MEMORIE VAN TOELICHTING (bewerkt)

Parlementaire behandeling:
- Kamerstukken II 1998-1999, 26 435, nr. A (advies RvS en nader rapport)
- Kamerstukken II 1998-1999, 26 435, nr. 1-2 (koninklijke boodschap en voorstel van wet)
- Kamerstukken II 1998-1999, 26 435, nr. 3 (memorie van toelichting)
- Kamerstukken II 1998-1999, 26 435, nr. 4 (nota van verbetering)
- Kamerstukken II 1998-1999, 26 435, nr. 5 (herdruk) (brief Minister van SZW)
- Kamerstukken II 1998-1999, 26 435, nr. 6 (verslag)
- Kamerstukken II 1998-1999, 26 435, nr. 7 (nota n.a.v. het verslag)
- Kamerstukken II 1998-1999, 26 435, nr. 8 (amendement-Eisses-Timmerman)
- Kamerstukken II 1998-1999, 26 435, nr. 9 (brief Minister van SZW)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 10 (amendement-Spoelman)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 11 (amendement-Weekers)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 12 (amendement-Harrewijn)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 13 (gewijzigd amendement-Harrewijn)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 14 (gewijzigd amendement-Spoelman)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 15 (motie-Eisses-Timmerman c.s.)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 16 (motie-Weekers c.s.)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 17 (motie-Weekers c.s.)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 18 (motie-Spoelman c.s.)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 19 (motie-Lambrechts c.s.)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 20 (motie-Lambrechts c.s.)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 21 (motie-Lambrechts c.s.)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 22 (motie-Harrewijn en De Wit)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 23 (gewijzigde motie-Eisses-Timmerman c.s.)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 24 (gewijzigd amendement-Spoelman)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 25 (nota van wijziging)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 26 (brief Minister van SZW)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 27 (brief Minister van SZW)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 28 (verslag algemeen overleg)
- Kamerstukken II 1999-2000, 26 435, nr. 29 (brief Minister van SZW)
- Kamerstukken II 2000-2001, 26 435, nr. 21 (brief Minister van SZW)
- Handelingen II 1999-2000, blz. 507-526
- Handelingen II 1999-2000, blz. 536-556
- Handelingen II 1999-2000, blz. 600-601
- Kamerstukken I 1999-2000, 26 435, nr. 35 (gewijzigd voorstel van wet)
- Kamerstukken I 1999-2000, 26 435, nr. 35a (voorlopig verslag)
- Kamerstukken I 1999-2000, 26 435, nr. 35b (memorie van antwoord)
- Kamerstukken I 1999-2000, 26 435, nr. 35c (eindverslag)
- Kamerstukken I 1999-2000, 26 435, nr. 35d (brief Minister van SZW)
- Handelingen I 1999-2000, blz. 434-436

 

 

 

WET van 22 december 1999, Stb. 1999, 598, tot wijziging van de Wet voorzieningen gehandicapten in verband met de tweede evaluatie van die wet. Inwerkingtreding: 1 april 2000 (Stb. 2000, 52).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de Wet voorzieningen gehandicapten te wijzigen in verband met de tweede evaluatie van die wet;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I.  [MvT]
De Wet voorzieningen gehandicapten wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het eerste lid wordt onderdeel c vervangen door:
c. woonvoorziening: elke voorziening die verband houdt met een maatregel die gericht is op het opheffen of verminderen van ergonomische beperkingen die gehandicapten in het normale gebruik van hun woning ondervinden. Tot de woonvoorziening wordt ook een uitraasruimte gerekend, waaronder verstaan wordt een verblijfsruimte waarin een gehandicapte die vanwege een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont zich kan afzonderen of tot rust kan komen.
2. Het achtste lid vervalt.
B. [MvT]
Na artikel 1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 1a.
-1. Het gemeentebestuur stelt bij verordening regels vast die zijn gericht op de realisatie en de vormgeving van cliƫntenparticipatie bij de uitvoering van de wet met inachtneming van artikel 150 van de Gemeentewet.
-2. In deze verordening worden ten minste geregeld:
a. dat de reikwijdte van de cliƫntenparticipatie betrekking heeft op het integrale gemeentelijke gehandicaptenbeleid;
b. dat de gemeentebesturen tijdig advies vragen aan de lokale platforms over wijziging in de verordening en uitvoeringsregelingen;
c. welke faciliteiten het gemeentebestuur beschikbaar stelt aan de lokale platforms.
C. [MvT]
Artikel 5 wordt gewijzigd als volgt:
1. Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.