Zie ook:
- Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Tunesië inzake sociale zekerheid

 

 

Nederlandse vertaling:

 

Administratief Akkoord met betrekking tot de wijze van toepassing van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Tunesië inzake sociale zekerheid

 

     Ter uitvoering van de artikelen 18, tweede lid, 25, zesde lid, 30, 36, 39, eerste lid, en 40 van het op 22 september 1978 te Tunis ondertekende Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Tunesië inzake sociale zekerheid (hierna aangeduid met de term "Verdrag"), hebben de bevoegde Nederlandse en Tunesische autoriteiten in gemeen overleg de volgende bepalingen vastgesteld:

 

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Akkoord hebben de in artikel 1 van het Verdrag omschreven termen de hun in genoemd artikel toegekende betekenis.

Artikel 2

Voor de toepassing van dit Akkoord worden als verbindingsorganen aangewezen:

  • - Van Nederlandse zijde:

    • a. Voor verstrekkingen in geval van ziekte en moederschap: De Ziekenfondsraad te Amstelveen;

    • b. Voor ouderdoms- en overlevingspensioenen alsmede voor kinderbijslag: De Sociale Verzekeringsbank te Amstelveen;

    • c. In alle overige gevallen: het Gemeenschappelijk Administratiekantoor te Amsterdam.

  • - Van Tunesische zijde:

    • a. Het Nationale Fonds voor Sociale Zekerheid (Caisse Nationale de Sécurité Sociale (CNSS)) voor de takken van verzekering ziekte, moederschap en overlijden, gezinsuitkeringen, arbeidsongevallen en beroepsziekten;

    • b. Het Fonds Verzekering Ouderdom, Invaliditeit en Overleving (Caisse d'Assurance Vieillesse, Invalidité et Survie (CAVIS)) voor de takken van verzekering invaliditeit, ouderdom en overlijden (pensioenen voor nabestaanden) alsmede de verstrekkingen en de gezinsuitkeringen verleend aan de pensioengerechtigden.

Artikel 3

  • 1 In het in artikel 8, letter a), van het Verdrag bedoelde geval reikt de hierna genoemde instelling van het land, waarvan de wetgeving van toepassing blijft, de werknemer op verzoek een detacheringsbewijs uit waarin wordt verklaard dat op hem de wetgeving van dit land van toepassing blijft.

  • 2 Dit bewijsstuk wordt opgemaakt:

    • - in Nederland: door de Sociale Verzekeringsraad te Zoetermeer.

    • - in Tunesië: door de „Caisse Nationale de Sécurité Sociale" te Tunis.

  • 3 Het bewijsstuk moet, zo nodig, door de vertegenwoordiger van de werknemer in het andere land, indien er een zodanige vertegenwoordiger is, of anders door de werknemer zelf worden overgelegd.

  • 4 Indien de werkzaamheden langer dan 12 maanden duren, richt de werkgever voor het einde van deze periode een verzoek om verlenging van detachering aan de instelling welke het eerste bewijsstuk heeft uitgereikt, laatstbedoelde instelling vraagt de goedkeuring van de bevoegde autoriteit van het land waar de tijdelijke werkzaamheden worden verricht en reikt, nadat de goedkeuring is verkregen, een tweede bewijsstuk uit.

Artikel 4

De werknemer die overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van het Verdrag zijn keuzerecht uitoefent, deelt dit, door tussenkomst van zijn werkgever, mede aan de in artikel 3, tweede lid, aangewezen instelling van het land voor de wetgeving waarvan hij heeft gekozen. Deze instelling stelt de instelling van het andere land hiervan in kennis.

De keuze wordt van kracht op de datum van inwerkingtreding van het Verdrag of op de datum waarop de werknemer door de diplomatieke zending of consulaire post, onderscheidenlijk de ambtenaar van deze zending of post wordt aangesteld.

TITEL II. BIJZONDERE BEPALINGEN

HOOFDSTUK 1. Prestaties bij ziekte en moederschap

Artikel 5

Voor de toepassing van dit Hoofdstuk wordt onder „orgaan van de woonplaats" en „orgaan van de verblijfplaats" verstaan:

 

 

 

 

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.