Zie ook:
- Europese Code inzake sociale zekerheid

- Europese Code inzake Sociale Zekerheid (herzien)

 

 

Nederlandse vertaling:

 

Verdrag betreffende minimumnormen van sociale zekerheid

 

     De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

     Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève en aldaar bijeengekomen op 4 Juni 1952 in haar vijf en dertigste zitting,

     Besloten hebbende verschillende voorstellen aan te nemen betreffende minimum-normen van sociale zekerheid, welk onderwerp vervat is in het vijfde punt van de agenda der zitting,

     Besloten hebbende, dat deze voorstellen de vorm zullen aannemen van een internationaal Verdrag,

     neemt heden, de 28ste Juni 1952, het volgende Verdrag aan, hetwelk kan worden aangehaald als het "Verdrag betreffende de sociale zekerheid (minimum-normen), 1952":

 

DEEL I. Algemene bepalingen

Artikel 1

  • 1 Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

    • a) „voorgeschreven”: voorgeschreven bij of krachtens de nationale wetgeving;

    • b) „verblijf”: het gewone verblijf op het grondgebied van het Lid;

      „inwoner”: degene, die gewoonlijk op het grondgebied van het Lid verblijf houdt;

    • c) „echtgenote”: een echtgenote, die ten laste van haar man is;

    • d) „weduwe”: een vrouw, die ten laste van haar echtgenoot was op het tijdstip van diens overlijden;

    • e) „kind”: een kind beneden de leeftijd, waarop de leerplicht een einde neemt, of jonger dan 15 jaar, naargelang zal worden voorgeschreven;

    • f) „wachttijd”: hetzij een tijdvak van premiebetaling, hetzij een tijdvak van arbeid, hetzij een tijdvak van verblijf, hetzij een combinatie van deze tijdvakken, naargelang zal worden voorgeschreven.

  • 2 Voor de toepassing van de artikelen 10, 34 en 49 wordt onder „verstrekkingen” verstaan hetzij rechtstreeks verleende verstrekkingen, hetzij indirect verleende verstrekkingen, bestaande in een vergoeding van de door de belanghebbende gedragen kosten.

Artikel 2

Ieder Lid, te wiens aanzien dit Verdrag van kracht is, moet:

  • a) toepassen:

    • i) Deel I;

    • ii) ten minste drie der Delen II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX en X, waartoe ten minste moet behoren één van de Delen IV, V, VI, IX en X;

    • iii) de desbetreffende bepalingen van de Delen XI, XII en XIII;

    • iv) Deel XIV;

  • b) in zijn bekrachtigingsoorkonde aangeven ten aanzien van welke der Delen II tot en met X het de verplichtingen, voortspruitende uit het Verdrag, aanvaardt.

Artikel 3

  • 1 Een Lid, dat op economisch en medisch gebied nog niet voldoende tot ontwikkeling is gekomen, kan, indien de bevoegde autoriteit zulks wenst en zolang deze zulks noodzakelijk acht, door een bij zijn bekrachtigingsoorkonde gevoegde verklaring zich het recht voorbehouden tot toepassing van de tijdelijke afwijkende bepalingen, voorkomende in de volgende artikelen: 9d); 12 (2); 15d); 18 (2); 21c); 27d); 33b); 34 (3); 41d); 48c); 55d) en 61d).

  • 2 Elk Lid, dat een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, moet in zijn jaarlijks rapport over de toepassing van dit Verdrag, dat het krachtens artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie moet uitbrengen, omtrent elk der afwijkende bepalingen, die het toepast, vermelden:

    • a) dat de redenen voor de toepassing nog steeds bestaan; of

    • b) dat het met ingang van een bepaalde datum afstand doet van zijn recht tot toepassing van de betrokken afwijkende bepaling.

Artikel 4

  • 1 Elk Lid, dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan later aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau kennis geven, dat het de verplichtingen aanvaardt, voortvloeiende uit het Verdrag wat betreft een of meer der Delen II tot en met X, waarvan het in zijn bekrachtigingsoorkonde nog geen opgave heeft gedaan.

  • 2 De aanvaarding der verplichtingen, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, wordt geacht een integrerend deel uit te maken van de bekrachtiging en heeft gelijke kracht te rekenen van de datum der kennisgeving.

Artikel 5

Wanneer op grond van een der Delen II tot en met X, waarop de bekrachtiging van toepassing zal zijn, een Lid gehouden is tot het beschermen van voorgeschreven groepen van personen, welke in totaal ten minste een bepaald percentage uitmaken van de loontrekkenden of van de inwoners, moet dat Lid, alvorens zich te verbinden tot toepassing van dat Deel, zich ervan vergewissen, dat het bedoelde percentage is bereikt.

Artikel 6

Voor de toepassing van de Delen II, III, IV, V, VIII (wat betreft geneeskundige zorg), IX of X van dit Verdrag kan een Lid rekening houden met de bescherming, voortvloeiende uit verzekeringen, welke krachtens de nationale wetgeving niet verplicht zijn voor de betrokken personen, mits deze verzekeringen:

 

 

 

 

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.