Zie ook:
- Aanvullende Overeenkomst ter uitvoering van het Algemeen Verdrag tussen Nederland en Frankrijk inzake de sociale zekerheid (Stelsel van sociale zekerheid van toepassing op arbeiders in de mijnen en daarmede gelijkgestelde ondernemingen)

- Administratief Accoord met betrekking tot de wijze van toepassing van het op 7 januari 1950 tussen Nederland en Frankrijk gesloten Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid

- Bijzonder Protocol inzake de aanvullende uitkering ingevolge de Franse wet van 30 juni 1956 houdende instelling van een "Fonds National de Solidarité"

- Notawisseling tussen de Nederlandse en de Franse Regering houdende een Overeenkomst inzake de uitlegging van artikel 18, eerste lid, van de Algemene Overeenkomst inzake sociale zekerheid van 7 januari 1950

- Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek, ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van het Algemeen Verdrag tussen Nederland en Frankrijk inzake de sociale zekerheid, ondertekend te 's-Gravenhage de 7e januari 1950

- Protocol inzake de ouderdomsuitkeringen voor de niet-loonarbeiders

 

 

Nederlandse vertaling:

 

Algemeen Verdrag tussen Nederland en Frankrijk inzake de sociale zekerheid

 

     Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden

     en

     de President der Franse Republiek,

     wensende de rechten, voortvloeiende uit de wetten betreffende de sociale zekerheid, van kracht in beide verdragsluitende landen, te waarborgen voor de onderdanen, op wie die wetten van toepassing zijn of van toepassing zijn geweest, hebben besloten een verdrag te sluiten en hebben daartoe tot Hun Gevolmachtigden benoemd, te weten:

     Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

     Mr. D.U. Stikker, Hoogstderzelver Minister van Buitenlandse Zaken, en

     Mr. A.M. Joekes, Hoogstderzelver Minister van Sociale Zaken;

     De President der Franse Republiek:

     Z.E. Jean-Paul Garnier, Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur van Frankrijk te 's-Gravenhage, en

     Z.E. Pierre Segelle, Minister van Arbeid en Sociale Zekerheid,

     die, na elkander hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten te hebben overgelegd, zijn overeengekomen nopens de volgende bepalingen:

 

TITEL I. Algemene beginselen

Artikel 1

  • 1 Nederlandse of Franse onderdanen, die in loondienst zijn of die bij de wettelijke regelingen inzake sociale zekerheid, bedoeld in artikel 2 van dit verdrag, met in loondienst zijnde personen zijn gelijkgesteld, zijn onderscheidenlijk onderworpen aan bedoelde in Frankrijk of Nederland van toepassing zijnde wettelijke regelingen en ontlenen daaraan rechten onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van elk van beide landen.

  • 2 Nederlandse onderdanen, niet bedoeld in lid 1 van dit artikel, hebben onder dezelfde voorwaarden als Franse onderdanen aanspraak op gezinstoelagen overeenkomstig de in Frankrijk van toepassing zijnde wettelijke regelingen, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

  • 1 De wettelijke regelingen inzake sociale zekerheid, waarop dit verdrag van toepassing is, omvatten:

    • 1º. in Frankrijk:

      • a) de wetgeving, regelende de organisatie van de sociale zekerheid;

      • b) de algemene wetgeving, houdende regeling van het stelsel van sociale verzekering, van toepassing op de verzekerden in de niet-agrarische beroepen, met betrekking tot de verzekering tegen ziekte, invaliditeit, ouderdom, overlijden en de dekking van de kosten van het moederschap, met uitzondering van de wet van 23 September 1948, No. 48-1473, waarbij enige bepalingen van de beschikking van 19 October 1945 betreffende het stelsel van de sociale verzekering voor de verzekerden in de niet-agrarische beroepen op studenten van toepassing zijn verklaard;

      • c) de wetgeving inzake de sociale verzekering, van toepassing op loonarbeiders en met dezen gelijkgestelden in de agrarische beroepen en regelende de dekking van dezelfde risico's en kosten;

      • d) de wetgeving inzake de gezinstoelagen;

      • e) de wettelijke regelingen inzake de voorkoming van en de schadeloosstelling bij bedrijfsongevallen en beroepsziekten;

      • f) de bijzondere regelingen inzake de sociale zekerheid, voor zover zij betrekking hebben op de risico's of schadeloosstellingen, welke gedekt worden door de vorengenoemde wettelijke regelingen en in het bijzonder het stelsel betreffende de sociale zekerheid in de mijnen.

    • 2°. in Nederland:

      • a) de wettelijke regelingen inzake de ziekteverzekering, daaronder begrepen die inzake de geneeskundige verzorging en die inzake de moederschapsuitkeringen;

      • b) de wettelijke regelingen inzake de verzekering tegen geldelijke gevolgen van ouderdom, invaliditeit en voortijdig overlijden;

      • c) de wettelijke regelingen inzake bedrijfsongevallen en beroepsziekten;

      • d) de wettelijke regelingen inzake kinderbijslag;

      • e) de regeling betreffende het stelsel van pensionnering der mijnarbeiders en der met dezen gelijkgestelden.

  • 2 Dit verdrag is eveneens van toepassing op alle wetten of regelingen, welke de wetten of regelingen, genoemd in het eerste lid van dit artikel, hebben gewijzigd of aangevuld of zullen wijzigen of aanvullen, met dien verstande evenwel, dat dit verdrag slechts van toepassing is:

    • a) op wetten of regelingen, welke betrekking hebben op een nieuwe tak van sociale zekerheid, indien daartoe een nadere overeenkomst is gesloten tussen de verdragsluitende landen;

    • b) op wetten of regelingen, welke de werking van de bestaande stelsels uitbreiden tot nieuwe groepen van verzekerden, indien de betrokken Regering daartegen niet binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van bedoelde wetten of regelingen van bezwaren doet blijken aan de Regering van het andere land.

Artikel 3

  • 1 Loonarbeiders en bij de in elk van beide verdragsluitende landen toepasselijke wetgevingen met loonarbeiders gelijkgestelden, die in een van die landen werkzaam zijn, zijn onderworpen aan de wettelijke regelingen, van kracht in het land, waar zij hun arbeid verrichten.

  • 2 Op het beginsel, vervat in het eerste lid van dit artikel, gelden de volgende uitzonderingen:

    • a) loonarbeiders en met dezen gelijkgestelden, die in een ander land dan dat, waar zij gewoonlijk verblijf houden, werkzaam zijn ten behoeve van een onderneming, welke in het land van hun gewone verblijfplaats is gevestigd en waarbij zij gewoonlijk in dienst zijn, blijven onderworpen aan de wettelijke regelingen van het land, waar zij gewoonlijk werkzaam zijn, mits de vermoedelijke duur van hun werkzaamheid op het grondgebied van het andere land de duur van zes maanden niet overschrijdt; in geval hun werkzaamheid in het andere land door onvoorziene omstandigheden langer zou duren dan oorspronkelijk voorzien was en de periode van zes maanden overschrijdt, kan de toepasselijkheid van de wettelijke regelingen van het land, waar zij gewoonlijk werkzaam zijn, bij wijze van uitzondering worden gehandhaafd, indien de bevoegde autoriteiten van het land, waar het tijdelijke werk wordt verricht, daarin toestemmen;

    • b) personen in dienst van in een der beide landen gevestigde transportondernemingen, welke behoren tot het zich bewegend (varend of rijdend) gedeelte van deze ondernemingen, zijn uitsluitend onderworpen aan de wetgeving, van kracht in het land, waar de zetel van de onderneming is gevestigd.

  • 3 Nederlandse onderdanen, niet zijnde loonarbeiders of met dezen gelijkgestelden, zijn onderworpen aan de Franse wetgeving inzake de gezinstoelagen, indien zij in Frankrijk hun hoofdberoep uitoefenen. In geval zij geen enkel beroep uitoefenen, zijn zij onderworpen aan de Franse wetgeving inzake de gezinstoelagen, indien zij in Frankrijk hun gewone verblijfplaats hebben.

  • 4 De hoogste administratieve autoriteiten van de verdragsluitende Staten kunnen in gemeen overleg uitzonderingen vaststellen op de regels van lid 1 en 3 van dit artikel. Zij kunnen eveneens overeenkomen, dat de uitzonderingen, bedoeld in het tweede lid, in bepaalde bijzondere gevallen buiten toepassing zullen blijven.

Artikel 4

  • 1 Het bepaalde in het eerste lid van artikel 3 is van toepassing op loonarbeiders en met dezen gelijkgestelden, ongeacht hun nationaliteit, die werkzaam zijn in de diplomatieke of consulaire diensten van Frankrijk of Nederland of die in persoonlijke dienst zijn van ambtenaren der diplomatieke of consulaire diensten van deze landen. Het bepaalde in de vorige volzin is evenwel niet van toepassing op diplomatieke en consulaire beroepsambtenaren en de beambten, behorende tot hun staf.

  • 2 Het bepaalde in artikel 3, tweede lid, onder a, kan bij nadere overeenkomst tussen de Regeringen der verdragsluitende landen van toepassing worden verklaard op personen in diplomatieke of consulaire dienst van Nederland of Frankrijk, die de nationaliteit bezitten van het land, in welks dienst zij werkzaam zijn en die niet definitief gevestigd zijn in het land, waar zij werkzaam zijn, zelfs indien verwacht kan worden, dat hun werkzaamheid in dat land langer dan zes maanden zal duren.

    Het bepaalde in de vorige volzin is eveneens van toepassing op ambtenaren in dienst van het ene land, die werkzaam zijn in het andere land en die niet zijn diplomatieke of consulaire beroepsambtenaren.

TITEL II. Bijzondere bepalingen

EERSTE HOOFDSTUK. Ziekteverzekering; moederschaps- en overlijdensuitkeringen

Artikel 5

Loonarbeiders en met dezen gelijkgestelden, die zich van Frankrijk naar Nederland begeven of omgekeerd, genieten evenals de indirect-verzekerden, die in het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling bij hen inwonen, de voordelen van de ziekteverzekering van dat land, voor zover:

 

 

 

 

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.