MEMORIE VAN TOELICHTING (bewerkt)

Parlementaire behandeling:
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 1 (koninklijke boodschap)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 2 (voorstel van wet)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 3 (memorie van toelichting)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 4 (advies RvS en nader rapport)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 5 (brief Minister van SZW)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 6 (verslag)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 7 (nota n.a.v. het verslag)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 8 (nota van wijziging)

- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 9 (amendement-Karabulut)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 10 (amendement-Karabulut)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 11 (amendement-Karabulut)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 12 (amendement-Karabulut)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 13 (amendement-Karabulut)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 14 (amendement-Schut-Welkzijn)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 15 (motie-Karabulut)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 16 (motie-Weyenberg en Pieter Heerma)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 17 (motie-Schut-Welkzijn)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 18 (amendement-Karabulut en Schouten)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 19 (amendement-Schouten en Karabulut)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 20 (amendement-Karabulut)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 21 (brief Minister van SZW)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 22 (gewijzigd amendement-Schouten)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 23 (gewijzigd amendement-Karabulut en Schouten)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 396, nr. 24 (gewijzigd amendement-Karabulut)
- Handelingen II 2015-2016, nr. 83, item 24
- Handelingen II 2015-2016, nr. 84, item 4
- Handelingen II 2015-2016, nr. 89, item 9
- Handelingen II 2015-2016, nr. 89, item 10
- Kamerstukken I 2015-2016, 34 396, A (gewijzigd voorstel van wet)
- Kamerstukken I 2015-2016, 34 396, B (voorlopig verslag)
- Kamerstukken I 2015-2016, 34 396, C (memorie van antwoord)
- Kamerstukken I 2015-2016, 34 396, D (eindverslag)

- Handelingen I 2015-2016, nr. 38, item 18

 

 

WET van 23 augustus 2016, Stb. 2016, 318, houdende wijziging van de socialezekerheidswetten in verband met de regeling van de bestuurlijke boete. Inwerkingtreding: 1 januari 2017 (Stb. 2016, 421).

 

     WIJ WILLEM-ALEXANDER, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gewenst is naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep de regeling van de bestuurlijke boete in de socialezekerheidswetten alsmede het overgangsrecht van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving te herzien en voorts een grondslag te geven voor de mogelijkheid een waarschuwing te geven in plaats van een bestuurlijke boete;
     Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I.  [MvT]
De Toeslagenwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 14a wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
-1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot of zijn wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in artikel 12. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 12, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 12, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding niet opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
2. In het vierde lid vervalt "als bedoeld in het derde lid" en wordt na "artikel 12," ingevoegd: in situaties die bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald,.
3. In het vijfde lid wordt na "benadelingsbedrag" ingevoegd: , met overeenkomstige toepassing van het eerste lid,.
4. Het achtste lid komt te luiden:
-8. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
5. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:
-13. Indien ten aanzien van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd geen sprake is geweest van opzet of grove schuld en voorts is gebleken dat binnen één jaar nadat de bestuurlijke boete is opgelegd niet nogmaals een overtreding wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in het zesde lid is begaan, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd op verzoek van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd de bestuurlijke boete geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden bij medewerking aan een schuldregeling. Artikel 21, eerste, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
-14. Het besluit tot kwijtschelding, bedoeld in het dertiende lid, wordt ingetrokken of ten nadele van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd, herzien indien binnen vijf jaar na het besluit tot kwijtschelding wederom een overtreding is begaan wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in het zesde lid.
B.¹
In artikel 14g, eerste lid, wordt na "de bestuurlijke boete" ingevoegd: en een eerdere bestuurlijke boete wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in artikel 14a, vijfde lid,.
C.
Artikel 14h vervalt.

1. Redactie: Ingevolge artikel 4 van het Besluit van 26 november 2016, Stb. 2016, 472, treedt onderdeel B in werking met ingang van 1 januari 2017. Ingevolge artikel XXXIIIa, onderdeel A, van de Verzamelwet SZW 2017 komt onderdeel B te luiden als volgt:
B.
In artikel 14g, eerste lid, wordt na "verrekent de bestuurlijke boete" ingevoegd: en een eerdere bestuurlijke boete wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in artikel 14a, vijfde lid,.

 

Art. II.  [MvT]
De Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 27a wordt als volgt gewijzigd:.
1. Het eerste lid komt te luiden:
-1. Het UWV legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de werknemer van de verplichting, bedoeld in artikel 25. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 25, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 25, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding niet opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
2. In het vierde lid vervalt "als bedoeld in het derde lid" en wordt na "artikel 25," ingevoegd: in situaties die bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald,.
3. In het vijfde lid wordt na "benadelingsbedrag" ingevoegd: , met overeenkomstige toepassing van het eerste lid,.
4. Het achtste lid komt te luiden:
-8. Het UWV kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
5. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:
-13. Indien ten aanzien van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd geen sprake is geweest van opzet of grove schuld en voorts is gebleken dat binnen één jaar nadat de bestuurlijke boete is opgelegd niet nogmaals een overtreding wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in het zesde lid is begaan, is het UWV bevoegd op verzoek van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd de bestuurlijke boete geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden bij medewerking aan een schuldregeling. Artikel 36c, eerste, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
-14. Het besluit tot kwijtschelding, bedoeld in het dertiende lid, wordt ingetrokken of ten nadele van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd, herzien indien binnen vijf jaar na het besluit tot kwijtschelding wederom een overtreding is begaan wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in het zesde lid.
B.
In artikel 27g, eerste lid, wordt na "de bestuurlijke boete" ingevoegd: en een eerdere bestuurlijke boete wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in artikel 27a, vijfde lid,.
C.
Artikel 27h vervalt.

 

Art. III.  [MvT]
De Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.