Zie ook:
- Verdrag betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid

 

 

Nederlandse vertaling:

 

Verdrag betreffende den gedwongen of verplichten arbeid

 

     De algemeene Conferentie van de Internationale Organisatie van den Arbeid, door den Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève en aldaar bijeengekomen op 10 Juni 1930, in hare veertiende zitting, besloten hebbende verschillende voorstellen aan te nemen betreffende den gedwongen of verplichten arbeid, welk onderwerp begrepen is in het eerste punt van de agenda der zitting, en besloten hebbende, dat deze voorstellen den vorm zullen aannemen van een verdrag;

     neemt heden, den 28sten Juni 1930, het volgende verdrag aan, dat genoemd zal worden het "Verdrag betreffende de gedwongen of verplichte arbeid, 1930", ter bekrachtiging door de leden van de Internationale Arbeidsorganisatie, zulks overeenkomstig de bepalingen van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie:

 

Artikel 1

  • 1 Ieder lid van de Internationale Organisatie van den Arbeid, dat dit verdrag bekrachtigt, verbindt zich den gedwongen of verplichten arbeid in al zijn vormen binnen den kortst mogelijken termijn af te schaffen.

  • 2 In verband met die beoogde algeheele afschaffing zal de gedwongen of verplichte arbeid gedurende een overgangsperiode uitsluitend voor openbare doeleinden en bij wijze van uitzondering gebruikt mogen worden, onder de voorwaarden en met de waarborgen, vastgesteld bij de volgende artikelen.

  • 3 Na verloop van een termijn van vijf jaar na het in werking treden van dit verdrag zal de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bij het gereedmaken van het rapport, bedoeld in artikel 31, onderzoeken, of het mogelijk is, den gedwongen of verplichten arbeid in al zijn vormen zonder nieuwen termijn af te schaffen en beslissen, of er aanleiding bestaat, dat vraagstuk op de agenda van de Conferentie te plaatsen.

Artikel 2

  • 1 Voor de toepassing van dit verdrag duidt de uitdrukking „gedwongen of verplichte arbeid” aan: elken arbeid of dienst, welke van een persoon wordt gevorderd onder bedreiging met een of andere straf en waarvoor bedoelde persoon zich niet vrijwillig heeft aangeboden.

  • 2 De uitdrukking „gedwongen of verplichte arbeid” zal echter voor de toepassing van dit verdrag niet omvatten:

    • a. elken arbeid of dienst, welke gevorderd wordt krachtens wetten op den verplichten militairen dienst en aangewend wordt voor werken, die een zuiver militair karakter dragen;

    • b. elken arbeid of dienst, welke deel uitmaakt van de normale burgerlijke verplichtingen van de burgers van een land, dat volledig zelfbestuur heeft;

    • c. elken arbeid of dienst van een persoon, gevorderd als gevolg van een veroordeeling, uitgesproken bij een rechterlijke beslissing, op voorwaarde, dat die arbeid of dienst ten uitvoer gelegd wordt onder opzicht en toezicht van de openbare machten, en dat de bedoelde persoon niet afgestaan wordt aan of ter beschikking gesteld wordt van particulieren, maatschappijen of private rechtspersonen;

    • d. elken arbeid of dienst, gevorderd in gevallen van overmacht, d. w. z. in geval van oorlog, onheilen of dreigende onheilen, zooals branden, overstroomingen, hongersnooden, aardbevingen, hevige epidemieën onder menschen of dieren, invallen van schadelijke dieren, insecten of plantaardige parasieten en in het algemeen, alle omstandigheden, welke het leven of de normale bestaansvoorwaarden van de geheele bevolking of een deel daarvan in gevaar brengen of in gevaar kunnen brengen;

    • e. de kleine dorpsdiensten, d. w. z. de diensten, uitgevoerd in het onmiddellijk belang van de gemeenschap door de leden daarvan, diensten, die uit dien hoofde beschouwd kunnen worden als normale burgerlijke verplichtingen, rustende op de leden van de gemeenschap, op voorwaarde, dat de bevolking zelf of hare rechtstreeksche vertegenwoordigers het recht hebben zich uit te spreken over de noodzakelijkheid van die diensten.

Artikel 3

Voor de toepassing van dit verdrag duidt de uitdrukking „bevoegde autoriteiten” aan, hetzij de autoriteiten van het moederland, hetzij de hoogste centrale autoriteiten van het betrokken gebied.

Artikel 4

  • 1 De bevoegde autoriteiten mogen den gedwongen of verplichten arbeid niet opleggen of laten opleggen ten behoeve van particulieren, vennootschappen of private rechtspersonen.

  • 2 Indien een dergelijke vorm van gedwongen of verplichten arbeid ten behoeve van particulieren, vennootschappen of private rechtspersonen bestaat op den datum, waarop de bekrachtiging van dit verdrag door een lid wordt ingeschreven door den Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau, moet dat lid dien gedwongen of verplichten arbeid geheel afschaffen met ingang van den datum, waarop te zijnen opzichte dit verdrag in werking treedt.

Artikel 5

  • 1 Een concessie verleend aan particulieren, aan vennootschappen of private rechtspersonen zal niet ten gevolge mogen hebben, dat

 

 

 

 

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.