Zie ook:
- Overeenkomst inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Nieuw-Zeeland

 

 

Nederlandse vertaling:

 

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Nieuw-Zeeland

 

     De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

     en

     de Regering van Nieuw-Zeeland,

     Geleid door de wens de op 8 oktober 1990 te Wellington tot stand gekomen Overeenkomst inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Nieuw-Zeeland uit te breiden en te wijzigen, en

     Geleid door de wens de bestaande hartelijke en vriendschappelijke betrekkingen tussen de beide landen te handhaven en te versterken en de betaling van Nederlandse pensioenen in Nieuw-Zeeland en de betaling van Nieuw-Zeelandse pensioenen in Nederland mogelijk te maken ten aanzien van staatsburgers die zich permanent vestigen in het andere land,

     Zijn als volgt overeengekomen:

 

DEEL I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN WERKINGSSFEER

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

  • 1 Tenzij het zinsverband anders vereist, wordt in dit Verdrag verstaan onder:

    • a. ``uitkering": voor Nieuw-Zeeland een Nieuw-Zeelandse uitkering of pensioen ingevolge de Social Security Act 1964 of deSocial Welfare (Transitional Provisions) Act 1990 of Deel 1 van de New Zealand Superannuation Act 2001; en voor Nederland: elke uitkering of elk pensioen krachtens de wetten van Nederland, met inbegrip van verhogingen van of aanvullingen op een uitkering of pensioen uit hoofde van deze wetten;

    • b. ``bevoegde autoriteit": met betrekking tot Nieuw-Zeeland, de hoogste bewindsman van het Ministerie van Sociale Ontwikkeling (het Ministerie van Werk en Inkomen) of een gemachtigde plaatsvervanger van de hoogste bewindsman; en met betrekking tot Nederland, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

    • ba. "inkomensgetoetste uitkering": elke uitkering waarbij het inkomen van een persoon bepaalt of hij ervoor in aanmerking komt of waarbij het inkomen bepalend is voor de hoogte van de uitkering;

    • c. ``orgaan": met betrekking tot een Verdragsluitende Partij, het orgaan of de organen die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van dit Verdrag ten aanzien van die Verdragsluitende Partij;

    • d. ``maand": een kalendermaand, maar waar delen van een maand worden samengevoegd: 30 dagen;

    • e. ``wetten inzake sociale zekerheid": met betrekking tot een Verdragsluitende Partij, de wetten die, met betrekking tot die Verdragsluitende Partij, zijn opgenomen in artikel 2;

    • f. ``Nieuw-Zeeland": uitsluitend Nieuw-Zeeland (en niet de Cook eilanden, Niue en Tokelau); ``Nederland": het Koninkrijk der Nederlanden in Europa;

    • g. ``onderdaan": met betrekking tot Nieuw-Zeeland, een Nieuw-Zeelands staatsburger en, met betrekking tot Nederland, een persoon van de Nederlandse nationaliteit;

    • h. ``Overeenkomst van 1990": de op 8 oktober 1990 te Wellington tot stand gekomen Overeenkomst inzake sociale zekerheid tussen de Regering van Nieuw-Zeeland en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden.

  • 2 Bij de toepassing van dit Verdrag door een Verdragsluitende Partij ten aanzien van een persoon, heeft elke term die niet in dit artikel is omschreven de betekenis die daaraan wordt toegekend in de wetten inzake sociale zekerheid van één van beide Verdragsluitende Partijen, tenzij het zinsverband anders vereist.

Artikel 2. Materiële werkingssfeer

  • 1 De wetgeving die binnen de werkingssfeer van dit Verdrag valt, is:

    • a. wat Nieuw-Zeeland betreft: de Social Security Act 1964 en deSocial Welfare (Transitional Provisions) Act 1990, zoals gewijzigd op de datum van ondertekening van dit Verdrag en Deel 1 van de New Zealand Superannuation Act 2001, en elke wetgeving waardoor een van die wetten op een later tijdstip wordt gewijzigd, aangevuld of vervangen, voorzover die wetten en die wetgeving voorzien in de volgende uitkeringen en de daarmee verband houdende aangelegenheden:

      • i. Nieuw-Zeelands ouderdomspensioen;

      • ii. invaliditeitsuitkeringen;

      • iii. weduwenuitkeringen;

      • iv. uitkeringen aan weduwnaren voor huishoudelijke doeleinden; en

      • v. veteranenpensioen.

    • b. wat Nederland betreft de wetten inzake:

      • i. de ziekteverzekering;

      • ii. de algemene ouderdomsverzekering;

      • iii. de invaliditeitsverzekering voor werknemers en zelfstandigen;

      • iv. de algemene nabestaandenverzekering; en

      • v. de kinderbijslag; en voor de toepassing van artikel 5 tevens de wetten inzake:

      • vi. de werkloosheidsverzekering.

  • 2 Het Verdrag is slechts van toepassing op in het eerste lid omschreven wetgeving. Dit Verdrag is niet van toepassing op verdragen inzake sociale zekerheid die één van beide Verdragsluitende Partijen heeft gesloten met een derde Partij of op wetten of voorschriften tot wijziging van de in het eerste lid van dit artikel omschreven wetgeving om uitvoering te geven aan een dergelijk verdrag.

  • 3 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen stellen elkaar in kennis van de wetgeving waardoor de wetten die binnen de werkingssfeer van dit Verdrag vallen, worden gewijzigd, aangevuld of vervangen, zulks onmiddellijk na de inwerkingtreding van bedoelde wetten.

  • 4 Wat Nederland betreft, is dit Verdrag niet van toepassing op regelingen inzake sociale en medische bijstand.

Artikel 3. Personele werkingssfeer

Tenzij anders is bepaald, is dit Verdrag van toepassing op alle personen op wie de wetten van één of van beide Verdragsluitende Partijen van toepassing zijn, dan wel zijn geweest, alsmede, wat Nederland betreft, op personen die rechten ontlenen aan bedoelde personen.

Artikel 4. Gelijkheid van behandeling

  • 1 In alle gevallen waarin recht op een uitkering krachtens de wetten inzake sociale zekerheid van Nieuw-Zeeland of Nederland geheel of ten dele afhangt van de nationaliteit van een Verdragsluitende Partij, wordt een persoon die onderdaan is van de andere Verdragsluitende Partij, met het oog op een aanspraak op die uitkering, beschouwd als onderdaan van eerstbedoelde Verdragsluitende Partij.

  • 2 De personen op wie dit Verdrag van toepassing is, worden door elk van de Verdragsluitende Partijen gelijk behandeld met betrekking tot de rechten en verplichtingen die uit hoofde van dit Verdrag ontstaan ten aanzien van elke Verdragsluitende Partij.

Artikel 5. Detachering

  • 1 Wanneer een persoon die onder de wetgeving van Nederland valt, in dienst van een werkgever wiens bedrijf op het grondgebied van Nederland is gevestigd, door deze werkgever van dit grondgebied wordt uitgezonden om gedurende een tijdvak dat vermoedelijk niet langer is dan 5 jaar op het grondgebied van Nieuw-Zeeland te werken, kan op die persoon de wetgeving van Nederland van toepassing blijven, alsof hij op het grondgebied van Nederland werkzaam was.

  • 2 Indien de duur van de werkzaamheden vermoedelijk bovengenoemde tijdsduur zal overschrijden, kan op een persoon die onder de wetgeving van Nederland valt en die, in dienst van een werkgever wiens bedrijf op het grondgebied van Nederland is gevestigd, door deze werkgever van dit grondgebied wordt uitgezonden om op het grondgebied van Nieuw-Zeeland te werken, de wetgeving van Nederland van toepassing blijven, alsof hij op het grondgebied van Nederland werkzaam was, indien bijzondere redenen dat rechtvaardigen.

  • 3 Indien de feitelijke duur van de werkzaamheden van de persoon omschreven in het eerste lid wegens onvoorzienbare omstandigheden langer is dan het verwachte tijdvak, kan op die persoon de wetgeving van Nederland van toepassing blijven, alsof hij op het grondgebied van Nederland werkzaam was.

  • 4 Voor de toepassing van de Nederlandse wetgeving wordt een persoon op wie de Nederlandse wetgeving van toepassing was overeenkomstig de bepalingen van dit artikel, geacht op het grondgebied van Nederland te wonen.

  • 5 Overeenkomstig de bepalingen van dit artikel is de Nederlandse wetgeving van toepassing indien de werkgever of de werknemer heeft verzocht om een verklaring van detachering binnen drie maanden na de eerste dag van uitzending of, in het geval bedoeld in het derde lid, vóór het einde van het verwachte tijdvak van uitzending, en deze verklaring aan de belanghebbende is afgegeven.

DEEL II

A. BEPALINGEN BETREFFENDE NIEUW-ZEELANDSE UITKERINGEN

Artikel 6. Woonplaats in Nederland

  • 1 Indien een persoon gerechtigd zou zijn een uitkering te ontvangen krachtens de Nieuw-Zeelandse wetgeving (met inbegrip van een persoon die hiertoe gerechtigd zou zijn ingevolge artikel 7), ware het niet dat hij of zij niet zijn of haar vaste woonplaats in Nieuw-Zeeland heeft op de datum van het aanvragen van die uitkering, wordt die persoon, ten behoeve van die aanvraag, geacht op die datum zijn of haar vaste woonplaats in Nieuw-Zeeland te hebben, mits hij of zij:

 

 

 

 

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.