MEMORIE VAN TOELICHTING (bewerkt)

Parlementaire behandeling:
- Kamerstukken II 2016-2017, 34 577, nr. 1 (koninklijke boodschap)
- Kamerstukken II 2016-2017, 34 577, nr. 2 (voorstel van wet)
- Kamerstukken II 2016-2017, 34 577, nr. 3 (memorie van toelichting)
- Kamerstukken II 2016-2017, 34 577, nr. 4 (advies RvS en nader rapport)
- Kamerstukken II 2016-2017, 34 577, nr. 5 (verslag)
- Kamerstukken II 2016-2017, 34 577, nr. 6 (nota n.a.v. het verslag)
- Kamerstukken II 2016-2017, 34 577, nr. 7 (nota van wijziging)
- Handelingen II 2016-2017, nr. 36, item 3
- Kamerstukken I 2016-2017, 34 577, A (eindverslag)
- Kamerstukken I 2016-2017, 34 577, B (gewijzigd voorstel van wet)
- Handelingen I 2016-2017, nr. 13, item 17 (herdruk)

 

 

WET van 16 januari 2017, Stb. 2017, 78, tot wijziging van de socialezekerheidswetgeving, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de Wet studiefinanciering 2000, de Wet studiefinanciering BES, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in verband met opname van een grondslag voor beëindiging van uitkeringen, studiefinanciering en tegemoetkoming bij deelname aan een terroristische organisatie. Inwerkingtreding: nog niet in werking getreden.

 

     WIJ WILLEM-ALEXANDER, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk wordt geacht in de socialezekerheidswetgeving, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de Wet studiefinanciering 2000, de Wet studiefinanciering BES, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen bepalingen op te nemen die het mogelijk maken een uitkering, studiefinanciering en tegemoetkoming te beëindigen ingeval het gegronde vermoeden bestaat dat de rechthebbende Nederland heeft verlaten met het doel zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie;
     Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

 

Art. I.  Algemene Kinderbijslagwet  [MvT]
De Algemene Kinderbijslagwet wordt als volgt gewijzigd:
A.¹ [MvT]
Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
e. uitreiziger: persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan de Sociale verzekeringsbank, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten Nederland bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die door Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met het gevoelen van de Rijksministerraad, is geplaatst op een lijst van organisaties die deelnemen aan een nationaal of internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid.
B. [MvT]
In hoofdstuk III, paragraaf 1, wordt na artikel 7c een artikel toegevoegd, luidende:
Art. 7d.
-1. Geen recht op kinderbijslag overeenkomstig de bepalingen van deze wet heeft de verzekerde die een uitreiziger is.
-2. De verzekerde heeft geen recht op kinderbijslag overeenkomstig de bepalingen van deze wet voor een kind dat een uitreiziger is.
C. [MvT]
Aan artikel 11 wordt een lid toegevoegd, luidende:
-4. Recht op kinderbijslag voor een kind ingevolge deze wet heeft slechts degene die op de eerste dag van een kalenderkwartaal verzekerd is en na toepassing van artikel 7d niet langer het gegronde vermoeden bestaat dat hij of het kind zich buiten Nederland bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel e.

1. Redactie: ingevolge artikel XXVI wordt in onderdeel A "die door Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met het gevoelen van de Rijksministerraad, is geplaatst op een lijst van organisaties die deelnemen aan een nationaal of internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid" vervangen door: die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

 

Art. II. Algemene nabestaandenwet  [MvT]
De Algemene nabestaandenwet wordt als volgt gewijzigd:
A.¹ [MvT]
Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel p door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
q. uitreiziger: persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan de Sociale verzekeringsbank, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten Nederland bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die door Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met het gevoelen van de Rijksministerraad, is geplaatst op een lijst van organisaties die deelnemen aan een nationaal of internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid.
B.
Het opschrift van paragraaf 10 van afdeling I van hoofdstuk 3 komt te luiden: § 10. Geen recht op nabestaandenuitkering en wezenuitkering tijdens vrijheidsontneming, onttrekking aan vrijheidsontneming en deelname aan een terroristische organisatie in het buitenland.
C. [MvT]
Na artikel 32f worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 32g. [MvT]
-1. Geen recht op nabestaandenuitkering ontstaat voor de nabestaande indien hij op de dag van het overlijden van de verzekerde een uitreiziger is. Geen recht op wezenuitkering ontstaat voor het kind indien het op de dag van het overlijden van de verzekerde een uitreiziger is.
-2. Voor de persoon, bedoeld in het eerste lid, ontstaat, onverminderd artikel 15, 27, 32d of 32h, recht op nabestaandenuitkering of wezenuitkering vanaf de dag dat:
a. niet langer het gegronde vermoeden bestaat dat de nabestaande zich buiten Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een organisatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel q, en hij voldoet aan een voorwaarde als bedoeld in artikel 14, eerste lid, of de voorwaarden bedoeld in artikel 66a, tweede lid, en onverminderd artikel 14, derde lid;
b. niet langer het gegronde vermoeden bestaat dat het kind zich buiten Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een organisatie als bedoeld in het eerste lid, eerste zin, en het voldoet aan een voorwaarde als bedoeld in artikel 26, eerste en tweede lid.
-3. Voor het tweede lid is artikel 33, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
Art. 32h. [MvT]
-1. Het recht op nabestaandenuitkering eindigt indien de nabestaande, nadat het recht op nabestaandenuitkering is ingegaan, een uitreiziger is. Het recht op wezenuitkering eindigt indien het kind, nadat het recht op wezenuitkering is ingegaan, een uitreiziger is.
-2. Voor de persoon, bedoeld in het eerste lid, herleeft, onverminderd artikel 15, 27, 32d of 32f, het recht op nabestaandenuitkering of wezenuitkering op de dag dat:
a. niet langer het gegronde vermoeden bestaat dat de nabestaande zich buiten Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een organisatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel q, en hij voldoet aan een voorwaarde als bedoeld in artikel 14, eerste lid, of de voorwaarden, bedoeld in artikel 66a, tweede lid, en onverminderd artikel 14, derde lid;
b. niet langer het gegronde vermoeden bestaat dat het kind zich buiten Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een organisatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel q, en het voldoet aan een voorwaarde als bedoeld in artikel 26, eerste en tweede lid.
-3. Voor het tweede lid is artikel 33, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

1. Redactie: ingevolge artikel XXVI wordt in onderdeel A "die door Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met het gevoelen van de Rijksministerraad, is geplaatst op een lijst van organisaties die deelnemen aan een nationaal of internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid" vervangen door: die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

 

Art. III. Algemene Ouderdomswet  [MvT]
De Algemene Ouderdomswet wordt als volgt gewijzigd:
A.¹ [MvT]
Aan artikel 1, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel k door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
l. uitreiziger: persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan de Sociale verzekeringsbank, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten Nederland bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die door Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met het gevoelen van de Rijksministerraad, is geplaatst op een lijst van organisaties die deelnemen aan een nationaal of internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid.
B. [MvT]
Aan artikel 8, tweede lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.