Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

Participatiewet

PW

 

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING en overige kamerstukken

Wet werk en bijstand zoals deze luidde op 31 december 2014

Nadere regelgeving:
- Aanpassingsbesluit Wwb
- Aanpassingsregeling Wwb
- Beleidsregels financieel maatregelenbeleid Ioaw, Ioaz, Bbz 2004 en Wwik
- Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998
- Besluit advisering beschut werk
- Besluit beleidsregels SVB 2016
- Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004
- Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid
- Besluit gelijkstelling vreemdelingen Participatiewet, Ioaw en Ioaz
- Besluit loonkostensubsidie Participatiewet
- Besluit Participatiewet
- Besluit SUWI
- Besluit taaltoets Participatiewet
- Boetebesluit socialezekerheidswetten
- Regeling administratieve uitvoeringsvoorschriften Bbz 2004
- Regeling bijstandverlening aan zelfstandigen in het buitenland
- Regeling financiering en verantwoording Ioaw, Ioaz en Bbz 2004
- Regeling loonkostensubsidie Participatiewet
- Regeling Participatiewet, Ioaw en Ioaz
- Regeling statistiek Participatiewet, Ioaw en Ioaz 2015
- Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor de uitvoeringsjaren 2012 en volgende
- Regeling uitzondering inlichtingenplicht
- Regeling vaststelling aantallen beschut werk 2017
- Regeling vaststelling gemiddeld premiepercentage voor de Werkloosheidswet dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds
- Reglement justitiële jeugdinrichtingen
- SZW-intrekkingsregeling 2004
- Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet
- Tijdelijke regeling experimenten Participatiewet
- Uitvoeringsbesluit Wmo 2015

Vervallen nadere regelgeving:
- Besluit beleidsregels SVB ter uitvoering van de mandaatbesluiten inzake de Wwb (vervallen)
- Besluit Inlichtingenbureau gemeenten (vervallen)
- Besluit koopkrachttegemoetkoming lage inkomens (vervallen)
- Besluit maatschappelijke ondersteuning (vervallen)
- Besluit SVB beleidsregels Wwb 2010 (vervallen)
- Besluit SVB beleidsregels Wwb 2012 (vervallen)
- Besluit vaststelling rekenpremie wachtgeldfondsen (vervallen)
- Besluit Wwb (vervallen)
- Regeling statistiek Wwb, Ioaw en Ioaz (vervallen)
- Regeling statistiek Wwb, Ioaw, Ioaz en Wik (vervallen)
- Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2009 (vervallen)
- Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2010 (vervallen)
- Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2011 (vervallen)
- Regeling vaststelling rekenpremies Ziektewet en wachtgeldfondsen (vervallen)
- Tijdelijk besluit bevordering arbeidsinschakeling alleenstaande ouders Wwb (vervallen)

Relevante overige regelgeving:
- Algemene bijstandswet (vervallen)
- Besluit in- en doorstroombanen (vervallen)
- Besluit taakuitoefening Inspectie Werk en Inkomen (vervallen)
- Invoeringsregeling Wwb (vervallen)
- Invoeringswet Wet werk en bijstand (vervallen)
- Regeling financiering bijstand buitenland
- Regeling procesgang vangnetters gemeentelijke doelgroep Participatiewet
- Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering (vervallen)
- Tijdelijke wet pilot loondispensatie (vervallen)
- Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
- Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
- Wet inschakeling werkzoekenden (vervallen)
- Wet investeren in jongeren (vervallen)
- Wet voorzieningen arbeid en zorg alleenstaande ouders (vervallen)
- Wet werk en inkomen kunstenaars (vervallen)

 

 

Inhoudsopgave PW

Hoofdstuk 1 Algemeen artt. 1 - 8c
§ 1.1x Begripsbepalingen artt. 1 - 6b
§ 1.2x Opdracht gemeente artt. 7 - 8d
Hoofdstuk 2 Rechten en plichten artt. 9 - 18a
§ 2.1x Arbeidsinschakeling en tegenprestatie artt. 9 - 10f
§ 2.2x Bijstand artt. 11 - 16
§ 2.3x Inlichtingenplicht en afstemming artt. 17 - 18b
Hoofdstuk 3 Algemene bijstand artt. 19 - 34
§ 3.1x Algemeen art. 19
§ 3.2x Normen artt. 19a - 24
§ 3.3x Verlaging artt. 25 - 30
§ 3.4x Middelen artt. 31 - 34
Hoofdstuk 4 Aanvullende inkomensondersteuning en aanpassing bedragen artt. 35 - 39
§ 4.1x Aanvullende inkomensondersteuning artt. 35 - 36b
§ 4.2x Aanpassing bedragen artt. 37 - 39
Hoofdstuk 5 Uitvoering artt. 40 - 47g
§ 5.1x De aanvraag artt. 40 - 43
§ 5.2x Toekenning, vaststelling en betaling artt. 44 - 46
§ 5.3x Cliëntenparticipatie art. 47
§ 5.4x Uitvoering Sociale verzekeringsbank art. 47a - 47g
Hoofdstuk 6 Bevoegdheden en faciliteiten gemeenten artt. 48 - 68
§ 6.1x Vorm bijstand artt. 48 - 53
§ 6.2x Onderzoek, opschorten en herzien artt. 53a - 54
§ 6.3x Aanvullende verplichtingen artt. 55 - 57
§ 6.4x Terugvordering artt. 58 - 60c
§ 6.5x Verhaal artt. 61 - 62i
§ 6.6x Gegevensuitwisseling artt. 63 - 68
Hoofdstuk 7 Financiering, toezicht en informatie artt. 69 - 78
§ 7.1x Financiering artt. 69 - 75
§ 7.2x Aanwijzingsbevoegdheid en gemeentelijke toezichthouders artt. 76 - 76a
§ 7.3x Informatie artt. 77 - 78
Hoofdstuk 7a Overgangsrecht artt. 78a - 78cc
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen artt. 79 - 86
xxxxxxxxxxxx   xxxxxxxxxxxxr|

Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2002-2003, 28 870.
Handelingen II 2002-2003, blz. 4852-4920; 4932-4972; 4983-4985; 5029-5080; 5090-5096.
Kamerstukken I 2002-2003, 28 870 (294, 294a, A, B, C, D, E, F, G, H, I, J, K).
Handelingen I 2003-2004, zie vergadering d.d. 7 oktober 2003.

Geschiedenis:
Staatsblad 2003, 375Staatscourant 2003, 242Staatsblad 2003, 526Staatsblad 2003, 544Staatscourant 2004, 58Staatsblad 2004, 300Staatscourant 2004, 118Staatsblad 2004, 363Staatscourant 2004, 251Staatsblad 2004, 717Staatsblad 2004, 725Staatsblad 2004, 733Staatsblad 2005, 115Staatsblad 2005, 192Staatscourant 2005, 85Staatsblad 2005, 339Staatsblad 2005, 345Staatsblad 2005, 434Staatsblad 2005, 525Staatsblad 2005, 573Staatsblad 2005, 625Staatscourant 2005, 248Staatsblad 2005, 683Staatsblad 2005, 691Staatsblad 2005, 710Staatsblad 2005, 713Staatscourant 2006, 129Staatsblad 2006, 349Staatsblad 2006, 373Staatsblad 2006, 415Staatsblad 2006, 559Staatsblad 2006, 593Staatsblad 2006, 605Staatsblad 2006, 625Staatsblad 2006, 712Staatscourant 2006, 251Staatsblad 2007, 153Staatscourant 2007, 118Staatsblad 2007, 289Staatsblad 2007, 418Staatsblad 2007, 490Staatsblad 2007, 551Staatsblad 2007, 555Staatscourant 2007, 248Staatsblad 2007, 563Staatsblad 2007, 564Staatsblad 2008, 87Staatsblad 2008, 132Staatsblad 2008, 197Staatscourant 2008, 115Staatsblad 2008, 229Staatsblad 2008, 284Staatsblad 2008, 312Staatscourant 2008, 252Staatsblad 2008, 565Staatsblad 2008, 586Staatsblad 2008, 588Staatsblad 2008, 590Staatsblad 2008, 592Staatsblad 2008, 595Staatsblad 2008, 600Staatsblad 2008, 606Staatsblad 2009, 108Staatsblad 2009, 229Staatscourant 2009, 117Staatsblad 2009, 265Staatsblad 2009, 390Staatsblad 2009, 282Staatsblad 2009, 318Staatsblad 2009, 492Staatsblad 2009, 580Staatsblad 2009, 592Staatsblad 2009, 596Staatsblad 2009, 611Staatsblad 2010, 228Staatsblad 2010, 350Staatscourant 2010, 9683Staatsblad 2010, 840Staatsblad 2010, 838Staatscourant 2010, 21336Staatsblad 2011, 231Staatsblad 2011, 288Staatscourant 2011, 10914Staatsblad 2011, 442Staatsblad 2011, 618Staatsblad 2011, 647Staatscourant 2011, 23515Staatscourant 2011, 23883Staatsblad 2011, 645Staatsblad 2011, 650Staatscourant 2012, 13237Staatsblad 2012, 322Staatsblad 2012, 328Staatsblad 2012, 361Staatsblad 2012, 430Staatsblad 2012, 462Staatsblad 2012, 463Staatscourant 2012, 25906Staatsblad 2012, 669Staatsblad 2013, 115Staatsblad 2013, 226Staatsblad 2013, 236Staatscourant 2013, 16668Staatsblad 2013, 316Staatsblad 2013, 405Staatsblad 2013, 507Staatscourant 2013, 34709Staatsblad 2013, 578 Staatsblad 2014, 259 Staatscourant 2014, 18130 Staatsblad 2014, 227Staatsblad 2014, 269Staatsblad 2014, 270Staatsblad 2014, 280Staatsblad 2014, 307Staatsblad 2014, 364Staatsblad 2014, 442Staatsblad 2014, 502Staatsblad 2014, 504Staatsblad 2014, 494Staatsblad 2014, 519Staatscourant 2014, 36891 Staatscourant 2014, 36923Staatsblad 2015, 50Staatsblad 2015, 28Staatsblad 2015, 136Staatscourant 2015, 17277Staatsblad 2015, 451 Staatsblad 2015, 464 Staatscourant 2015, 44629Staatscourant 2015, 45265Staatsblad 2015, 547 Staatsblad 2016, 173Staatsblad 2016, 215Staatscourant 2016, 32586Staatsblad 2016, 290 Staatsblad 2016, 318Staatsblad 2016, 471Staatsblad 2016, 444Staatscourant 2016, 67596Staatsblad 2016, 519 Staatsblad 2017, 78Staatsblad 2017, 24Staatsblad 2017, 115Staatsblad 2017, 252Staatscourant 2017, 36285Staatsblad 2017, 285.

 

 

WET van 9 oktober 2003, Stb. 2003, 375, houdende vaststelling van een wet inzake ondersteuning bij arbeidsinschakeling en verlening van bijstand door gemeenten (Wet werk en bijstand).¹ Inwerkingtreding: 1 januari 2004 (Stb. 2003, 386), zie artikel 85.

1. Redactie: ingevolge artikel I, onderdeel M, van de Invoeringswet Participatiewet is de Wet werk en bijstand met ingang van 1 januari 2015 voorzien van een nieuwe citeertitel, luidende: Participatiewet.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ter vereenvoudiging en verduidelijking van de regelgeving en ter versterking van de verantwoordelijkheid der gemeenten voor de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en de verlening van bijstand gewenst is te komen tot een Wet werk en bijstand, waarin de Algemene bijstandswet, de Wet financiering Abw, Ioaw en Ioaz, de Wet inschakeling werkzoekenden en het Besluit in- en doorstroombanen zijn geïntegreerd;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemeen

 

§ 1.1.  Begripsbepalingen

 

Art. 1. Organen  [KamerstukkenVvWMvTNvVNvV(H)VNnavhV2eNvWgVvW  |  Geschiedenisversie 9 oktober 2003Stb. 2006, 373Stb. 2008, 586Stb. 2008, 600Stb. 2010, 838Stb. 2012, 361Stb. 2015, 451Stb. 2017, 78 + bisStb. 2017, 115]
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. college: het college van burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 40, eerste lid;
c. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
d. Sociale verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
e. Inlichtingenbureau: het Inlichtingenbureau, bedoeld in artikel 63 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
f. inrichting:
1º. een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van verpleging of verzorging aan aldaar verblijvende hulpbehoevenden;
2º. een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van slaapgelegenheid, waarbij de mogelijkheid van hulpverlening of begeleiding gedurende meer dan de helft van ieder etmaal aanwezig is;
g. Richtlijn 2004/38/EG: Richtlijn nr. 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) 1612/68 en tot intrekking van Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PbEU L 158);
h. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht;
i. Algemene bijstandswet: Algemene bijstandswet zoals deze luidde op 31 december 2003;
j. Wet inschakeling werkzoekenden: Wet inschakeling werkzoekenden zoals deze luidde op 31 december 2003;
k. Besluit in- en doorstroombanen: Besluit in- en doorstroombanen zoals dit luidde op 31 december 2003;
l. Invoeringswet Wet werk en bijstand: Invoeringswet Wet werk en bijstand zoals deze luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet van 29 december 2008 tot intrekking van de Invoeringswet Wet werk en bijstand (Stb. 2008, 586);
m. pensioengerechtigde leeftijd: pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet;
n. lijfrente: een lijfrente als bedoeld in artikel 3.125, eerste lid, onderdeel a en c, van de Wet inkomstenbelasting 2001, een lijfrenterekening of een lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 3.126a van die wet die voorziet in een oudedagslijfrente, dan wel een recht op periodieke uitkeringen of verstrekkingen waarop artikel I, onderdeel O, van hoofdstuk 2 van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 van toepassing is.

 

Art. 2. Premies, wettelijk minimumloon en kinderbijslag  [KamerstukkenVvWMvTgVvW  |  Geschiedenisversie 9 oktober 2003Stb. 2005, 525Stb. 2009, 282Stb. 2011, 288Stb. 2014, 270Stb. 2017, 24 + bis]
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. premies volksverzekeringen: premies volksverzekeringen als bedoeld in de Wet financiering sociale verzekeringen;
b. kinderbijslag: kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet;
c. wettelijk minimumloon: het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, of, indien het een werknemer jonger dan 22 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet.

 

Art. 3. Gezamenlijke huishouding en woning  [KamerstukkenVvWMvTAgVvW  |  Geschiedenisversie 9 oktober 2003Stb. 2009, 596Stb. 2011, 650Stb. 2014, 442]      [Jurisprudentie: 98a, 98b99a, 99b, 99c, 99d, 99e, 99f, 00a, 01a, 01b, 01c, 01d, 01e, 01f, 02a, 02b, 02c, 02d, 02e, 02f, 02g, 02h, 03a, 04a, 04b, 05a, 05b, 06a, 06b, 06c, 06d, 06e, 06f, 06g, 06h, 06i, 06j, 06k, 06l, 06m, 06n, 06o, 06p, 07a, 07b, 07c, 08a, 08b, 09a, 10a, 11a, 11b, 12a, 12b, 13a, 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 14f, 14g, 14h, 15a, 15b, 15c, 15d, 15e, 15f, 15g, 15h, 16a]
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met:
a. echtgenoot: geregistreerde partner;
b. echtgenoten: geregistreerde partners;
c. huwelijk: geregistreerd partnerschap;
d. gehuwd: als partner geregistreerd;
e. gehuwde: als partner geregistreerde;
f. gehuwden: als partners geregistreerden;
g. echtscheiding: beëindiging van een geregistreerd partnerschap anders dan door de dood of vermissing.
-2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt:
a. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een aanverwant in de eerste graad, een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
b. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
-3. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
-4. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of in de periode van twee jaar voorafgaande aan de aanvraag van bijstand voor de verlening van bijstand als gehuwden zijn aangemerkt;
b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de één door de ander;
c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het derde lid.
-5. Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vierde lid, onderdeel d. [Bargh98]
-6. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een woning mede verstaan een woonwagen of een woonschip.
-7. Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde. 
-8. Onder voormalig pleegkind wordt verstaan een pleegkind voor wie de ongehuwde een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of de Jeugdwet of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.

 

Art. 4. Alleenstaande, alleenstaande ouder en gezin  [KamerstukkenVvWMvTAgVvW  |  Geschiedenisversie 9 oktober 2003Stb. 2008, 595Stb. 2009, 596Stb. 2010, 838Stcrt. 2011, 23515Stb. 2011, 650Stcrt. 2012, 13237Stb. 2012, 322Stb. 2014, 269]      [Jurisprudentie99a, 02a]
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. alleenstaande: de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
b. alleenstaande ouder: de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor één of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
c. gezin:
1º. de gehuwden tezamen;
2º. de gehuwden met de tot hun last komende kinderen;
3º. de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen;
d. kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind of, voor de toepassing van de artikelen 9, 9a en 30, tweede lid, het in Nederland woonachtige pleegkind;
e. ten laste komend kind: het kind jonger dan 18 jaar voor wie aan de alleenstaande ouder of de gehuwde op grond van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet kinderbijslag wordt betaald, zal worden betaald of zou worden betaald indien artikel 7, tweede lid, van die wet niet van toepassing zou zijn.
-2. Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b, wordt mede verstaan een meerderjarig stiefkind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde.

 

Art. 5. Bijstand en voorliggende voorziening  [KamerstukkenVvWMvTAgVvW  |  Geschiedenisversie 9 oktober 2003Stb. 2007, 289Stb. 2008, 592Stb. 2011, 650Stb. 2012, 322Stb. 2014, 269 Stb. 2014, 270Stb. 2014, 504]      [Jurisprudentie99a, 99b, 00a, 01a, 01b, 01c]
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. bijstand: algemene en bijzondere bijstand;
b. algemene bijstand: de bijstand ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan;
c. bijstandsnorm: de op grond van paragraaf 3.2 op de belanghebbende van toepassing zijnde norm, verminderd met de op grond van paragraaf 3.3 door het college vastgestelde verlaging;
d. bijzondere bijstand: de bijstand, bedoeld in artikel 35, de individuele inkomenstoeslag, bedoeld in artikel 36, en de individuele studietoeslag, bedoeld in artikel 36b;
e. voorliggende voorziening: elke voorziening buiten deze wet waarop de belanghebbende of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen, ter verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgaven.

 

Art. 6. Definities in verband met arbeidsinschakeling  [KamerstukkenVvWMvTVgVvW  |  Geschiedenisversie 9 oktober 2003Stb. 2005, 573Stb. 2007, 564Stb. 2008, 590Stb. 2008, 595Stb. 2008, 600Stb. 2009, 390Stb. 2009, 282Stb. 2009, 580Stb. 2011, 650Stb. 2012, 361Stb. 2014, 270Stb. 2015, 464Stb. 2016, 444]
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. niet-uitkeringsgerechtigde: de persoon jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd die als werkloze werkzoekende staat geregistreerd bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en die geen recht heeft op arbeidsondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of een uitkering op grond van deze wet of de Werkloosheidswet, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Toeslagenwet, de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria, de Algemene nabestaandenwet dan wel een uitkering op grond van een regeling die met deze wetten naar aard en strekking overeenstemt;
b. arbeidsinschakeling: het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a;
c. sociale activering: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of, als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke participatie;
d. startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
e. doelgroep loonkostensubsidie: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, alsmede personen als bedoeld in artikel 10d, tweede lid;
f. dienstbetrekking: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking;
g. loonwaarde: vastgesteld percentage van het wettelijk minimumloon voor de door een persoon die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort.
-2. De gemeenteraad stelt bij verordening regels over de doelgroep loonkostensubsidie en de loonwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e en g. Deze regels bepalen in ieder geval:
a. de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort; en
b. de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.

 

Art. 6a. [Uitbreiding begrip gegevens, red.]  [GeschiedenisStb. 2013, 405]
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder gegevens mede verstaan persoonsgegevens als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens.

 

Art. 6b. Medisch urenbeperkt  [GeschiedenisStb. 2014, 270]
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder medisch urenbeperkt verstaan: als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling voor een geringer aantal uren belastbaar zijn dan de normale arbeidsduur, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
-2. Het college kan:
a. ambtshalve vaststellen of een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 1º, medisch urenbeperkt is;
b. op schriftelijke aanvraag van een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 1º, vaststellen of hij medisch urenbeperkt is.
-3. Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan slechts eenmaal per twaalf maanden worden ingediend.
-4. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verricht voor het college de werkzaamheden ten behoeve van de vaststelling of een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 1º, medisch urenbeperkt is en adviseert het college hierover.

 

 

§ 1.2.  Opdracht gemeente

 

Art. 7. Opdracht college  [KamerstukkenVvWMvTVNvWAAAAAgVvW  |  Geschiedenisversie 9 oktober 2003Stb. 2005, 625Stb. 2008, 284 + bisStb. 2008, 600Stb. 2009, 318Stb. 2009, 596Stb. 2011, 442Stb. 2011, 650Stb. 2012, 322Stb. 2014, 269Stb. 2014, 270Stb. 2014, 364 + bisStb. 2014, 504Stb. 2015, 464]      [Jurisprudentie99a, 00a, 01a, 12a, 14a, 14b, 15a]
-1. Het college:
a. ondersteunt bij arbeidsinschakeling:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.