Nederlandse vertaling:

 

Verdrag inzake de herziening van het Verdrag betreffende de bescherming van het moederschap (herzien), 1952

 

     De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

     Bijeengeroepen te Genève door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau en aldaar bijeengekomen op 30 mei 2000 in haar achtentachtigste zitting, en

     Gelet op de noodzaak het Verdrag betreffende de bescherming van het moederschap (herzien), 1952 en de Aanbeveling betreffende de bescherming van het moederschap, 1952, te herzien teneinde de gelijkheid van alle vrouwen van de beroepsbevolking en de gezondheid en veiligheid van moeder en kind verder te bevorderen en teneinde de verschillen in de economische en sociale ontwikkeling van de Leden alsmede de diversiteit van ondernemingen en de ontwikkeling van de bescherming van het moederschap in het nationale recht en de nationale praktijk te onderkennen, en

     Gelet op de bepalingen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948), het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (1979), het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind (1989), de Verklaring van Peking en het Platform voor Actie (1995), de Verklaring inzake gelijkheid van kansen voor en gelijke behandeling van vrouwelijke arbeiders (1975) van de Internationale Arbeidsorganisatie, de Verklaring inzake fundamentele beginselen en rechten in verband met werk en haar follow-up (1998) van de Internationale Arbeidsorganisatie, alsmede de internationale arbeidsverdragen en aanbevelingen gericht op het waarborgen van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannelijke en vrouwelijke werknemers, in het bijzonder het Verdrag betreffende arbeiders met gezinsverantwoordelijkheid, 1981, en

     Rekening houdend met de omstandigheden van vrouwelijke werknemers en de noodzaak zwangerschap te beschermen, hetgeen tot de gezamenlijke verantwoordelijkheid behoort van de overheid en de samenleving, en

     Besloten hebbend tot het aannemen van bepaalde voorstellen met betrekking tot de herziening van het Verdrag betreffende de bescherming van het moederschap (herzien), 1952, en van de Aanbeveling, 1952, welk onderwerp als vierde punt op de agenda van de zitting voorkomt, en

     Vastgesteld hebbend dat deze voorstellen de vorm zullen aannemen van een internationaal verdrag;

     neemt heden, de vijftiende juni van het jaar tweeduizend, het volgende Verdrag aan, dat kan worden aangehaald als het Verdrag betreffende de bescherming van het moederschap, 2000.

 

TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag is de term „vrouw” op iedere persoon van het vrouwelijk geslacht van toepassing zonder enige vorm van discriminatie en de term „kind” op ieder kind, zonder enige vorm van discriminatie.

Artikel 2

  • 1 Dit Verdrag is van toepassing op alle vrouwen die als werknemer werkzaam zijn, met inbegrip van hen die atypische vormen van niet-zelfstandige arbeid verrichten.

  • 2 Elk Lid dat dit Verdrag bekrachtigt, kan echter, na raadpleging van de betrokken representatieve organisaties van de werkgevers en werknemers, beperkte categorieën werknemers geheel of gedeeltelijk uitsluiten van het toepassingsgebied van het Verdrag, wanneer toepassing ervan op hen tot bijzondere problemen van aanzienlijke aard zou leiden.

  • 3 Elk Lid dat gebruik maakt van de in het vorige lid geboden mogelijkheid, noemt in zijn eerste rapport inzake de toepassing van het Verdrag ingevolge artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie de categorieën werknemers die aldus worden uitgesloten, alsmede de redenen voor hun uitsluiting. In zijn vervolgrapporten beschrijft het Lid de maatregelen die zijn genomen met het oog op de geleidelijke uitbreiding van de bepalingen van het Verdrag tot deze categorieën.

BESCHERMING VAN DE GEZONDHEID

Artikel 3

Elk Lid neemt, na raadpleging van de representatieve organisaties van werkgevers en werknemers passende maatregelen om te waarborgen dat zwangere vrouwen of vrouwen tijdens de lactatie niet verplicht zijn werkzaamheden te verrichten waarvan de bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat deze schadelijk zijn voor de gezondheid van de moeder of het kind, of wanneer bij een risico-inventarisatie een wezenlijk risico is vastgesteld voor de gezondheid van de moeder of die van haar kind.

ZWANGERSCHAPS- EN BEVALLINGSVERLOF

Artikel 4

  • 1 Op vertoon van een medisch attest of andere relevante verklaring, zoals vastgesteld overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijk, waarin de vermoedelijke datum van de bevalling is vermeld, heeft een vrouw op wie dit Verdrag van toepassing is recht op een periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof van ten minste 14 weken.

  • 2 Elk Lid vermeldt

 

 

 

 

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.