GEWIJZIGDE MEMORIE VAN TOELICHTING (bewerkt)

Parlementaire behandeling:
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 325, nr. 1 (geleidende brief)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 325, nr. 2 (voorstel van wet)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 325, nr. 3 (memorie van toelichting)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 325, nr. 4 (advies RvS en reactie initiatiefnemer)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 325, nr. 5 (gewijzigd voorstel van wet)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 325, nr. 6 (gewijzigde memorie van toelichting)
- Kamerstukken II 2015-2016, 34 325, nr. 7 (verslag)
- Kamerstukken II 2016-2017, 34 325, nr. 8 (nota n.a.v. het verslag)
- Kamerstukken II 2016-2017, 34 325, nr. 9 (nota van wijziging)
- Kamerstukken II 2016-2017, 34 325, nr. 10 (tweede nota van wijziging)
- Kamerstukken II 2016-2017, 34 325, nr. 11 (brief Staatssecretaris van SZW)
- Kamerstukken II 2016-2017, 34 325, nr. ()x
- Handelingen II 2016-2017, nr. 44, item 3
- Handelingen II 2016-2017, nr. 52, item 36
- Handelingen II 2016-2017, nr. 55, item 9x
- Kamerstukken I 2016-2017, 34 325, A (gewijzigd voorstel van wet)
- Kamerstukken I 2016-2017, 34 325, B (voorlopig verslag)x
- Handelingen I 2016-2017, nr.x

 

 

Voorstel van wet van het lid Karabulut tot wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten in verband met de invoering van een verdringingstoets (Wet verdringingstoets)

 

     WIJ WILLEM-ALEXANDER, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in de Participatiewet een verdringingstoets op te nemen;
     Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I. Wijziging van de Aanbestedingswet 2012
De Aanbestedingswet 2012 wordt als volgt gewijzigd:
A.
Na artikel 2.80 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 2.80a.
Indien de bijzondere voorwaarden, bedoeld in artikel 2.80, betrekking hebben op de op arbeidsinschakeling gerichte werkzaamheden als bedoeld in de Participatiewet, wordt tevens de verdringingstoets, bedoeld in paragraaf 1.3 van die wet, toegepast.
B.
In artikel 2.81, eerste lid, wordt "arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden" vervangen door: de verdringingstoets, arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden.

 

Art. II. Wijziging van de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied
De Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied wordt als volgt gewijzigd:
A.
Na artikel 2.70 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 2.70a.
Indien de bijzondere voorwaarden, bedoeld in artikel 2.70, betrekking hebben op de op arbeidsinschakeling gerichte werkzaamheden als bedoeld in de Participatiewet, wordt tevens de verdringingstoets, bedoeld in paragraaf 1.3 van die wet, toegepast.
B.
In artikel 2.71, eerste lid, wordt "arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden" vervangen door: de verdringingstoets, arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden.

 

Art. III. Wijziging van de Participatiewet
De Participatiewet wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van het artikel door een puntkomma, een onderdeel waarvan de lettering aansluit op het laatste onderdeel toegevoegd, luidende:
#. verdringing op de arbeidsmarkt: vervanging van betaalde arbeid tegen ten minste het wettelijk minimumloon door arbeid die wordt verricht door personen met een uitkering op grond van deze wet of de Werkloosheidswet, zonder loon of tegen een loon of een vergoeding dat lager is dan het wettelijk minimumloon.
B.
Na paragraaf 1.2 wordt een paragraaf toegevoegd, luidende:
§ 1.3. Verdringingstoets
Art. 8d*. Verdringingstoets
-1. Met het oog op het tegengaan van verdringing op de arbeidsmarkt is er een verdringingstoets.
-2. De verdringingstoets voldoet aan de volgende uitgangspunten:
a. van verdringing op de arbeidsmarkt is sprake indien de inzet van personen met een uitkering ertoe leidt dat de werkzaamheden goedkoper worden verricht dan wanneer de werkzaamheden worden verricht door personen die ten minste het wettelijk minimumloon verdienen;
b. van verdringing op de arbeidsmarkt is sprake indien personen die ten minste tegen het wettelijk minimumloon werkzaamheden verrichten, worden vervangen door personen die dezelfde werkzaamheden verrichten zonder of tegen een lager loon;
c. van verdringing op de arbeidsmarkt is sprake indien de inzet van personen met een uitkering leidt tot aanpassing van het loon en de overige arbeidsomstandigheden van andere personen die voor dezelfde organisatie werkzaamheden verrichten;
d. van verdringing op de arbeidsmarkt is sprake indien de inzet van personen met een uitkering ertoe leidt dat werkzaamheden die tegen ten minste voor het wettelijk minimumloon werden uitgevoerd, worden uitgevoerd zonder betaling of tegen een bedrag lager dan het wettelijk minimumloon;
e. van verdringing op de arbeidsmarkt is sprake indien werkzaamheden worden verricht door personen met een uitkering op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 1º, 4º, 5º en 6º, of de Werkloosheidswet en de werkgever hiervoor een loonkostensubsidie ontvangt die hoger is dan het verschil tussen de loonwaarde van deze persoon en het wettelijk minimumloon.
-3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de verdringingstoets. Deze hebben in ieder geval betrekking op de wijze van totstandkoming, de wijze van toepassing en de herziening van de verdringingstoets.
-4. Het ontwerp van een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan worden gedaan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken, tenzij binnen die termijn door of namens één der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van één der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
Art. 8e. Reikwijdte
-1. De verdringingstoets is van toepassing op:
a. activiteiten gericht op de arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid;
b. onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c;
c. onbeloonde additionele werkzaamheden als bedoeld in artikel 10a, eerste lid;
d. proefplaatsen als bedoeld in artikel 76a, eerste lid, van de Werkloosheidswet; en
e. aanbestedingstrajecten als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied.
-2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere voorzieningen, trajecten of werkzaamheden worden aangewezen waarop de verdringingstoets van toepassing is. Artikel 8d*, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Art. 8f. Verplicht gebruik
-1. Het college maakt bij de uitvoering van deze wet gebruik van de verdringingstoets bij:
a. voorzieningen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b;
b. onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c;
c. onbeloonde additionele werkzaamheden als bedoeld in artikel 10a, eerste lid; en
d. andere voorzieningen die gericht zijn op het bevorderen van arbeidsinschakeling of sociale activering.
-2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere voorzieningen, trajecten of gevallen worden aangewezen waarop de verdringingstoets van toepassing is. Artikel 8d*, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Art. 8g. Voorwaarden
-1. Ter voorkoming van verdringing op de arbeidsmarkt gelden bij het uitvoeren van taken op het gebied van arbeidsparticipatie op grond van deze wet in ieder geval de volgende voorwaarden:
a. de voorzieningen, trajecten, werkzaamheden of gevallen, bedoeld in artikel 8f, eerste en tweede lid, worden vastgelegd in een overeenkomst tussen het college en een natuurlijk persoon of een rechtspersoon ten behoeve waarvan die activiteiten verricht worden;
b. de in de overeenkomst opgenomen voorzieningen, trajecten of werkzaamheden bevatten geen activiteiten die in de drie jaar vóór de periode waarop de overeenkomst betrekking heeft, werden verricht tegen ten minste het minimumloon; en
c. de in de overeenkomst opgenomen activiteiten leiden niet tot oneerlijke mededinging jegens derden.
-2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.
-3. Het ontwerp van een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan worden gedaan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken, tenzij binnen die termijn door of namens één der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van één der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
C.
In het opschrift van paragraaf 7.2 wordt "en gemeentelijke toezichthouders" vervangen door: , gemeentelijke toezichthouders en toezicht door het Rijk.
D.
Aan artikel 76, eerste lid, wordt een volzin toegevoegd, luidende: Onder ernstige tekortkomingen als bedoeld in de eerste volzin wordt in ieder geval verstaan het niet naleven van het bepaalde in artikel 8f van deze wet.¹

1. Volgens de redactie dient "van deze wet" te vervallen.

 

Art. IV. Wijziging van de Werkloosheidswet
Aan artikel 76a van de Werkloosheidswet wordt een lid toegevoegd, luidende:
-6. De artikelen 8d* tot en met 8g van de Participatiewet zijn van overeenkomstige toepassing op de onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats, bedoeld in het derde lid.

 

Art. V. Evaluatie
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na drie jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

 

Art. VI. Overgangsrecht
-1. Binnen zes maanden na inwerkingtreding van artikel III, onderdeel B, van deze wet ¹ stelt de gemeenteraad bij verordening regels vast met betrekking tot de uitvoering van paragraaf 1.3 van de Participatiewet.
-2. Binnen één jaar na inwerkingtreding van artikel III, onderdeel B, van deze wet ¹ past het college de verdringingstoets toe op de voorzieningen, trajecten of werkzaamheden, bedoeld in artikel 8e, die vóór inwerkingtreding tot stand zijn gekomen. Indien een voorziening, een traject of werkzaamheden niet voldoen aan de eisen in de verdringingstoets, streeft het college naar beëindiging van die voorziening, dat traject of die werkzaamheden op zo kort mogelijke termijn.
-3. Binnen zes maanden na inwerkingtreding van artikel IV van deze wet ¹ stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beleidsregels vast met betrekking tot de uitvoering van artikel 76a, zesde lid, van de Werkloosheidswet.
-4. Binnen één jaar na inwerkingtreding van artikel IV van deze wet ¹ toetst het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de werkzaamheden op een proefplaats die vóór inwerkingtreding van dat artikel zijn aangevangen. Indien de werkzaamheden niet voldoen aan de eisen in de verdringingstoets, streeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen naar beëindiging van die werkzaamheden op zo kort mogelijke termijn.
-5. Een aanbestedende dienst of specialesectorbedrijf die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I dan wel artikel II van deze wet ¹ een aankondiging van een aanbesteding heeft gedaan, dan wel een gunningsbeslissing heeft genomen, waarvan bijzondere voorwaarden als bedoeld in artikel 2.80 van de Aanbestedingswet 2012 dan wel artikel 2.70 van de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied deel uitmaken, toetst binnen één jaar na inwerkingtreding van artikel I dan wel artikel II of de bijzondere voorwaarden, voor zover deze betrekking hebben op de op arbeidsinschakeling gerichte werkzaamheden, voldoen aan de verdringingstoets. Indien deze bijzondere voorwaarden niet voldoen aan verdringingstoets, streeft de aanbestedende dienst of het specialesectorbedrijf naar herziening van deze bijzondere voorwaarden.

1. Volgens de redactie dient "van deze wet" telkens te vervallen.

 

Art. VII. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

 

Art. VIII. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet verdringingstoets.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,