Authentieke Nederlandse tekst:

 

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Chili

 

     Het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Chili,

     Wensend de verhouding tussen de beide landen op het terrein van de sociale zekerheid te regelen,

     zijn het volgende overeengekomen:

 

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1 Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

    • a. „Chili”, de Republiek Chili en „Nederland” het Koninkrijk der Nederlanden;

    • b. „grondgebied”:

      wat Chili betreft, het toepassingsgebied van de Politieke Grondwet van de republiek Chili, en wat Nederland betreft, het grondgebied van het Koninkrijk in Europa; in beide gevallen in overeenstemming met het Internationale Recht;

    • c. „onderdaan”:

      wat Chili betreft, een Chileen zoals omschreven in de Politieke Grondwet van de Republiek Chili, en wat Nederland betreft, een persoon met de Nederlandse nationaliteit;

    • d. „wetgeving”: de in artikel 2 vermelde wetten en regelingen;

    • e. „bevoegde autoriteit”:

      wat Chili betreft, de Minister van Arbeid en Sociale Voorzorg, en wat Nederland betreft, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

    • f. „bevoegd orgaan”:

      ieder orgaan dat belast is met de uitvoering van de in artikel 2 van dit Verdrag vermelde wetgeving;

    • g. „verzekeringstijdvak”: een tijdvak dat in de wetgeving in het kader waarvan dat tijdvak is vervuld, als zodanig is omschreven, en elk tijdvak dat in deze wetgeving daarmee wordt gelijkgesteld;

    • h. ,uitkering': elke uitkering of elk pensioen ingevolge de wetgeving van één van beide Verdragsluitende Staten, met inbegrip van aanvullingen op en verhogingen van een uitkering of een pensioen conform de wetgeving genoemd in artikel 2;

    • i. „vluchteling”: iedere persoon als bedoeld in artikel 1 van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 en in artikel 1, eerste lid, van het Protocol van 31 januari 1967;

    • j. „staatlozen”:

      wat Nederland betreft, iedere persoon als bedoeld in artikel 1 van het Verdrag betreffende de status van staatlozen van 28 september 1954, en wat Chili betreft, iedere persoon zonder nationaliteit;

    • k. „gezinslid” of „uitkeringsgerechtigde”, wat Chili betreft: iedere persoon die als uitkeringsgerechtigde beschouwd kan worden krachtens de toe te passen Chileense wetgeving.

  • 2 Elke term die niet in het Verdrag is omschreven heeft de betekenis die daaraan wordt gegeven in de wetgeving die wordt toegepast.

Artikel 2. Materiële werkingssfeer

  • 1 Dit Verdrag is van toepassing:

    • A. wat betreft Chili, op de wetgeving betreffende:

      • a. het stelsel van ouderdoms-, invaliditeits- en nabestaanden-pensioenen, gebaseerd op individuele kapitalisatie;

      • b. de wettelijke regelingen met betrekking tot ouderdoms-, invaliditeits- en nabestaandenpensioenen beheerd door het Instituut voor de Normalisatie van de sociale zekerheid, en

      • c. de wettelijke regelingen met betrekking tot verstrekkingen bij ziekte, alleen voor de toepassing van de artikelen 6 tot en met 12, ook op de wetgeving met betrekking tot:

      • d. de overige sociale-verzekeringsregelingen, indien van toepassing.

    • B. wat betreft Nederland, op de wetgeving betreffende:

      • a. de invaliditeitsverzekering;

      • b. de algemene ouderdomsverzekering;

      • c. de algemene weduwen- en wezenverzekering;

      • d. de kinderbijslag;

      • e. de ziekteverzekering (uitkeringen);

      • en voor de toepassing van de artikelen 6 tot en met 12, ook op de wetgeving met betrekking tot:

      • f. de ziekteverzekering (verstrekkingen);

      • g. de werkloosheidsverzekering.

  • 2 Dit Verdrag is eveneens van toepassing op toekomstige wetgeving van een Verdragsluitende Staat, die de in het eerste lid van dit artikel genoemde wetten uitbreidt tot nieuwe groepen rechthebbenden, tenzij de bevoegde autoriteit van die Verdragsluitende Staat binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de nieuwe wetgeving de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Staat ervan in kennis stelt dat zij een zodanige uitbreiding van het Verdrag niet wenst.

  • 3 Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, omvat de in het eerste lid genoemde wetgeving geen verdragen of andere internationale overeenkomsten of supranationale wetgeving inzake sociale zekerheid die van kracht zijn tussen één van beide Verdragsluitende Staten en een derde Staat, of wetten en regelingen die zijn afgekondigd voor de specifieke uitvoering van deze internationale regelingen.

  • 4 Dit Verdrag is niet van toepassing op:

    • a. niet-wettelijke sociale-verzekeringsregelingen;

    • b. regelingen inzake sociale en medische bijstand;

      en, wat Nederland betreft:

    • c. bijzondere regelingen voor ambtenaren of met hen gelijkgestelden.

Artikel 3. Personele werkingssfeer

Tenzij anders is bepaald, is dit Verdrag van toepassing op alle personen op wie de wetgeving van één of van beide Verdragsluitende Staten van toepassing is, dan wel is geweest, alsmede op gezinsleden en nagelaten betrekkingen van bedoelde personen of uitkeringsgerechtigden, naar gelang het geval, voor zover zij rechten ontlenen aan deze personen.

Artikel 4. Gelijke behandeling

Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald met betrekking tot de toepassing van de wetgeving van een Verdragsluitende Staat, zullen de volgende personen, woonachtig in één van de Staten, dezelfde rechten en verplichtingen hebben als de onderdanen van deze Staat:

 

 

 

 

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.