MEMORIE VAN TOELICHTING (bewerkt)

Parlementaire behandeling:
- Kamerstukken II 1995-1996, 24 484, nr. A (oorspronkelijke tekst VvW en MvT)
- Kamerstukken II 1995-1996, 24 484, nr. 1-2 (koninklijke boodschap en voorstel van wet)
- Kamerstukken II 1995-1996, 24 484, nr. 3 (memorie van toelichting)
- Kamerstukken II 1995-1996, 24 484, nr. 4 (verslag)
- Kamerstukken II 1995-1996, 24 484, nr. 5 (nota n.a.v. het verslag)
- Kamerstukken II 1995-1996, 24 484, nr. 6 (nota van wijziging)
- Kamerstukken II 1995-1996, 24 484, nr. 7 (amendementen-Adelmund en Schimmel)
- Kamerstukken II 1995-1996, 24 484, nr. 8 (tweede nota van wijziging)
- Kamerstukken II 1995-1996, 24 484, nr. 9 (amendement-Schimmel)
- Handelingen II 1995-1996, blz. 2406-2421
- Handelingen II 1995-1996, blz. 2593-2594
- Kamerstukken I 1995-1996, 24 484, nr. 121 (gewijzigd voorstel van wet)
- Kamerstukken I 1995-1996, 24 484, nr. 121a (voorlopig verslag)
- Kamerstukken I 1995-1996, 24 484, nr. 121b (memorie van antwoord)
- Kamerstukken I 1995-1996, 24 484, nr. 121c (eindverslag)
- Handelingen I 1995-1996, blz. 909

 

 

 

WET van 7 februari 1996, Stb. 1996, 93, tot tijdelijke regeling houdende beperking van de inkomensgevolgen door toepassing van arbeidsongeschiktheidscriteria voor personen in bepaalde leeftijdscategorieën (Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria). Inwerkingtreding: 1 januari 1996. Vervalt met ingang van 1 december 2016.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is voor personen in bepaalde leeftijdscategorieën die langdurig recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben gehad en door wijziging van een aantal wetten als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen hun recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering verliezen dan wel voor een lagere arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking komen en voor personen die op het moment van inwerkingtreding van die wet 50 jaar of ouder waren en op grond van het arbeidsongeschiktheidscriterium zoals dat voor deze personen is gehandhaafd, hun recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering verliezen of hebben verloren dan wel voor een lagere arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking komen of zijn gekomen, de inkomensgevolgen te beperken en in verband hiermee een tijdelijke regeling te treffen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goed gevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemene bepalingen

 

Art. 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. arbeidsongeschiktheidsuitkering: de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, invaliditeitspensioen, bedoeld in de Algemene burgerlijke pensioenwet, of pensioen ter zake van ziekte of gebreken, bedoeld in de Algemene militaire pensioenwet;
b. werkloze persoon: de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste en derde lid, en de werknemer, bedoeld in artikel 2, tweede lid;
c. Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming: het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, bedoeld in hoofdstuk IV van de Organisatiewet sociale verzekeringen;
d. bedrijfsvereniging: een bedrijfsvereniging als bedoeld in hoofdstuk V van de Organisatiewet sociale verzekeringen.

 

Art. 2.
-1. Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op de persoon die door de toepassing van artikel 5 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet of artikel 18 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals die artikelen luiden na wijziging als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen, zijn recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering verliest, dan wel voor een lagere arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking komt en die:
a. op 31 december 1986 de leeftijd van 35 jaar had bereikt en op die dag, alsmede op 31 juli 1993, recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
b. op 1 augustus 1993 de leeftijd van 45 jaar had bereikt maar niet die van 50 en die op 31 juli 1993 recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
c. op 31 december 1986 de leeftijd van 35 jaar had bereikt en op die dag, alsmede op 31 juli 1993, recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen;
d. op 1 augustus 1993 de leeftijd van 45 jaar had bereikt maar niet die van 50 en die op 31 juli 1993 recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen;
e. op 31 december 1986 de leeftijd van 35 jaar had bereikt en die op 31 juli 1993 recht had op een herplaatsingstoelage, herplaatsingswachtgeld of een invaliditeitspensioen op grond van de Spoorwegpensioenwet; of
f. op 1 augustus 1993 de leeftijd van 45 jaar had bereikt maar niet die van 50 en die op 31 juli 1993 recht had op een herplaatsingstoelage, herplaatsingswachtgeld of een invaliditeitspensioen op grond van de Spoorwegpensioenwet.
-2. Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op de werknemer, bedoeld in de Werkloosheidswet, die tevens persoon is als bedoeld in artikel XX, XXI, XXIV of XXV van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen en die op 31 december 1986 de leeftijd van 35 jaar had bereikt en:
a. wiens pensioen door toepassing van artikel F 8a van de Algemene burgerlijke pensioenwet op een lagere mate van algemene invaliditeit of arbeidsongeschiktheid wordt gebaseerd; of
b. wiens recht op pensioen door toepassing van artikel E 6 van de Algemene militaire pensioenwet op een lagere mate van arbeidsongeschiktheid wordt gebaseerd.
-3. Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op de persoon die op 1 augustus 1993 de leeftijd van 50 jaar had bereikt en die op 31 juli 1993 recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen of een herplaatsingstoelage, herplaatsingswachtgeld of invaliditeitspensioen op grond van de Spoorwegpensioenwet en die vanaf 1 augustus 1993 door de toepassing van artikel 5 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet of artikel 18 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals deze artikelen voor deze persoon na de inwerkingtreding van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen zijn blijven luiden, zijn recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering verliest of heeft verloren dan wel voor een lagere arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking komt of is gekomen.

 

 

HOOFDSTUK  2

De uitkering

 

§ 1.  Algemene bepalingen

 

Art. 3.
-1. Met inachtneming van dit hoofdstuk heeft de werkloze persoon recht op een uitkering.
-2. De werkloze persoon heeft geen recht op een uitkering voor zover hij ter zake van de toepassing, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of derde lid, recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet.
-3. Voor zover in deze wet niet anders wordt bepaald, zijn de Werkloosheidswet en de daarop berustende bepalingen van overeenkomstige toepassing op de werkloze persoon die recht heeft op een

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.