blz. 1  

Kamerstukken II 2013-2014, 33 891

Regels inzake de verzekering van zorg aan mensen die zijn aangewezen op langdurige zorg (Wet langdurige zorg)

 

 

Nr. 3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 De verzekering
2.1 Waarom een verzekerd recht op zorg?
2.2 Indicatiestelling: wie krijgt Wlz-zorg?
2.3 Het verzekerd pakket: waar heeft de cliënt recht op?
2.4 Zorglevering
2.5 Bekostiging
2.6 Uitvoering van de verzekering
2.7 Eigen bijdragen
3 Kwaliteit
3.1 Cliënt - zorgaanbieder/zorgverlener
3.2 Cliënt - zorgkantoor
3.3 Zorgkantoor - zorgaanbieder
3.4 Flankerend beleid
4 Betrokkenheid
4.1 Eigen verantwoordelijkheid
4.2 Mantelzorg en vrijwilligers
4.3 Betrekken van de samenleving
4.4 Flankerend beleid
5 Wie is waarvoor verantwoordelijk?
5.1 Overzicht
5.2 De cliënt en zijn sociale omgeving
5.3 De Minister van VWS
5.4 De SVB
5.5 Het CIZ
5.6 De Wlz-uitvoerders
5.7 De zorgaanbieders
5.8 Het CAK
5.9 Het Zorginstituut
5.10 De IGZ
5.11 De NZa
5.12 DNB
6 Samenhang tussen de Wlz en andere domeinen
6.1 Wlz - Wmo 2015
6.2 Wlz - Jeugd
6.3 Wlz - Zvw
6.4 Wlz en niet-zorgdomeinen
7 Financiële houdbaarheid
7.1 Beheersing uitgaven
7.2 Financieel kader
7.3 Bekostiging van zorgaanbieders
7.4 Financiering en koopkrachteffecten
8 Regeldruk
8.1 Eenmalige regeldruk
8.2 Structurele effecten
8.3 Kwantificering
9 Fraude en oneigenlijk gebruik
9.1 De rol van de rijksoverheid bij het tegengaan van fraude
9.2 De rol van het CIZ bij het tegengaan van fraude
9.3 Taak van de Wlz-uitvoerder en het zorgkantoor bij het tegengaan van fraude
9.4 De rol van de SVB bij het tegengaan van PGB-fraude
9.5 Toezicht door de NZa
9.6 Opsporing en strafketen
10 Gegevensuitwisseling
10.1 Inleiding
10.2 Juridisch kader
10.3 Toetsing aan het juridisch kader
11 Innovatie door te experimenteren
12 Internationaalrechtelijke aspecten
12.1 Mensenrechten
12.2 Langdurige zorg in een ander EU-land
12.3 Verhouding tot EU-regels voor de interne markt
13 Juridisch kader en rechtsbescherming
14 Consultatie en adviezen
14.1 Cliënten, het veld en gemeenten
14.2 Reactie van uitvoerders en toezichthouders
14.3 Adviesorganen, diensten en inspecties
14.4 Reactie op de consultaties
15 Toekomstperspectief
16 Overgangssituatie, inwerkingtreding en transitie
16.1 Overgangsrecht voor cliënten
16.2 Overgangstraject voor zorgaanbieders
16.3 Overgangstraject voor uitvoerende organen
16.4 Inwerkingtreding en transitie
17 Monitoring en evaluatie
xArtikelsgewijs
xxxxr Artikelen 1.1.1 t/m 13.1.2

 

 

Algemeen

 

Doelstelling van dit wetsvoorstel


     Het doel van deze wet is dat ouderen met een blijvende somatische of psychogeriatrische beperking en mensen met blijvende verstandelijke, lichamelijke en/of zintuiglijke beperkingen passende zorg krijgen met aandacht voor het individuele welzijn. Basisprincipes die in de Wet langdurige zorg (Wlz) vooropstaan, zijn dat we uitgaan van wat mensen (nog) wel kunnen in plaats van wat zij niet kunnen. Oftewel: regie naar vermogen. Kwaliteit van leven staat voorop. Het motto van de Wlz is: met professionele zorg, zo thuis mogelijk!

 blz. 3  

1. Inleiding


     De regering constateert een beperkte aansluiting tussen de veranderende samenleving en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten die in 1968 van kracht werd en sindsdien ten principale niet meer is veranderd. Er is vraag naar een nieuwe volksverzekering die de huidige Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) uit 1968 vervangt. De nieuwe wet krijgt de naam "Wet langdurige zorg".

     Dit wetvoorstel strekt ertoe een nieuwe volksverzekering in het leven te roepen die waarborgen biedt voor behoud of verbetering van kwaliteit van leven aan mensen die - ook met steun van de eigen omgeving - niet meer zelfredzaam kunnen zijn. De beoogde invoeringsdatum van deze wet is 1 januari 2015. Deze wet maakt onderdeel uit van een samenhangend systeem van nieuwe wet- en regelgeving die beoogt de kwaliteit van leven van hen die zorg en ondersteuning nodig hebben te vergroten, waarbij het appel op de eigen verantwoordelijkheid om daaraan naar vermogen zelf bij te dragen sterker is dan voorheen.

     Het verschil tussen de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Wlz is primair gelegen in de groep cliënten die er recht op heeft en de zorgbehoefte die zij hebben. De Wlz richt zich op mensen met een blijvende somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking en mensen met een blijvende verstandelijke, lichamelijke en/of zintuiglijke handicap.


Aanleiding voor de hervorming

     In het regeerakkoord "Bruggen slaan" dat op 29 oktober 2012 is gepubliceerd, is aangekondigd dat het kabinet in de langdurige zorg een omslag wil maken naar meer maatwerk, meer zorg in de buurt, meer samenwerking tussen de verschillende aanbieders, maar ook naar houdbaar gefinancierde voorzieningen, zodat ook latere generaties er gebruik van kunnen maken.¹ De hervorming is niet door de huidige economische situatie veroorzaakt, maar heeft hierdoor wel een extra impuls gekregen.

1. Rutte, Samsom (2012), Bruggen slaan, regeerakkoord VVD-PvdA, 29 oktober 2012. Kamer-stukken II 2012-2013, 33 410, nr. 15.

     De regering heeft aangekondigd dat gemeenten verantwoordelijk worden voor activiteiten op het gebied van ondersteuning en begeleiding die onderdeel uitmaakten van de AWBZ. Ook wordt de jeugdzorg gedecentraliseerd naar gemeenten. Daarnaast is aangekondigd dat de extramurale verpleging, de meeste verzorging, de extramurale behandeling en de geestelijke gezondheidszorg worden ondergebracht in de Zvw. Tot slot is het voornemen aangekondigd dat de huidige AWBZ wordt omgevormd tot een nieuwe landelijke voorziening waarin de zware intramurale ouderen- en gehandicaptenzorg landelijk wordt georganiseerd.

     In de brief "Hervorming langdurige zorg: naar een waardevolle toekomst", die de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op 25 april 2013 aan de Tweede Kamer heeft aangeboden (HLZ-brief), zijn bovengenoemde voornemens verder uitgewerkt.¹ In deze brief zijn de contouren van de Wlz, toen nog kern-AWBZ genoemd, geschetst op het gebied van het karakter van de wet, de indicatiestelling, kwaliteit, het persoonsgebonden budget, de uitvoering, de eigen bijdrage en de financiële houdbaarheid. De brief van 6 november 2013 ² bevatte een nadere uitwerking van deze voornemens.

1. Kamerstukken II 2012-2013, 30 597, nr. 296.
2. Kamerstukken II 2013-2014, 30 597, nr. 380.

 blz. 4  
Noodzaak tot hervormen van de AWBZ

     De regering heeft drie motieven om het stelsel van langdurige zorg te herzien: het verbeteren van de kwaliteit van ondersteuning en zorg, het vergroten van de betrokkenheid van de samenleving (meer voor elkaar zorgen) en de

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.