Zie ook:
- Europees Verdrag inzake sociale zekerheid (EVSZ)

- Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Turkije inzake sociale zekerheid

 

 

Nederlandse vertaling:

 

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Turkije overeenkomstig de artikelen 7 en 26 van het Europees Verdrag inzake sociale zekerheid, gesloten op 14 december 1972, en houdende herziening van het Verdrag inzake sociale zekerheid, gesloten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Turkije op 5 april 1966

 

     De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

     en

     de Regering van de Republiek Turkije,

     Verlangende de betrekkingen inzake de sociale zekerheid op het gebied van de gezondheidszorg zoals bedoeld in het op 5 april 1966 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Turkije gesloten Verdrag inzake sociale zekerheid te verbeteren;

     Gezien artikel 7 van het Europees Verdrag inzake sociale zekerheid van 14 december 1972;

     Verlangend overeenkomstig artikel 26 van dat Verdrag een bilaterale verdrag te sluiten;

     Geleid door de wens enige bepalingen van het op 5 april 1966 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Turkije gesloten Verdrag inzake sociale zekerheid te wijzigen;

     Zijn de volgende bepalingen overeen gekomen:

 

HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 1 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • a. „Verdragsluitende Partij”: de Staat die dit Verdrag sluit;

  • b. „Europees Verdrag”: het Europees Verdrag inzake sociale zekerheid van 14 december 1972;

  • c. de overige in dit Verdrag genoemde termen hebben de betekenis die daaraan in artikel 1 van het Europees Verdrag worden toegekend.

HOOFDSTUK II. Ziekte en moederschap [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 2 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Met inachtneming van de bepalingen van dit Verdrag zijn de in artikel 20, 21, 23 en 24 van het Europees Verdrag genoemde bepalingen van toepassing op de betrekkingen tussen de Verdragsluitende Partijen.

Artikel 3 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing op personen die voldoen aan de voorwaarden die vereist zijn om recht te hebben op de prestaties krachtens de bepalingen van het Europees Verdrag, mits zij vallen onder de wetgeving of wettelijke regelingen van één van de Verdragsluitende Partijen inzake verstrekkingen in geval van ziekte en moederschap, alsook hun gezinsleden, indien deze personen of hun gezinsleden wonen op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij.

Artikel 4 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 In de in de artikelen 20, 21, 23 en 24 van het Europees Verdrag bedoelde gevallen is voor de toekenning van protheses, hulpmiddelen van grotere omvang en andere verstrekkingen van groot belang de toestemming van de bevoegde autoriteit vereist, behalve bij onmiskenbare spoedgevallen. Indien deze verstrekkingen zijn verleend in een onmiskenbaar spoedgeval dient het orgaan van de woonplaats of van de verblijfplaats het bevoegde orgaan hiervan onverwijld kennisgeving te doen.

  • 2 Indien echter de met de verstrekkingen samenhangende kosten zullen worden vergoed door middel van forfaitaire betalingen, is het niet noodzakelijk de toestemming van het bevoegde orgaan te verkrijgen, noch de in het eerste lid van dit artikel bedoelde kennisgeving te doen.

  • 3 Na goedkeuring door de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen stellen de in artikel 3 van het Aanvullend Akkoord ter toepassing van het Europees Verdrag inzake sociale zekerheid van 14 december 1972 bedoelde verbindingsorganen een lijst van verstrekkingen op waarop het eerste lid van dit artikel van toepassing is.

Artikel 5 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De artikelen 20, tweede lid, 23 en 24, tweede en vierde lid, van het Europees Verdrag zijn slechts op de betrokken gezinsleden van toepassing indien zij geen recht hebben op de verstrekkingen krachtens de wetgeving of wettelijke regelingen van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan zij wonen.

Artikel 6 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De verstrekkingen die worden verleend door het orgaan van een Verdragsluitende Partij voor rekening van het bevoegd orgaan van de andere Verdragsluitende Partij krachtens de artikelen 20, 21, 23 en 24 van het Europees Verdrag, worden vergoed door

 

 

 

 

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.