Zie ook:
- Administratief Akkoord met betrekking tot de wijze van toepassing van het op 11 mei 1977 te Belgrado ondertekende Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië

 

 

Nederlandse vertaling:

 

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië

 

     De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

     en

     de Regering van de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië,

     wensende de bestaande betrekkingen tussen de beide Staten op het gebied van de sociale zekerheid aan te passen aan de ontwikkelingen welke sedert de ondertekening van het Algemeen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federale Volksrepubliek Zuidslavië inzake sociale verzekering, getekend te Belgrado op 1 juni 1956, in hun wetgevingen hebben plaatsgevonden,

     besloten hebbende een nieuw verdrag te sluiten ter vervanging van het Verdrag van 1 juni 1956;

     zijn het volgende overeengekomen:

 

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • a) „grondgebied”:

    • wat Nederland betreft: het grondgebied van het Koninkrijk in Europa;

    • wat Joegoslavië betreft: het grondgebied van de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië;

  • b) „onderdaan”:

    • wat Nederland betreft: een persoon van Nederlandse nationaliteit;

    • wat Joegoslavië betreft: een persoon van Joegoslavische nationaliteit;

  • c) „werknemer”:

    • een loontrekkende of de met hem gelijkgestelde volgens de wetgeving van de betrokken Verdragsluitende Partij;

  • d) „wetgeving” of „wettelijke regeling”:

    • de wetten, regelingen en statutaire bepalingen en alle andere uitvoeringsbesluiten die betrekking hebben op de in artikel 2 bedoelde stelsels en takken van sociale zekerheid en die van kracht zijn op de datum van ondertekening van dit Verdrag of die later van kracht zullen worden voor het gehele grondgebied van iedere Verdragsluitende Partij of voor enig deel daarvan;

  • e) „bevoegde autoriteit”:

    • de minister of ministers of de hiermede vergelijkbare autoriteit onder wie, op het gehele grondgebied van elke Verdragsluitende Partij of op een deel daarvan, de regelingen inzake sociale zekerheid ressorteren;

  • f) „bevoegd orgaan”:

    • het orgaan waarbij de verzekerde is aangesloten op het tijdstip waarop hij om prestaties verzoekt of dat hem prestaties is verschuldigd of zou zijn, indien hij woonde op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waar dit orgaan is gevestigd;

  • g) „bevoegd land”:

    • de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan het bevoegde orgaan is gevestigd;

  • h) „orgaan van de woonplaats”:

    • het orgaan dat, ter plaatse waar de belanghebbende woont, bevoegd is de desbetreffende prestaties te verlenen volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij die door dit orgaan wordt toegepast of, indien een zodanig orgaan niet bestaat, het door de bevoegde autoriteit van de betrokken Verdragsluitende Partij aangewezen orgaan;

  • i) „orgaan van de verblijfplaats”:

    • het orgaan dat, ter plaatse waar de belanghebbende tijdelijk verblijft, bevoegd is de desbetreffende prestaties te verlenen volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij die door dit orgaan wordt toegepast, of, indien een zodanig orgaan niet bestaat, het door de bevoegde autoriteit van de betrokken Verdragsluitende Partij aangewezen orgaan;

  • j) „gezinsleden”:

    • de personen die als zodanig worden aangemerkt of erkend in de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied zij wonen; indien deze wetgeving slechts de personen die bij de verzekerde inwonen als gezinsleden beschouwt, wordt aan deze voorwaarde geacht te zijn voldaan wanneer deze personen in hoofdzaak op kosten van de verzekerde worden onderhouden;

  • k) „nagelaten betrekkingen”:

    • de personen die als zodanig worden aangemerkt of erkend in de wetgeving krachtens welke de prestaties worden toegekend;

  • l) „tijdvakken van verzekering”:

    • de tijdvakken van premiebetaling, van arbeid of van wonen die als tijdvakken van verzekering worden omschreven of aangemerkt ingevolge de wetgeving waaronder zij zijn vervuld of geacht worden te zijn vervuld, alsmede alle met deze tijdvakken gelijkgestelde tijdvakken, voor zover zij als zodanig door deze wetgeving zijn erkend;

  • m) „prestaties”, „uitkeringen”, „verstrekkingen” of „pensioenen”:

    • alle prestaties, uitkeringen, verstrekkingen of pensioenen, met inbegrip van alle bedragen ten laste van de openbare middelen, verhogingen in verband met aanpassing aan het loon- of prijsniveau of aanvullende uitkeringen, alsmede uitkeringen ineens in plaats van een pensioen.

Artikel 2

  • 1 Dit Verdrag is van toepassing:

    • A. In Nederland op de wettelijke regelingen betreffende:

      • a) prestaties bij ziekte en moederschap;

      • b) prestaties bij arbeidsongeschiktheid;

      • c) uitkeringen bij ouderdom;

      • d) uitkeringen aan nagelaten betrekkingen;

      • e) werkloosheidsuitkeringen;

      • f) gezinsuitkeringen;

      • g) bijzondere pensioenregelingen voor mijnwerkers.

    • B. In Joegoslavië op de wettelijke regelingen betreffende:

      • a) de verplichte ziekteverzekering voor werknemers, met inbegrip van de prestaties bij moederschap;

      • b) de verplichte ouderdoms- en invaliditeitsverzekering voor werknemers, met inbegrip van de pensioenen aan nagelaten betrekkingen;

      • c) werkloosheidsuitkeringen;

      • d) gezinsuitkeringen.

  • 2 Dit Verdrag is eveneens van toepassing op alle wetten of regelingen, waarbij de wettelijke regelingen genoemd in het eerste lid van dit artikel, worden of zullen worden gewijzigd of aangevuld.

    Het is evenwel slechts van toepassing:

    • a) op wetten of regelingen die betrekking hebben op een nieuwe tak van sociale verzekering, indien daartoe een nadere overeenkomst tussen de Verdragsluitende Partijen wordt gesloten;

    • b) op wetten of regelingen die de werking van de bestaande regelingen uitbreiden tot nieuwe groepen van rechthebbenden, indien de Regering van de betrokken Verdragsluitende Partij daartegen niet binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van bedoelde teksten bezwaar maakt bij de Regering van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 3 Dit Verdrag is niet van toepassing op de sociale bijstand en evenmin op de bijzondere regelingen voor personen in overheidsdienst of met hen gelijkgestelden.

Artikel 3

  • 1 Dit Verdrag is van toepassing op de Nederlandse en Joegoslavische werknemers op wie de wetgeving van een der Verdragsluitende Partijen van toepassing is of geweest is, alsmede op hun gezinsleden en hun nagelaten betrekkingen, voor zover zij hun rechten ontlenen aan de verzekering van de werknemer.

  • 2 Dit Verdrag is niet van toepassing op diplomatieke en consulaire beroepsambtenaren, met inbegrip van kanselarijbeambten.

Artikel 4

  • 1 Behoudens de bepalingen van dit Verdrag hebben de onderdanen van een Verdragsluitende Partij waarop dit Verdrag van toepassing is, de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de in artikel 2 vermelde wettelijke regelingen onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van deze Partij.

  • 2 Het in het eerste lid neergelegde beginsel van gelijkheid van behandeling is evenwel niet van toepassing op de vrijwillige verzekeringen inzake ouderdom en nagelaten betrekkingen ten aanzien van de betaling van verlaagde premie.

Artikel 5

  • 1 Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, kunnen de uitkeringen bij invaliditeit, ouderdom of de uitkeringen aan nagelaten betrekkingen, verkregen op grond van

 

 

 

 

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.