Zie ook:
- Administratief Akkoord met betrekking tot de wijze van toepassing van het op 18 november 1981 te 's-Gravenhage tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kaapverdië ondertekende Verdrag inzake sociale zekerheid

 

 

Nederlandse vertaling:

 

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kaapverdië

 

     De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

     en

     de Regering van de Republiek Kaapverdië,

     Geleid door de wens de betrekkingen op het gebied van de sociale zekerheid tussen de beide Staten te regelen,

     Zijn overeengekomen als volgt:

 

TITEL I. Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • a) „grondgebied”:

    wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft: het grondgebied van het Koninkrijk in Europa (hierna te noemen „Nederland”);

    wat de Republiek Kaapverdië betreft: het grondgebied van de Republiek Kaapverdië;

  • b) „onderdaan”:

    wat Nederland betreft: een persoon van Nederlandse nationaliteit; wat Kaapverdië betreft: een persoon van Kaapverdische nationaliteit;

  • c) „werknemer”: een loontrekkende of een volgens de wetgeving van de betrokken Verdragsluitende Partij met hem gelijkgestelde persoon;

  • d) „wetgeving”: de wetten, regelingen en statutaire bepalingen en alle andere uitvoeringsmaatregelen die betrekking hebben op de in artikel 2, eerste lid bedoelde takken en stelsels van sociale zekerheid;

  • e) „bevoegde autoriteit”: de minister, of ministers dan wel met hen overeenkomstige autoriteit onder wie de regelingen inzake sociale zekerheid ressorteren;

  • f) „bevoegd orgaan”: hetzij het orgaan waarbij de verzekerde is aangesloten op het tijdstip waarop hij om prestaties verzoekt, hetzij het orgaan dat hem prestaties verschuldigd is of zou zijn, indien hij woonde op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waarop dit orgaan zich bevindt, hetzij het door de bevoegde autoriteit van de betrokken Verdragsluitende Partij aangewezen orgaan;

  • g) „bevoegd land”: de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan het bevoegde orgaan zich bevindt;

  • h) „woonplaats”: de normale verblijfplaats;

  • i) „verblijfplaats”: de tijdelijke verblijfplaats;

  • j) „orgaan van de woonplaats”: het orgaan dat ter plaatse waar de belanghebbende woont, bevoegd is de desbetreffende prestaties te verlenen volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij welke door dit orgaan wordt toegepast, of, indien een zodanig orgaan niet bestaat, het door de bevoegde autoriteit van de betrokken Verdragsluitende aangewezen orgaan;

  • k) „orgaan van de verblijfplaats”: het orgaan dat ter plaatse waar de belanghebbende verblijft, bevoegd is de desbetreffende prestaties te verlenen volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij welke door dit orgaan wordt toegepast, of, indien een zodanig orgaan niet bestaat, het door de bevoegde autoriteit van de betrokken Verdragsluitende Partij aangewezen orgaan;

  • l) „gezinsleden”: de personen die in de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan zij wonen, als gezinslid worden aangemerkt of erkend of als huisgenoot worden aangeduid. Indien deze wetgeving echter slechts als gezinslid of huisgenoot beschouwt degene die bij de werkgever inwoont, wordt aan deze voorwaarde geacht te zijn voldaan wanneer de betrokken personen in hoofdzaak op kosten van bedoelde werknemer worden onderhouden;

  • m) „nagelaten betrekkingen”: de personen die als zodanig worden aangemerkt of erkend in de wetgeving krachtens welke de prestaties worden toegekend. Indien deze wetgeving echter slechts die personen die bij de overleden werknemer in huis woonden, als nagelaten betrekkingen beschouwt, wordt aan deze voorwaarde geacht te zijn voldaan wanneer de betrokken personen in hoofdzaak op kosten van de overleden werknemer kwamen;

  • n) „tijdvakken van verzekering”: de tijdvakken van premiebetaling, dienstbetrekking of van wonen die als tijdvakken van verzekering omschreven of aangemerkt ingevolge de wetgeving waaronder zij zijn vervuld of worden geacht te zijn vervuld, alsmede alle met deze tijdvakken gelijkgestelde tijdvakken, voor zover zij als zodanig door deze wetgeving zijn erkend;

  • o) „prestaties”, „uitkeringen”, „verstrekkingen”, „pensioenen” of „renten”: alle prestaties, uitkeringen, verstrekkingen, pensioenen of renten, met inbegrip van alle bedragen ten laste van de openbare middelen, verhogingen in verband met aanpassing aan het loon- of prijsniveau of aanvullende uitkeringen die hierop van toepassing zijn overeenkomstig de in artikel 2 bedoelde wetgeving, alsmede uitkeringen ineens in plaats van een pensioen.

Artikel 2

  • 1 Dit Verdrag is van toepassing:

    • A. In Nederland op de wetgeving betreffende:

      • a) de ziekteverzekering (uitkeringen en verstrekkingen bij ziekte en moederschap);

      • b) de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

      • c) de ouderdomsverzekering;

      • d) de weduwen- en wezenverzekering;

      • e) de werkloosheidsverzekering;

      • f) de kinderbijslagen.

    • B. In Kaapverdië op de wetgeving betreffende:

      • a) de arbeidsongevallen en beroepsziekten;

      • b) de prestaties bij ziekte;

      • c) de prestaties bij invaliditeit, ouderdom en overlijden;

      • d) de gezinsbijslagen.

  • 2 Dit Verdrag is eveneens van toepassing op alle wetten of regelingen waarbij de wetgevingen genoemd in het eerste lid van dit artikel, worden of zullen worden gewijzigd of aangevuld.

    Het is van toepassing:

    • a) op wetten of regelingen die betrekking hebben op een nieuwe tak van sociale verzekering, mits daartoe een nadere overeenkomst tussen de Verdragsluitende Partijen wordt gesloten;

    • b) op wetten of regelingen die de werking van de bestaande regelingen uitbreiden tot nieuwe groepen van rechthebbenden, mits de Regering van de betrokken Verdragsluitende Partij daartegen niet binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van bedoelde teksten bezwaar maakt.

  • 3 Dit Verdrag is niet van toepassing op de sociale bijstand en evenmin op de bijzondere regelingen voor personen in overheidsdienst of met hen gelijkgestelden.

Artikel 3

  • 1 Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, zijn de bepalingen van dit Verdrag van toepassing op werknemers op wie de wetgeving van een der Verdragsluitende Partijen van toepassing is of geweest is, alsmede op hun gezinsleden en hun nabestaanden.

  • 2 Dit Verdrag is niet van toepassing op diplomatieke en consulaire beroepsambtenaren, met inbegrip van kanselarij-beambten.

Artikel 4

Behoudens de bepalingen van dit Verdrag hebben de onderdanen van een Verdragsluitende Partij waarop dit Verdrag van toepassing is, de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de wetgeving van de andere Partij onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van deze Partij.

Artikel 5

  • 1 Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, worden de uitkeringen bij invaliditeit of ouderdom of de uitkeringen aan nabestaanden, de renten bij arbeidsongevallen of beroepsziekten, de uitkeringen bij overlijden en de kinderbijslagen verkregen op grond van de wetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen, aan de uitkeringsgerechtigden verstrekt, ook indien zij hun woonplaats op het grondgebied van de andere Partij vestigen.

  • 2 De socialeverzekeringsuitkeringen van een der Verdragsluitende Partijen worden aan de onderdanen van de andere Partij die in een derde land wonen, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde mate verstrekt als aan de eigen onderdanen die in dat derde land wonen.

  • 3 De voorgaande leden zijn eveneens van toepassing op uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ).

  • 4 De voorgaande leden zijn eveneens van toepassing op personen die geen onderdanen zijn van een der Verdragsluitende Partijen.

TITEL II. Bepalingen ter vaststelling van de toe te passen wetgeving

Artikel 6

  • a. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 7 tot en met 9 is op werknemers die werkzaam zijn op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, uitsluitend de wetgeving van deze Partij van toepassing, zelfs indien zij op het grondgebied van de andere Partij wonen of indien de zetel van de onderneming of het domicilie van de werkgever waarbij zij werkzaam zijn, zich op het grondgebied van de andere Partij bevindt.

  • b. Indien, krachtens het onder deze titel bepaalde, op een werknemer de wetgeving van een Verdragsluitende Partij van toepassing is op het grondgebied waarvan hij niet woont, is deze wetgeving op hem van toepassing alsof hij op het grondgebied van deze Partij woonde.

Artikel 7

Op het beginsel, neergelegd in artikel 6, gelden de volgende uitzonderingen:

 

 

 

 

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.