MEMORIE VAN TOELICHTING (bewerkt)

Parlementaire behandeling:
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 1 (koninklijke boodschap)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 2 (voorstel van wet)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 3 (memorie van toelichting)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 4 (advies RvS en nader rapport)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 5 (amendement-Potters en Otwin van Dijk)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 6 (verslag)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 7 (nota n.a.v. het verslag)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 8 (nota van wijziging)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 9 (gewijzigd amendement-Potter en Otwin van Dijk)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 10 (amendement-Keijzer)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 11 (amendement-Keijzer)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 12 (amendement-Bergkamp)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 13 (amendement-Otwin van Dijk)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 14 (gewijzigd amendement-Bergkamp)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 15 (motie-Leijten)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 16 (motie-Leijten)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 17 (motie-Agema)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 18 (motie-Leijten)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 19 (motie-Keijzer)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 20 (motie-Otwin van Dijk en Van Weyenberg)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 21 (nader gewijzigd amendement-Bergkamp en Van Weyenberg)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 22 (brief Staatssecretaris van VWS)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 23 (brief Staatssecretaris van VWS)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 279, nr. 24 (gewijzigde motie-Leijten en Keijzer)
- Handelingen II 2015-2016, nr. 69, item 4
- Handelingen II 2015-2016, nr. 69, item 8
- Handelingen II 2015-2016, nr. 73, item 7 (herdruk)
- Handelingen II 2015-2016, nr. 73, item 8 (herdruk)
- Kamerstukken I 2015-2016, 34 279, A (gewijzigd voorstel van wet)
- Kamerstukken I 2015-2016, 34 279, B (voorlopig verslag)
- Kamerstukken I 2015-2016, 34 279, C (memorie van antwoord)
- Kamerstukken I 2015-2016, 34 279, D (eindverslag)
- Handelingen I 2015-2016, nr. 33, item 6

 

 

WET van 8 juni 2016, Stb. 2016, 268, tot wijziging van de Wet langdurige zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet en de Zorgverzekeringswet. Inwerkingtreding: 1 augustus 2016 (Stb. 2016, 269).

 

     WIJ WILLEM-ALEXANDER, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo, Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een aantal wijzigingen op het terrein van de hervorming van de langdurige zorg aan te brengen;
     Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I.
De Wet langdurige zorg wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel g, komt "in een instelling" te vervallen.
B. [MvT]
Artikel 3.3.3 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het vierde lid, onderdeel d, wordt "de zorg" vervangen door: zorg.
2. In het achtste lid, onderdeel e, wordt "het eerste lid" vervangen door: het vierde lid.
C.¹ [MvT]
Aan hoofdstuk 3, paragraaf 3, worden na artikel 3.3.5 twee artikelen toegevoegd, luidende:
Art. 3.3.6. [MvT]
-1. Indien de verzekerde zijn recht op zorg met verblijf in een instelling tot gelding wil brengen en die zorg tijdelijk niet geboden kan worden, kan de verzekerde ervoor kiezen om gedurende een bij ministeriële regeling te stellen termijn van ten hoogste dertien weken zijn recht tot gelding te brengen met een modulair pakket thuis of een volledig pakket thuis, zonder dat wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.3.2, derde tot en met vijfde alsmede zevende lid.
-2. Indien de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk voorafgaand aan het verkrijgen van een indicatiebesluit op grond van deze wet een persoonsgebonden budget ontving op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Jeugdwet of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, kan hij onverminderd het eerste lid ervoor kiezen om gedurende een bij ministeriële regeling te stellen termijn van ten hoogste dertien weken zijn recht tot gelding te brengen met een persoonsgebonden budget, zonder dat wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.3.3, tweede tot en met vierde lid.
-3. Indien de termijn, bedoeld in het eerste en tweede lid, is verstreken en er zicht op is dat binnen afzienbare tijd na het aflopen van die termijn zorg geboden kan worden in de instelling van de voorkeur van de verzekerde, kan de Wlz-uitvoerder of het zorgkantoor na overleg met de verzekerde de termijn verlengen tot het moment dat de verzekerde zijn recht op zorg met verblijf in die instelling tot gelding kan brengen.
-4. De Wlz-uitvoerder of het zorgkantoor verleent ambtshalve een volledig pakket thuis of modulair pakket thuis als bedoeld in het eerste lid respectievelijk een persoonsgebonden budget als bedoeld in het tweede lid.
-5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder toepassing kan worden gegeven aan dit artikel.
Art. 3.3.6a.
-1. De Wlz-uitvoerder kan op verzoek van de verzekerde, bedoeld in artikel 3.3.6, eerste lid, die onmiddellijk voorafgaand aan het indicatiebesluit aanspraak had op zorg op grond van een zorgverzekering of een maatwerkvoorziening als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ontving, voor de duur van de termijn, bedoeld in artikel 3.3.6, eerste lid, en zolang die zorg of de in de maatwerkvoorziening besloten liggende zorg noodzakelijk en verantwoord is, ingeval daar nog niet in is voorzien een schriftelijke overeenkomst sluiten met de aanbieder die deze zorg verleende of deze maatwerkvoorziening bood.
-2. Gedurende de tijdelijke voortzetting van de zorg dan wel maatwerkvoorziening, bedoeld in het eerste lid, gelden tussen de Wlz-uitvoerder en de desbetreffende aanbieder de voorwaarden van de overeenkomst waaronder de zorg dan wel maatwerkvoorziening aan de in het eerste lid bedoelde verzekerde is aangevangen, behoudens voor zover bij ministeriële regeling anders wordt bepaald.
-3. De verzekerde behoudt onverminderd het eerste lid jegens de Wlz-uitvoerder recht op zorg waarop hij naar aard, inhoud en omvang redelijkerwijs is aangewezen.
D. [MvT]
In artikel 5.1.1 wordt, onder vernummering van het tweede lid tot derde lid, een lid ingevoegd, luidende:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.