Zie ook:
- Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kaapverdië inzake sociale zekerheid

 

 

Nederlandse vertaling:

 

Administratief Akkoord met betrekking tot de wijze van toepassing van het op 18 november 1981 te 's-Gravenhage ondertekende Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kaapverdië inzake sociale zekerheid

 

     Ter uitvoering van de artikelen 15, tweede lid, 17, zesde lid, 31, eerste lid en 32 van het op 18 november 1981 te 's-Gravenhage ondertekende Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kaapverdië inzake sociale zekerheid (hierna aangeduid met de term "Verdrag"), hebben de bevoegde Nederlandse en Kaapverdische autoriteiten in gemeen overleg de volgende bepalingen vastgesteld:

 

TITEL I. Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Akkoord hebben de in artikel 1 van het Verdrag omschreven termen de hun in genoemd artikel toegekende betekenis.

Artikel 2

Voor de toepassing van dit Akkoord worden als „verbindingsorganen” aangewezen:

  • 1. van Nederlandse zijde:

    • a) voor de verstrekkingen in geval van ziekte en moederschap: de Ziekenfondsraad te Amstelveen;

    • b) voor de ouderdomspensioenen en pensioenen aan nagelaten betrekkingen, alsmede voor de kinderbijslagen: de Sociale Verzekeringsbank te Amstelveen;

    • c) in alle overige gevallen: het Gemeenschappelijk Administratiekantoor te Amsterdam.

  • 2. van Kaapverdische zijde: Instituto Nacional da Previdência Social (nationaal instituut voor sociale voorzieningen).

Artikel 3

  • 1 In het in artikel 7, letter a) onder i), van het Verdrag bedoelde geval reikt de hierna genoemde instelling van het land waarvan de wetgeving van toepassing blijft, de werknemer op verzoek een detacheringsbewijs uit waarin wordt verklaard dat op hem de wetgeving van dit land van toepassing blijft.

  • 2 Dit bewijsstuk wordt opgemaakt:

    • - in Nederland: door de Sociale Verzekeringsraad te Zoetermeer;

    • - in Kaapverdië: door de Direcçåo Geral do Trabalho e Emprego (Directoraat-Generaal Arbeid en Werkgelegenheid).

  • 3 In het in artikel 7, letter a) onder ii) van het Verdrag bedoelde geval richt de werkgever, zo mogelijk vóór het einde van de eerste periode van twaalf maanden, een verzoek om verlenging van detachering aan de instelling die het eerste bewijsstuk heeft uitgereikt; laatstbedoelde instelling vraagt de goedkeuring van de bevoegde autoriteit van het land waar de tijdelijke werkzaamheden worden verricht en reikt, nadat goedkeuring is verkregen, een tweede bewijsstuk uit.

Artikel 4

  • 1 De werknemer die overeenkomstig artikel 8, tweede lid van het Verdrag zijn keuzerecht uitoefent, deelt dit mede aan de aangewezen instelling van het land voor de wetgeving waarvan hij heeft gekozen, terwijl hij tegelijkertijd zijn werkgever op de hoogte stelt. Deze instelling reikt de werknemer een bewijsstuk uit waaruit blijkt dat op hem bedoelde wetgeving van toepassing is en stelt de instelling van het andere land hiervan in kennis.

  • 2 Voor de toepassing van het vorige lid wordt aangewezen:

    • - in Nederland: de Sociale Verzekeringsraad;

    • - in Kaapverdië: de Direcção do Trabalho (Directoraat van de Arbeid).

  • 3 De keuze wordt van kracht op de datum waarop het Verdrag in werking treedt of waarop de werknemer door de diplomatieke zending, de consulaire post, onderscheidenlijk de ambtenaar van deze zending of post, in dienst wordt genomen.

TITEL II. Bijzondere bepalingen

Hoofdstuk 1. Ziekte en moederschap

Artikel 5

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder „orgaan van de woonplaats” en „orgaan van de verblijfplaats” verstaan:

 

 

 

 

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.