MEMORIE VAN TOELICHTING (bewerkt)

Parlementaire behandeling:
- Kamerstukken II 1994-1995, 24 236, nr. A (oorspronkelijke tekst VvW en MvT)
- Kamerstukken II 1994-1995, 24 236, nr. B (advies RvS en nader rapport)
- Kamerstukken II 1994-1995, 24 236, nr. 1-2 (koninklijke boodschap en voorstel van wet)
- Kamerstukken II 1994-1995, 24 236, nr. 3 (memorie van toelichting)
- Kamerstukken II 1995-1996, 24 236, nr. 4 (verslag)
- Kamerstukken II 1995-1996, 24 236, nr. 5 (nota n.a.v. het verslag)
- Kamerstukken II 1995-1996, 24 236, nr. 6 (nota van wijziging)
- Kamerstukken II 1995-1996, 24 236, nr. 7 (brief Minister van SZW)
- Kamerstukken II 1996-1997, 24 236, nr. 8 (tweede nota van wijziging)
- Kamerstukken II 1996-1997, 24 236, nr. 9 (amendement-Van Hoof c.s.)
- Kamerstukken II 1996-1997, 24 236, nr. 10 (amendement-Noorman-den Uyl c.s.)
- Handelingen II 1996-1997, blz. 223-242
- Handelingen II 1996-1997, blz. 247-271
- Handelingen II 1996-1997, blz. 273-291; niet gepubliceerd
- Handelingen II 1996-1997, blz. 309-310
- Kamerstukken I 1996-1997, 24 236, nr. 30 (gewijzigd voorstel van wet)
- Kamerstukken I 1996-1997, 24 236, nr. 30a (voorlopig verslag)
- Kamerstukken I 1996-1997, 24 236, nr. 30b (memorie van antwoord)
- Kamerstukken I 1996-1997, 24 236, nr. 30c (eindverslag)
- Handelingen I 1996-1997, blz. 540

 

 

 

WET van 23 januari 1997, Stb. 1997, 85, houdende een regeling voor vrijstelling van premies werknemersverzekeringen bij arbeid van zeer korte duur van uitkeringsgerechtigden en aangewezen categorieën werknemers (Wet premieregime bij marginale arbeid). Inwerkingtreding: 26 februari 1997.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het uit het oogpunt van arbeidsmarktbeleid wenselijk is een vrijstelling van de betaalde premies voor de werknemersverzekeringen te introduceren bij dienstbetrekkingen van uitkeringsgerechtigden en bepaalde categorieën aangewezen werknemers van zeer korte duur;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  1

Begripsbepalingen

 

Art. 1.
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. werknemer: de werknemer bedoeld in paragraaf 2 van respectievelijk hoofdstuk I van de Werkloosheidswet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en van de eerste afdeling van de Ziektewet;
b. werkgever: de natuurlijke persoon tot wie, of het lichaam tot welk, één of meer natuurlijke personen in dienstbetrekking staan in de zin van de Ziektewet, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en van de Werkloosheidswet;
c. premies werknemersverzekeringen: de premies die werkgevers en werknemers verschuldigd zijn ingevolge de Ziekenfondswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Werkloosheidswet;
d. bedrijfsvereniging: een bedrijfsvereniging als bedoeld in hoofdstuk V van de Organisatiewet sociale verzekeringen;
e. College van toezicht sociale verzekeringen: het College van toezicht sociale verzekeringen, bedoeld in hoofdstuk II van de Organisatiewet sociale verzekeringen;
f. Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming: het Tijdelijk instituut voor coördinatie en afstemming, bedoeld in hoofdstuk IV van de Organisatiewet sociale verzekeringen;
g. Algemeen Werkloosheidsfonds: het fonds, genoemd in artikel 103 van de Werkloosheidswet;
h. uitkeringsgerechtigde: degene wiens inkomen uit en in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven onmiddellijk voorafgaande aan de aanvang van de dienstbetrekking waarop deze wet betrekking heeft uitsluitend bestaat uit een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet, de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Werkloosheidswet, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Toeslagenwet of uit een uitkering ingevolge vergelijkbare regelingen dan wel uit een combinatie van deze uitkeringen en die als werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie is ingeschreven.

 

 

HOOFDSTUK  2

Vrijstelling van premies werknemersverzekeringen

 

§ 1.  Vrijstelling van premies

 

Art. 2.
-1. Op aanvraag van een werkgever verleent de bedrijfsvereniging waarbij deze werkgever op grond van artikel 64, eerste en tweede lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen van rechtswege is aangesloten, ter zake van een dienstbetrekking tussen deze werkgever en een uitkeringsgerechtigde vrijstelling van de verplichting tot het betalen van de door de werkgever en die uitkeringsgerechtigde verschuldigde premies werknemersverzekeringen.
-2. De vrijstelling wordt verleend, indien:
a. de dienstbetrekking ten hoogste zes aaneengesloten weken duurt; en
b. de werkgever in het kalenderjaar niet eerder een dienstbetrekking met die uitkeringsgerechtigde is aangegaan; en
c. voor een dienstbetrekking van die uitkeringsgerechtigde in het kalenderjaar niet eerder vrijstelling is verleend.
-3. Voor de toepassing van het tweede lid worden dienstbetrekkingen tussen de werkgever en de uitkeringsgerechtigde geacht eenzelfde, niet onderbroken dienstbetrekking te zijn indien die dienstbetrekkingen elkander met tussenpozen van niet meer dan 31 dagen zijn opgevolgd.
-4. De vrijstelling gaat in op het tijdstip waarop de dienstbetrekking aanvangt.

 

Art. 3.
-1. De werkgever vraagt de vrijstelling aan vóór de afloop van de dienstbetrekking. De aanvraag wordt mede door de uitkeringsgerechtigde ondertekend.
-2. De aanvraag bevat in ieder geval het sociaal-fiscaal nummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Organisatiewet sociale verzekeringen, van de uitkeringsgerechtigde.
-3. De bedrijfsvereniging beschikt zo spoedig mogelijk op de aanvraag.
-4. Het Tijdelijke instituut voor coördinatie en afstemming kan nadere regels stellen voor de aanvraag door de werkgever en de beschikking van de bedrijfsvereniging.

 

 

§ 2.  Premievrijstelling voor aangewezen categorieën werknemers

 

Art. 4.
-1. De bedrijfsvereniging voor de Tabakverwerkende en Agrarische Bedrijven kan categorieën van werknemers aanwijzen waarvoor die bedrijfsvereniging de werkgever ter zake van een dienstbetrekking met een onder die categorie vallende werknemer vrijstelling van de verplichting tot het betalen van de door die werkgever en die werknemer verschuldigde premies werknemersverzekeringen

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.