Zie ook:
- Aanvullend Protocol bij het Europees Sociaal Handvest

- Europees Sociaal Handvest (herzien) (ESH (herzien))

- Europese Overeenkomst inzake de sociale bescherming van landbouwers

 

 

Nederlandse vertaling:

 

Europees Sociaal Handvest

 

     De ondertekenende Regeringen, Leden van de Raad van Europa,

     Overwegende, dat het doel van de Raad van Europa is een grotere eenheid tussen zijn Leden tot stand te brengen ten einde de idealen en beginselen welke hun gemeenschappelijk erfdeel zijn, veilig te stellen en te verwezenlijken en hun economische en sociale vooruitgang te bevorderen, in het bijzonder door de handhaving en verdere verwezenlijking van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden:

     Overwegende, dat in het op 4 november 1950 te Rome ondertekende Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en het daarbij behorende Protocol, dat op 20 maart 1952 te Parijs werd ondertekend, de lid-staten van de Raad van Europa overeenkwamen, dat zij hun volkeren de daarin opgesomde burgerlijke en politieke rechten en vrijheden zouden waarborgen;

     Overwegende, dat ieder in het genot dient te worden gesteld van sociale rechten, ongeacht ras, huidskleur; geslacht, godsdienst, politieke overtuiging, nationale afstamming of maatschappelijke afkomst;

     Vastbesloten, gezamenlijk alles in het werk te stellen om het levenspeil te verhogen en het welzijn van alle bevolkingsgroepen, zowel in de stad als op het platteland, te bevorderen door middel van doelmatige instellingen en maatregelen;

     Zijn als volgt overeengekomen:

 

DEEL I

De Overeenkomstsluitende Partijen stellen zich ten doel met alle passende middelen, zowel op nationaal als internationaal terrein, zodanige voorwaarden te scheppen dat de hiernavolgende rechten en beginselen daadwerkelijk kunnen worden verwezenlijkt:

  • 1. Een ieder dient in staat te worden gesteld in zijn onderhoud te voorzien door werkzaamheden die hij vrijelijk heeft gekozen.

  • 2. Alle werknemers hebben recht op billijke arbeidsvoorwaarden.

  • 3. Alle werknemers hebben recht op veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden.

  • 4. Alle werknemers hebben recht op een billijke beloning welke hun en hun gezin een behoorlijk levenspeil waarborgt.

  • 5. Alle werknemers en werkgevers hebben recht op vrijheid van vereniging in nationale of internationale organisaties voor de bescherming van hun economische en sociale belangen.

  • 6. Alle werknemers en werkgevers hebben het recht collectief te onderhandelen.

  • 7. Kinderen en jeugdige personen hebben recht op een bijzondere bescherming tegen de gevaren voor lichaam en geest waaraan zij blootstaan.

  • 8. Zwangere vrouwen en andere vrouwen in de daarvoor in aanmerking komende omstandigheden hebben bij hun arbeid in dienstbetrekking recht op bijzondere bescherming.

  • 9. Een ieder heeft recht op een doelmatige beroepskeuzevoorlichting, die erop gericht is hem bij te staan bij de keuze van een beroep dat strookt met zijn persoonlijke aanleg en belangstelling.

  • 10. Een ieder heeft recht op een doelmatige vakopleiding.

  • 11. Een ieder heeft het recht om gebruik te maken van alle voorzieningen welke hem in staat stellen in een zo goed mogelijke gezondheid te verkeren.

  • 12. Alle werknemers en personen te hunnen laste hebben recht op sociale zekerheid.

  • 13. Een ieder die geen voldoende middelen van bestaan heeft, heeft recht op sociale en geneeskundige bijstand.

  • 14. Een ieder heeft recht op bijstand door diensten voor sociaal welzijn.

  • 15. Iedere minder-valide heeft recht op vakopleiding en revalidatie in beroep en samenleving, ongeacht de oorzaak en aard van zijn invaliditeit.

  • 16. Het gezin als fundamentele maatschappelijke eenheid heeft recht op een voor zijn volledige ontplooiing doelmatige sociale, wettelijke en economische bescherming.

  • 17. Moeders en kinderen hebben, ongeacht de echtelijke staat en de gezinsverhoudingen, recht op een passende sociale en economische bescherming.

  • 18. De onderdanen van de ene Overeenkomstsluitende Partij hebben het recht op het grondgebied van elke andere Partij een op winst gerichte bezigheid uit te oefenen op voet van gelijkheid met de onderdanen van laatstgenoemde Partij, behoudens beperkingen op grond van economische of sociale redenen van dringende aard.

  • 19. Migrerende werknemers die onderdaan van een der Overeenkomstsluitende Partijen zijn, alsmede hun gezinnen, hebben recht op bescherming en bijstand op het grondgebied van elke andere Overeenkomstsluitende Partij.

DEEL II

De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich, overeenkomstig het bepaalde in Deel III, zich gebonden te achten door de verplichtingen, vervat in de hiernavolgende artikelen en leden.

Artikel 1. Recht op arbeid

Ten einde de onbelemmerde uitoefening van het recht op arbeid te waarborgen verbinden de Overeenkomstsluitende Partijen zich:

  • 1. de totstandbrenging en handhaving van een zo hoog en stabiel mogelijk werkgelegenheidspeil, met het oogmerk een volledige werkgelegenheid te verwezenlijken, als een hunner voornaamste doelstellingen en verantwoordelijkheden te beschouwen;

  • 2. het recht van de werknemer om in zijn onderhoud te voorzien door vrijelijk gekozen werkzaamheden daadwerkelijk te beschermen;

  • 3. kosteloze arbeidsbemiddelingsdiensten in te stellen of in stand te houden voor alle werknemers;

  • 4. te zorgen voor doelmatige beroepskeuzevoorlichting, vakopleiding en revalidatie en deze te bevorderen.

Artikel 2. Recht op billijke arbeidsvoorwaarden

Ten einde de onbelemmerde uitoefening van het recht op billijke arbeidsvoorwaarden te waarborgen verbinden de Overeenkomstsluitende Partijen zich:

  • 1. redelijke dagelijkse en wekelijkse arbeidstijden vast te stellen, waarbij de werkweek geleidelijk dient te worden verkort voorzover de vermeerdering der produktiviteit en andere van invloed zijnde factoren zulks toelaten;

  • 2. voor algemeen erkende feestdagen behoud van loon te waarborgen;

  • 3. een jaarlijks verlof van ten minste twee weken met behoud van loon te waarborgen;

  • 4. verdere vrije dagen met behoud van loon of een verkorting van de arbeidsduur te waarborgen voor werknemers die nader omschreven gevaarlijke of voor hun gezondheid schadelijke werkzaamheden verrichten;

  • 5. een wekelijkse rusttijd te waarborgen, die zoveel mogelijk samenvalt met de dag die volgens traditie of gewoonte in het betrokken land of in de betrokken streek als rustdag wordt erkend.

Artikel 3. Recht op veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden

Ten einde de onbelemmerde uitoefening van het recht op veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden te waarborgen, verbinden de Overeenkomstsluitende Partijen zich:

  • 1. voorschriften inzake veiligheid en hygiëne uit te vaardigen;

  • 2. voor de naleving van dergelijke voorschriften door middel van controlemaatregelen zorg te dragen;

  • 3. zo nodig overleg te plegen met organisaties van werkgevers en werknemers omtrent maatregelen, bedoeld om de bedrijfsveiligheid en -hygiëne te verhogen.

Artikel 4. Recht op billijke beloning

Om de onbelemmerde uitoefening van het recht op een billijke beloning te waarborgen, verbinden de Overeenkomstsluitende Partijen zich:

 

 

 

 

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.