blz. 1 

Kamerstukken II 2014-2015, 34 059

Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht

 

 

Nr. 3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING  (enkel artikelsgewijs m.b.t. Awb)

 

INTEGRALE MEMORIE VAN TOELICHTING (pdf-bestand)

 

 

Artikelsgewijs

 blz. 104 

Artikel II. Algemene wet bestuursrecht


Onderdeel A (artikel 6:15)

     Artikel 6:15 regelt de verplichting om onjuist geadresseerde en ingezonden bezwaar- of beroepschriften door te zenden naar het wel bevoegde orgaan. In de oorspronkelijke tekst stond dat het orgaan dat het bezwaar- of beroepschrift doorzendt daarop de datum van ontvangst van het bezwaar- of beroepschrift dient aan te tekenen. Bij doorzending van digitaal ontvangen bezwaar- of beroepschriften ligt dit niet in de rede. Daarom wordt in het artikel techniek-neutraal bepaald dat bij de doorzending wordt vermeld op welke datum het document is ontvangen. Bij bezwaar- en beroepschriften die per gewone post worden doorgezonden, kan de datum derhalve nog steeds op het papieren exemplaar worden aangetekend. Overigens kan hierbij nog worden opgemerkt dat onjuiste adressering zich niet goed meer laat denken bij beroepschriften die op een centraal digitaal adres van de rechtspraak moeten worden ingediend.


Onderdeel B (artikel 6:17)

     Als iemand zich laat vertegenwoordigen, behoort de gemachtigde de op de zaak betrekking hebbende stukken te ontvangen. Tot nu toe verkreeg hij deze stukken, zowel in de bezwaarfase als in beroep en hoger beroep, meestal doordat ze hem op papier werden toegestuurd. Toesturen per email kan gelet op het bepaalde in afdeling 2.3 in bepaalde gevallen ook. De actuele ontwikkelingen in het kader van de digitalisering laten echter een verschuiving zien van "het aanleveren van stukken" naar "het delen van stukken". De voorgestelde wijziging bewerkstelligt dat duidelijk is dat ook deze manier van ter beschikking stellen van stukken geoorloofd is. Zo kan er derhalve ook voor worden gekozen de gemachtigde een digitale sleutel te geven waarmee hij kan inloggen op het digitale systeem van de gerechten om alle op de zaak betrekking hebbende stukken te kunnen lezen en desgewenst te kopiëren voor eigen gebruik. De wijziging laat onverlet de mogelijkheid dat bestuursorganen de op de zaak betrekking hebbende stukken per post aan de gemachtigde sturen. Dit laatste is aan de orde indien een natuurlijk persoon zich laat vertegenwoordigen door een gemachtigde die niet beroepsmatig rechtsbijstand verleent en die ervoor kiest om op papier te procederen.


Onderdeel C (artikel 6:19)

     De oorspronkelijke tekst van het derde lid verplichtte het bestuursorgaan om onverwijld mededeling te doen van een nieuw genomen besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, aan het orgaan waarbij het beroep tegen het bestreden besluit aanhangig is. De onverwijlde mededeling heeft als functie te waarborgen dat het geadresseerde orgaan toepassing kan geven aan het eerste lid. Praktisch gezien kan het geadresseerde orgaan alleen zinvol toepassing geven aan het eerste lid indien het ook daadwerkelijk over het nieuw genomen besluit  blz. 105  beschikt. Om deze reden is bepaald dat het bestuursorgaan het nieuwe besluit voortaan ter beschikking moet stellen van het orgaan waarbij het beroep aanhangig is.


Onderdeel D (artikel 6:20)

     Zie de

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.