Zie ook:
- Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (vervallen per 1 mei 2010; zie Vo. 883/2004 en Vo. 987/2009)

- Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels

- Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels

 

 

Authentieke Nederlandse tekst:

 

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake samenwerking bij de bestrijding van grensoverschrijdende fraude met socialezekerheidsuitkeringen en -premies door arbeid en met basisuitkeringen ten gunste van werkzoekenden alsmede met niet-aangemelde werkzaamheden en illegaal grensoverschrijdend uitzendwerk (Nederlands-Duits Verdrag tot bestrijding van grensoverschrijdende zwarte arbeid)

 

     Het Koninkrijk der Nederlanden

     en

     de Bondsrepubliek Duitsland

     (hierna te noemen "de Verdragsluitende Partijen"),

     Gelet op de Resolutie 1999/C 125/01 van de Raad van de Europese Unie en de in de Raad verenigde vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie van 22 april 1999 over een gedragscode ter verbetering van de samenwerking tussen de autoriteiten van de lidstaten bij de bestrijding van grensoverschrijdende fraude met socialezekerheidsuitkeringen en -premies, alsmede met niet-aangemelde werkzaamheden en grensoverschrijdend uitzendwerk,

     Gelet op de bepalingen inzake wederzijdse rechtshulp en de samenwerking tussen de bevoegde instanties en instellingen van beide Verdragsluitende Partijen die reeds zijn voorzien in Verordening (EG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 tot toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (in de versie van 30 januari 1997), (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, en in Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (met inbegrip van controle op relevante arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden);

     Gelet op Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens;

     Van mening dat het voor de implementatie van voornoemde bepalingen van belang is de grensoverschrijdende samenwerking te intensiveren en daartoe de bevoegde instanties, niveaus en samenwerkingsvormen te benoemen;

     Zich ervan bewust dat er verschillende nationale benaderingen en begripsomschrijvingen ten behoeve van de bestrijding van fraude met socialezekerheidsuitkeringen en -premies door arbeid en met basisuitkeringen ten gunste van werkzoekenden alsmede niet-aangemelde werkzaamheden en met illegaal grensoverschrijdend uitzendwerk bestaan,

     Zijn het volgende overeengekomen:

 

Artikel 1. Doelstelling van het verdrag

  • 1 De Verdragsluitende Partijen streven naar intensivering van de samenwerking tussen hun instanties bij de bestrijding van fraude met socialezekerheidsuitkeringen en -premies door arbeid en met basisuitkeringen ten gunste van werkzoekenden alsmede niet-aangemelde werkzaamheden en met illegaal grensoverschrijdend uitzendwerk.

  • 2 De voorschriften inzake de internationale rechtshulp in strafzaken blijven onverlet.

Artikel 2. Territoriaal toepassingsgebied van het verdrag

  • 1 Het verdrag is van toepassing op het gehele grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland.

  • 2 Het verdrag is van toepassing op het gehele Europese grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel 3. Aanwijzing van de bevoegde instanties

  • 1 Dit verdrag valt wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft onder de verantwoordelijkheid van de instanties die ressorteren onder het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van Nederland en wat de Bondsrepubliek Duitsland betreft onder de verantwoordelijkheid van de op federaal niveau verantwoordelijke instanties die ressorteren onder het Bondsministerie van Financiën en het Bondsministerie voor Arbeid en Sociale Zaken en belast zijn met de in artikel 1, eerste lid, omschreven taken.

  • 2 Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van Nederland en het Bondsministerie van Financiën en het Bondsministerie van Arbeid en Sociale Zaken van de Bondsrepubliek Duitsland wijzen centrale instanties aan die als hoofdverantwoordelijke met de samenwerking in het kader van dit verdrag belast zullen zijn.

Artikel 4. Niveaus van samenwerking

  • 1 Samenwerking geschiedt respectievelijk op het niveau

 

 

 

 

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.