Nederlandse vertaling:

 

Verdrag betreffende thuiswerk

 

     De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

     Bijeengeroepen te Genève door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau, en aldaar bijeengekomen op 4 juni 1996 in haar drieëntachtigste zitting; en

     Herinnerend aan het feit dat veel internationale arbeidsverdragen en aanbevelingen waarin algemeen toepasbare normen betreffende arbeidsvoorwaarden zijn neergelegd, van toepassing zijn op thuiswerkers; en

     Gelet op het feit dat de specifieke omstandigheden die thuiswerk kenmerken, het wenselijk maken de toepassing van die verdragen en aanbevelingen op thuiswerkers te verbeteren en deze aan te vullen met normen die rekening houden met de speciale aard van thuiswerk; en

     Besloten hebbend tot het aannemen van bepaalde voorstellen met betrekking tot thuiswerk, welk onderwerp als vierde punt op de agenda van de zitting voorkomt; en

     Vastgesteld hebbend dat deze voorstellen de vorm dienen te krijgen van een internationaal verdrag;

     neemt heden, de twintigste juni van het jaar negentienhonderd zesennegentig het volgende Verdrag aan, dat kan worden aangehaald als het Thuiswerkverdrag, 1996.

 

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag:

  • a. wordt onder „thuiswerk” verstaan: werk dat een persoon, hierna te noemen een thuiswerker, verricht

    • i. in zijn of haar woning of in een andere ruimte van zijn of haar keuze die niet de arbeidsplaats van de werkgever is;

    • ii. tegen vergoeding;

    • iii. waaruit een product of dienst voortvloeit zoals aangegeven door de werkgever, ongeacht wie de gebruikte apparatuur, het materiaal of andere voor die prestatie benodigde middelen levert, tenzij deze persoon de benodigde mate van autonomie en economische onafhankelijkheid bezit om als zelfstandige te worden aangemerkt krachtens de nationale wet- en regelgeving of gerechtelijke beslissingen;

  • b. worden personen met de status van werknemer geen thuiswerkers in de zin van dit Verdrag door hun werk als werknemer eenvoudigweg af en toe thuis te verrichten, in plaats van op hun normale arbeidsplaats;

  • c. wordt onder „werkgever” verstaan: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, die, hetzij rechtstreeks, hetzij via een tussenpersoon, ongeacht het feit of in de nationale wetgeving wel of niet is voorzien in het bestaan van tussenpersonen, thuiswerk doet verrichten in het kader van zijn of haar zakelijke activiteiten.

Artikel 2

Dit Verdrag is van toepassing op alle personen die thuiswerk verrichten in de zin van artikel 1.

Artikel 3

Elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, dient een nationaal beleid inzake thuiswerk dat is gericht op verbetering van de omstandigheden van thuiswerkers te ontwikkelen, uit te voeren en regelmatig te herzien, na raadpleging van de meest representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties en, indien bestaand, van organisaties die de belangen behartigen van thuiswerkers en organisaties van thuiswerkgevers.

Artikel 4

  • 1 Het nationale beleid inzake thuiswerk dient zo veel mogelijk een gelijke behandeling van thuiswerkers en andere werknemers te bevorderen, waarbij rekening wordt gehouden met de speciale aard van thuiswerk en, waar van toepassing, met de voorwaarden die gelden voor hetzelfde of gelijksoortig werk dat wordt verricht in een onderneming.

  • 2 Gelijke behandeling dient in het bijzonder te worden bevorderd in verband met:

 

 

 

 

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.