blz. 1  

Kamerstukken II 2013-2014, 33 841

Regels inzake de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Hoofdlijnen van beleid
1.1 Inleiding
1.2 Uitbreiding van de gemeentelijke verantwoordelijkheid
1.3 Waarborgen voor passende ondersteuning
1.4 Transitie en transformatie
1.5 Leeswijzer
2 De verantwoordelijkheid van de gemeente
2.1 De opdracht voor gemeenten: het doel van de wet
2.2 Beleidsruimte gemeenten
2.3 Doorvertaling wettelijke opdracht naar gemeentelijk beleid en uitvoering
2.4 Gemeentelijke verordening
2.5 Integrale ondersteuning
2.6 Samenwerking gemeenten, zorgverzekeraars en aanbieders
3 Toegang tot de ondersteuning
3.1 Algemeen
3.2 Mensen die ondersteuning behoeven
3.3 Meer eigen verantwoordelijkheid voor mensen
3.4 Onderzoek en cliëntondersteuning
3.5 Algemene voorzieningen
3.6 Maatwerkvoorziening (individuele voorziening)
3.7 Persoonsgebonden budget
3.8 Opvang en beschermd wonen
3.9 Inlichtingenplicht en periodieke evaluatie
3.10 Bijdrage naar draagkracht
3.11 Aanvullende financiële middelen voor gemeenten
3.12 Hulp op afstand
4 Informele ondersteuning en zorg
4.1 Algemeen
4.2 Gemeentelijke ondersteuning mantelzorgers
4.3 Waardering voor mantelzorgers
5 Kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning
5.1 Uitgangspunten
5.2 Plan en verordening en betrokkenheid van ingezetenen
5.3 Het onderzoek na een melding en de besluitvorming op een aanvraag
5.4 Verstrekken van informatie, advies en andere cliëntondersteuning
5.5 Kwaliteitseisen voor aanbieders
5.6 De meldcode
5.7 Klachtrecht en medezeggenschap
5.8 Onderzoek naar cliëntervaring
5.9 Verklaring omtrent het gedrag (VOG)
5.10 Professionaliteit van gemeenten en aanbieders
6 Gegevensverwerking
6.1 Inleiding
6.2 Algemeen juridisch kader
6.3 Bescherming persoonsgegevens in dit wetsvoorstel
6.4 Verwerking en verstrekking van persoonsgegevens in dit wetsvoorstel
6.5 Gebruik burgerservicenummer
6.6 Toekomstige ambities
6.7 Technisch kader
7 Toezicht
8 Vermindering regeldruk
8.1 Gevolgen voor regeldruk
8.2 Voor burgers
8.3 Voor aanbieders
8.4 Voor gemeenten
8.5 Samenhang en follow-up
9 Overgangsrecht
9.1 Overgangsrecht voor personen waarvan de AWBZ-aanspraak vervalt
9.2 Continuïteit in vervolg op het overgangsrecht
9.3 Beoordeling van aanvragen om een indicatie na inwerkingtreding van het wetsvoorstel
9.4 Overgangsrecht voor personen die al een voorziening op grond van de Wmo ontvangen
10 Financiële aspecten
10.1 Financiering van de maatschappelijke ondersteuning
11 Transitie, transformatie en implementatie
11.1 Transitieplan
11.2 Ondersteuningsprogramma
11.3 Transitievolgsysteem en "buddysysteem"
11.4 Informatievoorziening
12 Stelselverantwoordelijkheid
12.1 Stelselverantwoordelijkheid
12.2 Monitoring en evaluatie
12.3 Interbestuurlijk toezicht
13 Ontvangen reacties en adviezen
13.1 Reacties van gemeenten, cliënten en het veld
13.2 Adviesorganen en uitvoeringsorganisaties
13.3 Actal
14 Caribisch Nederland
xArtikelsgewijs
xxxxr Artikelen 1.1.1 t/m 7.11

 

 

Algemeen

 

1. Hoofdlijnen van beleid


[1.1. Inleiding, red.]


1.1.1. Meer eigen verantwoordelijkheid en ondersteuning op maat

     Dit wetsvoorstel bevat een nieuwe regeling op basis waarvan de gemeenten verantwoordelijk zijn voor de maatschappelijke ondersteuning van hun inwoners. De regering geeft met dit wetsvoorstel, dat de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) vervangt, uitwerking aan het deel van de maatregelen die in het Regeerakkoord "Bruggen slaan" zijn opgenomen dat betrekking heeft op de decentralisatie van de verantwoordelijkheid voor langdurige ondersteuning naar gemeenten. De regering bouwt met dit wetsvoorstel voort op de ervaringen die zijn opgedaan met de Wmo sinds 2007 en doet voorstellen voor het uitbreiden van de verantwoordelijkheid van gemeenten voor maatschappelijke ondersteuning. Gemeenten worden met dit wetsvoorstel verantwoordelijk voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen: die ondersteuning moet erop gericht zijn dat mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven. Voor mensen met psychische of psychosociale problemen of voor mensen die, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, de thuissituatie hebben verlaten, voorzien gemeenten in de behoefte aan beschermd wonen en opvang.

     De regering heeft in de brief over de hervorming van de langdurige zorg ¹ geschetst waarom zij de langdurige zorg wil hervormen en welke doelen hierbij worden nagestreefd.
     In de eerste plaats wil de regering de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning aanpassen aan de veranderende eisen en omstandigheden. Mensen willen zo lang mogelijk thuis kunnen wonen, de regie op hun eigen leven behouden en niet eenzaam zijn. De regering wil de  blz. 2  mogelijkheden tot het bieden van passende ondersteuning aan mensen in de eigen leefomgeving door het sociale netwerk of met behulp van gemeentelijke voorzieningen in de nabijheid beter benutten. Hiervoor is belangrijk dat mensen met beperkingen zoveel mogelijk in staat worden gesteld op gelijke voet te participeren en deel te nemen aan het dagelijkse leven. Gemeenten krijgen daarom de opdracht de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te bevorderen en daarmee bij te dragen aan het realiseren van een inclusieve samenleving.²
     De regering beoogt met dit wetsvoorstel en de voorgenomen decentralisaties op het terrein van jeugd, werk en inkomen en passend onderwijs gemeenten breed verantwoordelijk te maken voor het bieden van ondersteuning aan mensen met beperkingen binnen het sociale domein. Het is de bedoeling dat mensen ondersteuning en zorg aangeboden krijgen die aansluit op hun persoonlijke omstandigheden en levensfase. Het wetsvoorstel voorziet in belangrijke waarborgen voor het uitvoeren van een goed onderzoek naar de ondersteuningsbehoeften van mensen. Van gemeenten wordt verwacht dat zij dit onderzoek uitvoeren in goede samenspraak met de mensen om wie het gaat en dat zij samen met betrokkenen komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening.
     In de hiervoor genoemde brief over de hervorming van de langdurige zorg is aangegeven dat in de Zorgverzekeringswet (Zvw) een nieuwe aanspraak thuisverpleging ("zorg in de wijk") wordt gecreëerd. Die aanspraak omvat verpleging en verzorging in de wijk die verband houdt met de behoefte aan geneeskundige zorg. Bij de uitwerking van de beleidsvoornemens is nader in kaart gebracht voor welke cliënten die samenhang geldt. Daarbij is gebleken dat zich bij de overgrote meerderheid van de cliënten een nauwe (zorginhoudelijke) samenhang voordoet in deze typen van zorg. De verpleging en verzorging wordt vanuit één team geboden en veelal door dezelfde mensen. Slechts voor een kleine groep wordt verzorging meer in samenhang met begeleiding geleverd. Deze constatering heeft geleid tot een andere verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeenten en verzekeraars dan de regering aanvankelijk, ten tijde van het sluiten van het regeerakkoord, voor ogen stond. In de paragrafen 1.2 en 3.2 wordt hier nader op ingegaan.
     Cruciaal is dat gemeenten de opdracht krijgen om samen te werken met zorgverzekeraars, wier taken eveneens worden uitgebreid, zorgaanbieders en andere betrokken partijen op het gebied van jeugdzorg, onderwijs, preventieve gezondheidszorg, welzijn, wonen en werk en inkomen. Dit wetsvoorstel beoogt het bieden van samenhangende zorg en ondersteuning in buurten, wijken en dorpen te bevorderen en een goede ondersteuning van mensen in de eigen leefomgeving mogelijk te maken. De door mensen ervaren kwaliteit is naar het oordeel van de regering bepalend voor de kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning. Belangrijke aandachtsgebieden vormen de komende jaren het verbeteren van de mogelijkheden tot het combineren van informele hulp en professionele ondersteuning en het demedicaliseren van de geboden hulp en ondersteuning. Het is van belang de ondersteuning te richten op de persoon en diens omgeving in plaats van uitsluitend op diens aandoening, beperking of indicatie. Het welbevinden van mensen dient centraal te staan. De regering verwacht van gemeenten dat zij het kwaliteitsbeleid in samenspraak met cliëntenorganisaties en aanbieders de komende jaren verder ontwikkelen en voorstellen doen voor kwaliteitsstandaarden voor maatschappelijke ondersteuning. Met de betrokkenheid  blz. 3  van de cliëntenorganisaties op landelijk en op lokaal niveau wordt gewaarborgd dat in het denken over kwaliteit de burger centraal staat. Dit impliceert onder andere een "wetoverstijgend" kwaliteitsdenken.
     Gemeenten (en verzekeraars) zullen zo spoedig mogelijk tot concrete afspraken moeten komen met aanbieders over inkoop en levering van zorg en ondersteuning. Zoals weergegeven in de visiebrief over de arbeidsmarkt in de zorg en ondersteuning ³ is dat voor de continuïteit en kwaliteit van de gehele zorg van groot belang. De verschillende akkoorden die het kabinet heeft gesloten met partijen in de zorg (zoals het Zorgakkoord) beogen duidelijkheid, rust en stabiliteit te bieden in het beleid voor de komende jaren. Waar nodig worden gemeenten ondersteund bij het realiseren van concrete afspraken met aanbieders, bijvoorbeeld met een rekentool die ondersteunt bij het aangaan van een overeenkomst met aanbieders. Bij het opstellen van (regionale) transitieplannen zal nadrukkelijk ook rekening worden gehouden met de arbeidsmarkt(effecten).

1. Kamerstukken II 2012-2013, 30 597, nr. 296.
2. De regering heeft het voornemen het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap op korte termijn goed te keuren, onder de voorwaarde dat hieruit volgende verplichtingen geleidelijk ten uitvoer kunnen worden gebracht. Uitgangspunt van dat verdrag is een samenleving die mensen met beperkingen zoveel mogelijk in staat stelt op gelijke voet te participeren.
3. Brief van 25 oktober 2013, Kamerstukken II 2013-2014, 29 282, nr. 181.

     In de tweede plaats beoogt de regering de betrokkenheid van mensen bij elkaar te vergroten. De mogelijkheden van mensen of hun sociale omgeving om zelf te voorzien in hulp en ondersteuning is te veel op de achtergrond geraakt. Om het wonen in de eigen leefomgeving langer mogelijk te maken en het aantal mensen dat zich eenzaam voelt te verminderen, zal een groter beroep worden gedaan op het sociale netwerk van mensen en daar waar mogelijk ook op vrijwilligers. De regering zet daarom in op het versterken van de positie van

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.