blz. 1 

Kamerstukken II 2015-2016, 34 279

Wijziging van de Wet langdurige zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet en de Zorgverzekeringswet

 

 

Nr. 3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Doelstelling
3 Nadere duiding van de onderwerpen
3.1 Overbruggingszorg
3.2 Subsidieregeling orthocommunicatieve behandeling van autisme
3.3 Trekkingsrecht persoonsgebonden budget
3.4 Logeeropvang
3.5 Overig
4 Financiële gevolgen
5 Effecten op administratieve lasten en regeldruk
xArtikelsgewijs
xxx| Artikelen I t/m VI

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     Met ingang van 1 januari 2015 zijn de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en de Jeugdwet in werking getreden. Na inwerkingtreding van deze wetten is gebleken dat zij op een aantal punten nog aanvulling behoeven. Per onderwerp zullen de wijzigingen nader worden toegelicht.
     Op grond van artikel 6 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is de Minister voor Wonen en Rijksdienst medeondertekenaar van dit wetsvoorstel. In verband met de wijzigingen van de Jeugdwet is ook de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie medeondertekenaar van dit wetsvoorstel. De toelichting wordt dan ook mede namens de Minister voor Wonen en Rijksdienst en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie gegeven.

 

2. Doelstelling


     In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de overbruggingszorg te regelen in de Wlz, zodat verzekerden die in afwachting zijn van hun verblijf in een instelling niet zonder de voor hen noodzakelijke zorg zitten en tijdelijk thuis de benodigde zorg kunnen ontvangen. Overbruggingszorg betreft de zorg die wordt geleverd aan de cliënt in de periode vanaf de Wlz-indicatie tot het moment dat de tussen de Wlz-cliënt en Wlz-uitvoerder overeengekomen zorgvorm kan worden aangeboden.
     Daarnaast is er een grondslag voor een subsidie voor orthocommunicatieve behandeling van autisme. Ook is een aantal wijzigingen met een meer technisch karakter in dit wetsvoorstel opgenomen, zoals het verduidelijken van de taken van het Zorginstituut Nederland (Zorginstituut) en technische aanpassingen van de Jeugdwet.

     Ten slotte wordt voorgesteld in de Wmo 2015 en de Jeugdwet een grondslag op te nemen om zaken rond de overeenkomst tussen de cliënt of jeugdige en de derde die de voorziening levert te kunnen regelen. Deze  blz. 2  delegatiegrondslag zal in ieder geval gebruikt worden om, zoals op grond van de Wlz reeds geldt, te bepalen dat de contracten die de budgethouder met de aanbieder van zijn ondersteuning of jeugdhulp sluit de goedkeuring van de Sociale verzekeringsbank (SVB) behoeven. De SVB zal in dat verband met name nagaan of de voorgelegde overeenkomsten voldoen aan het arbeidsrecht. Zo niet, dan zal de SVB de budgethouder verzoeken om de overeenkomst aan te passen. Daarnaast zullen overigens - net zoals dat onder de Wlz door de zorgkantoren gebeurt - de colleges van burgemeester en wethouders (colleges) de contracten dienen goed te keuren. Dit is reeds in de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 en de Regeling Jeugdwet geregeld. De toets van de zorgkantoren (PGB Wlz [PGB: persoonsgebonden budget, red.]) en de colleges (PGB Wmo 2015 en Jeugdwet) ziet op andere dan arbeidsrechtelijke punten. Met de voorgestelde aanpassing van de Wmo 2015 en de Jeugdwet wordt de regelgeving geharmoniseerd met die op grond van de Wlz. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft geen bezwaar tegen de voorgenomen wijziging.

     Hieronder volgt een nadere aanduiding van de inhoud en de aanleiding van deze onderwerpen.

 

3. Nadere duiding van de onderwerpen


3.1. Overbruggingszorg

     De meeste cliënten in de Wlz zijn dusdanig in hun mogelijkheden beperkt dat zij het meest gebaat zijn bij een integraal pakket van zorg en wonen. De zorgkantoren dienen voor hen zoveel verblijfszorg te contracteren dat zij binnen redelijke termijnen ¹ en op redelijke afstand van waar zij wonen of willen gaan wonen, in een instelling kunnen gaan verblijven. Dat behoort tot hun zorgplicht. Tot hun zorgplicht behoort echter niet dat zij ervoor dienen te zorgen dat de verzekerde binnen redelijke termijn in de instelling van zijn voorkeur kan gaan verblijven. Het kan immers voorkomen dat in de instelling van voorkeur geen plek is. Het zorgkantoor voldoet in zo'n geval aan zijn zorgplicht indien het binnen redelijke termijn en op redelijke afstand van waar de cliënt wil gaan wonen een andere geschikte verblijfsinstelling voor hem beschikbaar heeft. Heeft het zorgkantoor meerdere geschikte alternatieven, dan mag de cliënt daaruit kiezen.

1. Indien de zorg niet met spoed moet worden verleend, wordt aangenomen dat de zogenoemde "Treeknormen" de redelijke termijnen zijn (verpleging en verzorging intramuraal met behandeling zes weken en V&V intramuraal zonder behandeling dertien weken; gehandicaptenzorg intramuraal dertien weken; GGZ intramuraal met behandeling zes weken en GGZ intramuraal zonder behandeling dertien weken).

     Indien de verzekerde niet binnen een redelijke termijn in een geschikte instelling kan verblijven, kan hij overbruggingszorg krijgen. In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de overbruggingszorg expliciet te regelen in artikel 3.3.6 van de Wlz. Overbruggingszorg is nodig voor hen waaraan op de dag dat recht op verblijf is verkregen niet direct de benodigde zorg kan worden verstrekt. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een cliënt met een Wlz-indicatie aangeeft dat hij wil worden opgenomen in een instelling, maar dat er op dat moment nog geen plek is in een instelling. De verzekerde kan geen overbruggingszorg krijgen in afwachting van verblijf in een instelling van zijn voorkeur, terwijl elders binnen een redelijke afstand wel een geschikte verblijfsinstelling aanwezig is. In de periode dat de cliënt wacht op een plek in een instelling moet ter overbrugging wel zorg en ondersteuning vanuit de Wlz kunnen worden geleverd. Indien dat niet kan in een instelling, kan er gedurende een beperkte periode zorg thuis verleend worden met één van de andere  blz. 3  leveringsvormen: volledig pakket thuis, modulair pakket thuis als bedoeld in artikel 3.3.6, eerste lid, van de Wlz of persoonsgebonden budget (PGB) als bedoeld in artikel 3.3.6, tweede lid, van de Wlz.

     De voorwaarden zoals die aan de leveringsvormen volledig pakket thuis of modulair pakket thuis in de Wlz worden gesteld, zijn echter

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.