Zie ook:
- Verdrag betreffende de organisatie van de dienst voor de werkgelegenheid (ILO-Verdrag nr. 88)

- Verdrag betreffende de werkgelegenheidspolitiek (ILO-Verdrag nr. 122)

- Verdrag betreffende migrerende arbeiders (herzien) 1949 (ILO-Verdrag nr. 97)

 

 

Nederlandse vertaling:

 

Verdrag inzake particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling

 

     De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

     Bijeengeroepen te Genève door de Raad van beheer van het Internationaal Arbeidsbureau en aldaar bijeengekomen op 3 juni 1997 in haar vijfentachtigste zitting; en

     Gelet op de bepalingen van het Verdrag betreffende bureaus voor arbeidsbemiddeling welke voor hun bemiddeling betaling vragen (herzien), 1949, en

     Zich bewust van het belang van flexibiliteit in het functioneren van de arbeidsmarkten, en

     In herinnering brengend dat de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar eenentachtigste zitting in 1994 van oordeel was dat de Internationale Arbeidsorganisatie ertoe moest overgaan het Verdrag betreffende bureaus voor arbeidsbemiddeling welke voor hun bemiddeling betaling vragen (herzien), 1949, te herzien, en

     Overwegend dat de omstandigheden waarin particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling opereren zeer verschillen van de omstandigheden die heersten ten tijde van de aanneming van het bovengenoemde Verdrag, en

     Erkennend de rol die particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling in een goed functionerende arbeidsmarkt kunnen spelen, en

     In herinnering brengend de noodzaak werknemers tegen misbruik te beschermen, en

     Erkennend de noodzaak het recht van vrijheid van vakvereniging te waarborgen en collectieve onderhandelingen en de sociale dialoog als onontbeerlijke elementen van een goed functionerend stelsel van arbeidsverhoudingen te bevorderen, en

     Gelet op de bepalingen van het Verdrag betreffende de organisatie van de dienst voor de werkgelegenheid, 1948, en

     In herinnering brengend het Verdrag betreffende gedwongen arbeid, 1930, het Verdrag betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht, 1948, het Verdrag betreffende het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen, 1949, het Verdrag betreffende discriminatie (arbeid en beroep), 1958, het Verdrag betreffende werkgelegenheidspolitiek,1964, het Verdrag betreffende de minimumleeftijd, 1973, het Verdrag ter bevordering van werkgelegenheid en bescherming tegen werkloosheid, 1988, alsmede de bepalingen inzake werving en plaatsing in het Verdrag betreffende migrerende arbeiders (herzien), 1949, en het Verdrag betreffende migrerende werknemers (aanvullende bepalingen), 1975, en

     Besloten hebbend tot het aannemen van bepaalde voorstellen met betrekking tot de herziening van het Verdrag betreffende bureaus voor arbeidsbemiddeling, welke voor hun bemiddeling betaling vragen (herzien), 1949, welk onderwerp als vierde punt op de agenda van de zitting voorkomt, en

     Vastgesteld hebbend dat deze voorstellen de vorm dienen te krijgen van een internationaal verdrag,

     neemt heden, de negentiende juni van het jaar negentienhonderd zevenennegentig, het volgende Verdrag aan, dat kan worden aangehaald als het "Verdrag inzake particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling, 1997":

 

Artikel 1

  • 1 Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder „particulier bureau voor arbeidsbemiddeling" verstaan elke natuurlijke of rechtspersoon, onafhankelijk van de openbare autoriteiten, die een of meer van de volgende diensten met betrekking tot de arbeidsmarkt levert:

    • a. diensten voor het op elkaar afstemmen van het aanbod van en de vraag naar werk, zonder dat het particuliere arbeidsbureau partij wordt bij de arbeidsverhoudingen die daaruit kunnen voortvloeien;

    • b. diensten bestaande uit het tewerkstellen van werknemers met het doel hen ter beschikking te stellen van een derde partij, die een natuurlijke of een rechtspersoon kan zijn (hierna aangeduid als „inleenbedrijf"), die hun taken vaststelt en toezicht houdt op de uitvoering daarvan;

    • c. andere diensten met betrekking tot het zoeken van werk, die worden vastgesteld door de bevoegde autoriteit na raadpleging van de meest representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, zoals het verstrekken van informatie, zonder het oogmerk een bepaald aanbod van en een bepaalde vraag naar werk op elkaar af te stemmen.

  • 2 Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder de term „werknemers" mede begrepen „werkzoekenden".

  • 3 Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder de term „verwerking van persoonsgegevens van werknemers" verstaan: het verzamelen, opslaan, samenvoegen, doorgeven of elk ander gebruik van informatie dat verband houdt met een werknemer van wie de identiteit is vastgesteld of is vast te stellen.

Artikel 2

  • 1 Dit Verdrag is van toepassing op alle particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling.

  • 2 Dit Verdrag is van toepassing op alle categorieën werknemers en alle takken van economische bedrijvigheid. Het is niet van toepassing op de werving van en arbeidsbemiddeling voor zeevarenden.

  • 3 Een van de doelstellingen van dit Verdrag is de exploitatie van particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling toe te staan alsmede de werknemers die gebruik maken van de diensten daarvan, in het kader van de verdragsbepalingen, te beschermen.

  • 4 Na raadpleging van de betrokken, meest representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, kan een Lid:

    • a. onder specifieke omstandigheden particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling verbieden werkzaam te zijn met betrekking tot bepaalde categorieën werknemers of in bepaalde takken van economische bedrijvigheid voor het leveren van een of meer van de in artikel 1, eerste lid, bedoelde diensten;

    • b. onder specifieke omstandigheden werknemers in bepaalde takken van economische bedrijvigheid of delen daarvan, uitsluiten van het toepassingsgebied van het Verdrag of van sommige bepalingen daarvan, mits de betrokken werknemers anderszins adequate bescherming genieten.

  • 5 Elk Lid dat dit Verdrag bekrachtigt, geeft in zijn rapporten krachtens artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie de eventuele verboden en uitsluitingen aan waarvan het gebruik maakt ingevolge het vierde lid, onder vermelding van de redenen daarvoor.

Artikel 3

  • 1 De juridische status van particuliere arbeidsbureaus wordt bepaald in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijk en na raadpleging van de meest representatieve organisaties van werkgevers en werknemers.

  • 2 Elk Lid stelt volgens een vergunningen- of certificeringssysteem de voorwaarden vast waaronder particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling hun werkzaamheden uitoefenen, tenzij deze voorwaarden krachtens de desbetreffende nationale wetgeving en praktijk op een andere wijze zijn geregeld of vastgesteld.

Artikel 4

Er worden maatregelen genomen ten einde te waarborgen dat de

 

 

 

 

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.