MEMORIE VAN TOELICHTING (bewerkt)

Parlementaire behandeling:
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 528, nr. 1 (koninklijke boodschap)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 528, nr. 2 (voorstel van wet)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 528, nr. 3 (memorie van toelichting)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 528, nr. 4 (advies RvS en nader rapport)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 528, nr. 5 (nota van wijziging)
- Kamerstukken II 2016-2017, 34 528, nr. 6 (verslag)
- Kamerstukken II 2016-2017, 34 528, nr. 7 (nota n.a.v. het verslag)
- Kamerstukken II 2016-2017, 34 528, nr. 8 (tweede nota van wijziging)
- Handelingen II 2016-2017, nr. 15, item 3
- Kamerstukken I 2016-2017, 34 528, A (gewijzigd voorstel van wet)
- Kamerstukken I 2016-2017, 34 528, B (eindverslag)
- Handelingen I 2016-2017, nr. 6, item 3

 

 

WET van 14 november 2016, Stb. 2016, 471, tot wijziging van enkele wetten van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2017). Inwerkingtreding: 1 januari 2017 (Stb. 2016, 472).

 

     WIJ WILLEM-ALEXANDER, bij gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om enige wijzigingen aan te brengen in de wetgeving van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van het ministerie van Veiligheid en Justitie;
     Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I. Algemene Kinderbijslagwet  [MvT]
De Algemene Kinderbijslagwet wordt als volgt gewijzigd:
0A.¹
In paragraaf 1 van hoofdstuk III wordt voor artikel 7 een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 6b.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder centrum voor topsport verstaan een voorziening waar een topsporter op ten minste toptalentniveau de mogelijkheid heeft op één locatie te trainen, wonen en studeren.
1A.¹
In artikel 7, zesde lid, onderdeel b, onder 1º, wordt na "voor het volgen van voortgezet onderwijs" ingevoegd: of een opleiding volgt in het voorbereidend beroepsonderwijs of in het beroepsonderwijs en als topsporter op ten minste toptalentniveau een opleiding bij een bij ministeriële regeling te bepalen centrum voor topsport volgt,.
A.² [MvT]
Artikel 7c vervalt.
B.² [MvT]
In artikel 11, eerste lid, vervalt "dan wel voldoet aan de voorwaarden van artikel 7c"
C. [MvT]
In artikel 13, tweede en derde lid, wordt "prijsindex gezinsconsumptie" telkens vervangen door: consumentenprijsindex.
D.² [MvT]
In de artikelen 14a, derde lid, 15, eerste lid, 15a, eerste en tweede lid, 16, tweede lid, 17, eerste, tweede en derde lid, 17a, eerste, derde tot en met zesde en tiende lid, 17g, vijfde lid, 19, onderdeel c, 24, eerste en tweede lid, en 24c, eerste lid, aanhef en onder a, tweede en derde lid, aanhef en onder b, wordt "de artikelen 7c of 21" vervangen door: artikel 21.
E.
In artikel 17g, vijfde lid, onderdeel a, wordt "artikel 4.93" vervangen door: artikel 4:93.

1. Ingevolge artikel 1, tweede lid, van het Besluit van 26 november 2016, Stb. 2016, 472, treden de onderdelen 0A en 1A in werking met ingang van 8 december 2016, met terugwerkende kracht tot en met 1 oktober 2016, red.
2. Ingevolge artikel 1, derde lid, van het Besluit van 26 november 2016, Stb. 2016, 472, treden de onderdelen A, B en D in werking met ingang van 1 januari 2018, red.

 

Art. II. Algemene nabestaandenwet  [MvT]
De Algemene nabestaandenwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 26a vervalt.
Aa.
In artikel 45, vijfde lid, onderdeel a, wordt "artikel 4.93" vervangen door: artikel 4:93.
B.¹ [MvT]
In artikel 66a, eerste en derde lid, wordt "geboren vóór 1 januari 1950" vervangen door: rechthebbende op een nabestaandenuitkering.

1. Ingevolge artikel 1, tweede lid, van het Besluit van 26 november 2016, Stb. 2016, 472, treedt onderdeel B in werking met ingang van 8 december 2016, met terugwerkende kracht tot en met 1 april 2015, red.

 

Art. III. Algemene Ouderdomswet  [MvT]
De Algemene Ouderdomswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 9, vierde lid, wordt "artikel 1" vervangen door: artikel 2.
B.¹ [MvT]
Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:
b. voor elk kalenderjaar dat de pensioengerechtigde na het bereiken van de aanvangsleeftijd schuldig nalatig is geweest als bedoeld in artikel 61 van de Wet financiering sociale verzekeringen, de over dat jaar verschuldigde premie, bedoeld in artikel 61, derde lid, onderdeel b, van die wet, te betalen.
2. Het tweede lid, onderdeel b, komt te luiden:
b. voor elk kalenderjaar dat de echtgenoot van de pensioengerechtigde na het bereiken van de aanvangsleeftijd, doch vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de pensioengerechtigde, schuldig nalatig is geweest als bedoeld in artikel 61 van de Wet financiering sociale verzekeringen, de over dat jaar verschuldigde premie, bedoeld in artikel 61, derde lid, onderdeel b, van die wet, te betalen.
Ba.
In artikel 17i, vijfde lid, onderdeel a, wordt "artikel 4.93" vervangen door: artikel 4:93.
C.¹
In artikel 33a, vierde lid, wordt "Artikel 9, zevende lid" vervangen door: Artikel 9, achtste lid.

1. Ingevolge artikel 1, tweede lid, van het Besluit van 26 november 2016, Stb. 2016, 472, treden de onderdelen B en C in werking met ingang van 8 december 2016, waarbij onderdeel B terugwerkt tot en met 1 januari 2006 en onderdeel C tot en met 1 januari 2015, red.

 

Art. IV.¹ Burgerlijk Wetboek  [MvT]
Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 671a, vijfde lid, onderdeel b, wordt "als bedoeld in artikel 628a" vervangen door: waarin de omvang van de arbeid niet is vastgelegd.
B. [MvT]
In artikel 686a, eerste lid en vierde lid, onderdeel a, wordt "672, lid 9" vervangen door: 672, lid 10.

1. Ingevolge artikel 1, tweede lid, van het Besluit van 26 november 2016, Stb. 2016, 472, treedt artikel IV in werking met ingang van 8 december 2016, waarbij onderdeel B terugwerkt tot en met 1 januari 2016, red.

 

Art. V. Burgerlijk Wetboek BES  [MvT]
Artikel 1614ca van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek BES komt te luiden:
Art. 1614ca.
-1. De vrouwelijke arbeider heeft recht op doorbetaling van het volledige salaris gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof.
-2. Het recht op het zwangerschapsverlof bestaat vanaf zes weken vóór de dag na de vermoedelijke datum van bevalling, zoals aangegeven in een aan de werkgever overgelegde schriftelijke verklaring van een arts of verloskundige, tot en met de dag van de bevalling. Het zwangerschapsverlof gaat in uiterlijk vier weken vóór de dag na de vermoedelijke datum van bevalling.
-3. Het recht op bevallingsverlof gaat in op de dag na de dag van de bevalling en bedraagt tien aaneengesloten weken vermeerderd met het aantal dagen dat het zwangerschapsverlof tot en met de vermoedelijke datum van bevalling, dan wel, indien eerder gelegen, tot en met de werkelijke datum van bevalling, minder dan zes weken heeft bedragen.
-4. Van dit artikel kan niet ten nadele van de vrouwelijke arbeider worden afgeweken.

 

Art. VI. Gemeentewet  [MvT]
In de bij de Gemeentewet behorende bijlage I, bedoeld in artikel 124b, eerste lid, van de Gemeentewet, komt onderdeel 4 van onderdeel B te luiden:
4. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

 

Art. VII.¹ Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen  [MvT]
In artikel XXIV, vierde lid, van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen wordt na "3:8," ingevoegd "3:8a," en wordt "en 7:2" vervangen door:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.