Zie ook:
- Europees Verdrag inzake sociale zekerheid (EVSZ)

 

 

Nederlandse vertaling:

 

Aanvullend Akkoord ter toepassing van het Europees Verdrag inzake sociale zekerheid

 

     De Lid-Staten van de Raad van Europa welke het Europees Verdrag inzake sociale zekerheid en dit aanvullend Akkoord hebben ondertekend,

     Overwegende dat overeenkomstig artikel 80, eerste lid van het Europees Verdrag inzake sociale zekerheid, de toepassing van dit Verdrag bij een aanvullend Akkoord wordt geregeld,

     Zijn het volgende overeengekomen:

 

TITEL I. Algemene Bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van dit aanvullend Akkoord:

  • a) wordt onder „Verdrag” verstaan het Europees Verdrag inzake sociale zekerheid;

  • b) wordt onder „Akkoord” verstaan het aanvullend Akkoord ter toepassing van het Verdrag;

  • c) wordt onder „Comité” verstaan het Comité van deskundigen inzake sociale zekerheid van de Raad van Europa of ieder ander Comité dat door het Comité van Ministers van de Raad van Europa met de in artikel 2 van het Akkoord bedoelde taken kan worden belast;

  • d) wordt onder „seizoenarbeider” verstaan een werknemer die zich begeeft naar het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan die, op het grondgebied waarvan hij woont, teneinde aldaar voor rekening van een onderneming of een werkgever van deze Partij seizoenarbeid te verrichten voor een tijdvak dat niet langer dan acht maanden zal duren en die gedurende zijn werkzaamheden op het grondgebied van bedoelde Partij verblijft; onder seizoenarbeid wordt verstaan arbeid die van het seizoen afhankelijk is en elk jaar automatisch terugkeert; de hoedanigheid van seizoenarbeider wordt bewezen door overlegging van de arbeidsovereenkomst, voor gezien getekend door de diensten voor arbeidsbemiddeling van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de seizoenarbeider werkzaamheden komt verrichten, of van een door deze diensten voor gezien getekend document waarin wordt verklaard dat de belanghebbende op dit grondgebied een seizoenbetrekking heeft;

  • e) hebben de in artikel 1 van het Verdrag omschreven termen de hun in dit artikel toegekende betekenis.

Artikel 2

  • 1 De modellen van de bewijsstukken, verklaringen, aangiften, aanvragen en andere documenten welke voor de toepassing van het Verdrag en het Akkoord nodig zijn, worden door het Comité vastgesteld. Indien twee of meer Verdragsluitende Partijen overeenkomen andere modellen te gebruiken, stellen zij daarvan het Comité in kennis.

  • 2 Op verzoek van de bevoegde autoriteiten van een Verdragsluitende Partij kan het Comité inlichtingen verzamelen betreffende de bepalingen van de wetgevingen waarop het Verdrag van toepassing is.

  • 3 Het Comité kan handleidingen samenstellen met het doel de belanghebbenden voor te lichten over hun rechten en de administratieve formaliteiten welke zij dienen te vervullen om deze rechten geldend te maken.

Artikel 3

  • 1 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen verbindingsorganen aanwijzen welke gerechtigd zijn zich rechtstreeks met elkaar in verbinding te stellen, alsmede met de organen van elke Verdragsluitende Partij, mits de bevoegde autoriteit van deze Partij daartoe toestemming heeft verleend.

  • 2 Ieder orgaan van een Verdragsluitende Partij, alsmede elke persoon die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij woont of verblijft, kan zich rechtstreeks of door bemiddeling van de verbindingsorganen tot het orgaan van een andere Verdragsluitende Partij wenden.

Artikel 4

  • 1 Bijlage 1 vermeldt de bevoegde autoriteit of de bevoegde autoriteiten van elke Verdragsluitende Partij.

  • 2 Bijlage 2 vermeldt de bevoegde organen van elke Verdragsluitende Partij.

  • 3 Bijlage 3 vermeldt de organen van de woonplaats en de organen van de verblijfplaats van elke Verdragsluitende Partij.

  • 4 Bijlage 4 vermeldt de door de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen krachtens artikel 3, eerste lid van het Akkoord aangewezen verbindingsorganen.

  • 5 Bijlage 5 vermeldt de in artikel 6, sub b) en in artikel 46, tweede lid van het Akkoord bedoelde bepalingen.

  • 6 Bijlage 6 vermeldt naam en plaats van vestiging van de in artikel 48, eerste lid van het Akkoord bedoelde banken.

  • 7 Bijlage 7 vermeldt de organen welke door de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen zijn aangewezen krachtens artikel 7, eerste lid, artikel 12, eerste lid, artikel 14, tweede en derde lid, artikel 34, artikel 57, eerste lid, artikel 63, eerste lid, artikel 72, tweede lid, artikel 73, tweede lid, artikel 76, artikel 77, artikel 78, tweede lid, artikel 83, eerste lid, artikel 84 en artikel 87, tweede lid van het Akkoord.

Artikel 5

Twee of meer Verdragsluitende Partijen kunnen in onderlinge overeenstemming, voor wat hen betreft, andere toepassingsvoorschriften vaststellen dan die welke in dit Akkoord zijn neergelegd.

Artikel 6

Het Akkoord treedt in de plaats van:

  • a) de akkoorden betreffende de toepassing van de verdragen inzake sociale zekerheid waarvoor het Verdrag in de plaats treedt;

  • b) de bepalingen betreffende de toepassing van de in artikel 6, derde lid van het Verdrag bedoelde verdragsbepalingen, tenzij deze bepalingen in bijlage 5 worden vermeld.

TITEL II. Toepassing van Titel I van het Verdrag

(Algemene Bepalingen)

Toepassing van artikel 10 van het Verdrag

Artikel 7

 

 

 

 

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.