Zie ook:
- Algemeen Verdrag tussen Nederland en Frankrijk inzake de sociale zekerheid

 

 

Nederlandse vertaling:

 

Protocol inzake de ouderdomsuitkeringen voor de niet-loonarbeiders

 

     De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek,

     Overwegende, dat de in de beide landen van kracht zijnde wettelijke regelingen inzake de sociale zekerheid zich op het gebied van de ouderdomsverzekering uitstrekken tot de niet-loonarbeiders en dat de aanvullende uitkering welke in Frankrijk is geregeld bij de wet van 30 juni 1956, een eigen wijze van toepassing met zich brengt;

     Besloten hebbende het op 7 januari 1950 te 's-Gravenhage ondertekende Algemeen Verdrag tussen Frankrijk en Nederland inzake de sociale zekerheid aan te vullen;

     Zijn over de volgende bepalingen tot overeenstemming gekomen:

 

 

  • 1. De Franse onderdanen die niet-loonarbeiders zijn, gemeten onder dezelfde voorwaarden als de Nederlandse onderdanen de voordelen van de Nederlandse wetgeving inzake de algemene ouderdomsverzekering, welke niet steunen op tijdvakken van premiebetaling, indien zij sedert het bereiken van de twintigjarige leeftijd in het geheel gedurende tenminste tien jaren in Nederland hebben gewoond en aldaar op het tijdstip van de aanvrage om uitkering sedert tenminste vijf jaren zonder onderbreking hun gewone verblijfplaats hebben.

  • 2. De Nederlandse onderdanen die niet-loonarbeiders zijn, genieten onder de voor de Franse onderdanen gestelde voorwaarden de voordelen van de Franse wettelijke regelingen inzake de ouderdomsuitkering voor niet-loonarbeiders of de bijzondere uitkering, indien zij sedert het bereiken van de twintigjarige leeftijd in het geheel gedurende tenminste tien jaren in Frankrijk hebben gewoond en aldaar op het tijdstip van de aanvrage om uitkering sedert tenminste vijf jaren zonder onderbreking hun gewone verblijfplaats hebben, en inzake de aanvullende uitkering welke is geregeld bij de Franse wet van 30 juni 1956, met inachtneming van de volgende bepalingen.

  • 3. Voor de toepassing van de bepalingen inzake de bronnen van inkomsten, neergelegd in de Franse wet van 30 juni 1956, verlenen de bevoegde Nederlandse instellingen aan de Franse organen en instellingen die de aanvullende uitkering verschuldigd zijn, hun medewerking bij:

 

 

 

 

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.