk op termijn doelmatiger te maken.

      blz. 3  Het wetsvoorstel bevat naast de taakoverheveling geen inhoudelijke wijzigingen van de regelingen voor zorgverzekeraars en burgers. Voor de volledigheid worden de over te hevelen taken hieronder kort belicht.

 

3. De van het Zorginstituut naar het CAK over te hevelen taken


3.1. Maatregelen gericht op verzekering van onverzekerde verzekeringsplichtigen


     Iedereen die verzekerd is voor de Wlz is in principe verzekeringsplichtig voor de Zvw. Als een verzekeringsplichtige zich niet heeft verzekerd, wordt hij door bestandsvergelijking opgespoord. Als een verzekeringsplichtige zich na herhaaldelijk aanschrijven en boeteoplegging door het Zorginstituut niet heeft verzekerd, wordt hij ambtshalve bij een verzekeraar ondergebracht en wordt gedurende één jaar bestuursrechtelijke premie geheven en geïnd door het Zorginstituut. De Sociale verzekeringsbank (SVB) stelt in opdracht van het Zorginstituut een bestand op van onverzekerde verzekeringsplichtigen. Die zelfstandige bestuursorganen hebben daarvoor een bewerkersovereenkomst gesloten. De SVB zal ook na de taakoverheveling het bestand van onverzekerde verzekeringsplichtigen opstellen. De werkzaamheden van het SVB wijzigen met uitzondering van de verandering van de opdrachtgever niet. De SVB zal hiervoor met het CAK een bewerkersovereenkomst sluiten. De SVB en het Zorginstituut zullen hun overeenkomst voor het opstellen van het bestand van onverzekerde verzekeringsplichtigen beëindigen.

     De uitvoering door het Zorginstituut is thans geregeld in

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.