Nederlandse vertaling:

 

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kroatië inzake sociale zekerheid

 

     Het Koninkrijk der Nederlanden

     en

     de Republiek Kroatië,

     geleid door de wens de betrekkingen tussen de beide Staten op het gebied van de sociale zekerheid te regelen,

     rekening houdend met het feit dat de huidige betrekkingen tussen beide landen worden geregeld in een briefwisseling van 25 februari 1992 en 21 april 1992,

     zijn overeengekomen een Verdrag te sluiten met de volgende bepalingen:

 

DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

  • 1 Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

    • a. „Kroatië”: de Republiek Kroatië, en onder „Nederland”: het Koninkrijk der Nederlanden;

    • b. „grondgebied”:

      met betrekking tot Kroatië: het grondgebied van de Republiek Kroatië;

      met betrekking tot Nederland: het grondgebied van het Koninkrijk in Europa;

    • c. „onderdaan”: wat Kroatië betreft, een persoon met de nationaliteit van de Republiek Kroatië en wat Nederland betreft, een persoon met de Nederlandse nationaliteit;

    • d. „werknemer”: een persoon die in dienstbetrekking staat tot een werkgever alsmede ieder die krachtens de toegepaste wetgeving wordt aangemerkt als werknemer;

    • e. „Wetgeving”: de wetten, voorschriften en regelingen die betrekking hebben op de in artikel 2 bedoelde stelsels en takken van sociale zekerheid;

    • „bevoegde autoriteit”:

      met betrekking tot Kroatië: de minister van Arbeid en Sociaal Welzijn en de Minister van Volksgezondheid;

      met betrekking tot Nederland: de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en, voor zover het verstrekkingen uit hoofde van de wetgeving inzake ziekteverzekering betreft, de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

    • g. „verzekeringsorgaan”: het lichaam dat of de autoriteit die is belast met de uitvoering van de in artikel 2 genoemde wetgeving of een gedeelte daarvan;

    • h. „bevoegd orgaan”: het krachtens de toepasselijke wetgeving bevoegde orgaan;

    • i. „bevoegde staat”: de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan het bevoegde orgaan is gevestigd;

    • j. „verzekeringstijdvak”: een tijdvak van betaling van premie of bijdrage, een tijdvak van arbeid, een tijdvak van wonen of enig ander tijdvak dat als verzekeringstijdvak wordt omschreven, erkend of aangemerkt krachtens de wetgeving die op die persoon van toepassing is gedurende bedoeld tijdvak;

    • k. „pensioen of uitkering”: een pensioen of uitkering krachtens de toepasselijke wetgeving met inbegrip van alle samenstellende delen daarvan ten laste van de openbare middelen alsmede alle verhogingen en wettelijke betalingen van loon in geval van ziekte;

    • l. „gezinslid”: een persoon die als zodanig wordt omschreven of aangemerkt in de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan die persoon woont; indien deze wetgeving echter alleen betrekking heeft op personen die bij de betrokkene wonen als gezinsleden, wordt aan deze voorwaarde geacht te zijn voldaan indien die personen hoofdzakelijk worden onderhouden door de betrokkene;

    • m. „orgaan van de woonplaats”: het orgaan dat ter plaatse waar de belanghebbende woont, bevoegd is de desbetreffende prestaties te verlenen krachtens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij die door dit orgaan wordt toegepast, of, indien een dergelijk orgaan niet bestaat, het door de bevoegde autoriteit van de betrokken Verdragsluitende Partij aangewezen orgaan;

    • n. „orgaan van de tijdelijke verblijfplaats”: het orgaan dat ter plaatse waar de belanghebbende tijdelijk verblijft, bevoegd is de desbetreffende prestaties te verlenen krachtens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij die door dit orgaan wordt toegepast, of, indien een dergelijk orgaan niet bestaat, het door de bevoegde autoriteit van de betrokken Verdragsluitende Partij aangewezen orgaan.

  • 2 Andere termen en uitdrukkingen die in dit Verdrag worden gebruikt hebben de betekenis die daaraan onderscheidenlijk in de wetgeving die wordt toegepast, wordt toegekend.

Artikel 2. Aangelegenheden waarop dit Verdrag van toepassing is

  • 1 Dit Verdrag is van toepassing

    • A. Met betrekking tot Kroatië, op de wetgeving inzake:

      • a. de ziekteverzekering en medische zorg (verstrekkingen en uitkeringen bij ziekte en moederschap);

      • b. de pensioen- en arbeidsongeschiktheidsverzekering (ouderdoms-, arbeidsongeschiktheids- en nabestaandenpensioenen met inbegrip van uitkeringen in geval van arbeidsongevallen en beroepsziekten en andere pensioenen en uitkeringen uit hoofde van de arbeidsongeschiktheidsverzekering);

      • c. de werkloosheidsverzekering (uitkering gedurende werkloosheid);

      • d. de kinderbijslagen.

    • B. Met betrekking tot Nederland, op de wetgeving inzake:

      • a. de ziekteverzekering (uitkeringen en verstrekkingen bij ziekte en moederschap), met inbegrip van de regeling inzake de aansprakelijkheid van een werkgever;

      • b. de invaliditeitsverzekering;

      • c. de ouderdomsverzekering;

      • d. de nabestaandenverzekering;

      • e. de werkloosheidsverzekering;

      • de kinderbijslagen.

  • 2 Onder voorbehoud van het bepaalde in het derde en het vierde lid van dit artikel is dit Verdrag ook van toepassing op alle wetgeving waarbij de in het eerste lid van dit artikel genoemde wetgeving wordt gecodificeerd, gewijzigd of aangevuld.

  • 3 Dit Verdrag is van toepassing op alle wetgeving van een Verdragsluitende Partij waarbij de in het eerste lid van dit artikel genoemde wetgeving wordt uitgebreid tot nieuwe groepen personen, indien deze Verdragsluitende Partij niet binnen zes maanden na de officiële bekendmaking van zodanige wetgeving de andere Verdragsluitende Partij te kennen heeft gegeven dat het Verdrag niet op deze wetgeving van toepassing is.

  • 4 Dit Verdrag is niet van toepassing op wetgeving waarbij een nieuwe tak van sociale zekerheid wordt ingevoerd, tenzij de Verdragsluitende Partijen daartoe een overeenkomst sluiten.

  • 5 Dit Verdrag is niet van toepassing op regelingen inzake sociale bijstand noch op bijzondere regelingen voor ambtenaren of met hen gelijkgestelden.

Artikel 3. Personele werkingssfeer

Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is het van toepassing op:

  • a. personen op wie de wetgeving van een of beide Verdragsluitende Partijen van toepassing is of is geweest;

  • b. personen die rechten ontlenen aan een onder letter a van dit artikel genoemde persoon.

Artikel 4. Gelijkheid van behandeling

Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, hebben de onderdanen van een Verdragsluitende Partij, wanneer zij verblijven of wonen op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen, dezelfde rechten en verplichtingen als de onderdanen van die Verdragsluitende Partij wat betreft de toepassing van de wetgeving van die Verdragsluitende Partij.

Artikel 5. Betaling van uitkeringen in het buitenland

  • 1 Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, kunnen pensioenen en andere uitkeringen wegens ouderdom, invaliditeit en overlijden, verkregen krachtens de wetgeving van de ene Verdragsluitende Partij niet worden verminderd, gewijzigd, geschorst of ingetrokken op grond van het feit dat de rechthebbende verblijft of woont op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 2 Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, worden uitkeringen krachtens de wetgeving van een Verdragsluitende Partij aan de in artikel 3 genoemde personen die verblijven of wonen buiten het grondgebied van beide Verdragsluitende Partijen, betaalbaar gesteld onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde mate als aan onderdanen van die Verdragsluitende Partij die buiten genoemde grondgebieden verblijven of wonen.

Artikel 6. Non-cumulatie van uitkeringen

  • 1 Bepalingen in de wetgeving van een

 

 

 

 

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.