Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-04-2017   Nieuwe regeling Stcrt. 2016, 56189 Stcrt. 2016, 56189

 

 

REGELING van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 oktober 2016, nr. 2016-0000184698, tot vaststelling van een tijdelijke regeling voor een eenmalige tegemoetkoming in verband met het aanpassen van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen (Tijdelijke regeling tegemoetkoming Dagloonbesluit werknemersverzekeringen)

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op de artikelen 3, eerste lid, juncto 9 van de Kaderwet SZW-subsidies en 32d, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Algemene bepalingen
-1. In deze regeling wordt verstaan onder:
- aangiftetijdvak: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen;
- de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- loon: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 3, eerste lid, van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen, met dien verstande dat indien in een aangiftetijdvak geen of minder loon is genoten vanwege verlof als bedoeld in onderdeel h, als loon in dat aangiftetijdvak wordt aangemerkt het loon dat in dezelfde dienstbetrekking is genoten in het laatste aan dat verlof voorafgaande aangiftetijdvak waarin geen sprake was van verlof;
- dagloon: het dagloon, bedoeld in artikel 1b, eerste lid, van de Werkloosheidswet;
- ongemaximeerde dagloon: het dagloon indien dat niet zou zijn gemaximeerd op het in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen bedoelde bedrag;
- ongemaximeerde herziene dagloon: het herziene dagloon indien dat niet zou zijn gemaximeerd op het in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen bedoelde bedrag;
- uitkeringspercentage: het uitkeringspercentage, waarbij geldt dat het uitkeringspercentage over de eerste 43,5 rechtdagen 75% bedraagt en over de daaropvolgende rechtdagen 70%;
- UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- verlof: een tussen de werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen tijdvak waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht, met uitzondering van verlof als bedoeld in de artikelen 3:1 en 3:2 van de Wet arbeid en zorg;
- werknemer: de werknemer, bedoeld in de Werkloosheidswet;
- WGA-uitkering: de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
- WW-uitkering: een uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet, met uitzondering van de uitkering op grond van artikel 18 van die wet en de uitkering die uitsluitend het gevolg is verkorting van de werktijd waarvoor ontheffing is verleend op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945;
- ziekte: de ongeschiktheid tot het verrichten van de bedongen arbeid als bedoeld in artikel 629, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
- ZW-uitkering: de uitkering van het ziekengeld, bedoeld in artikel 19 van de Ziektewet.
-2. Het in een aangiftetijdvak genoten loon wordt toegerekend aan de kalendermaand waarin de laatste dag van het aangiftetijdvak ligt.
-3. Op het herziene dagloon, bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, en 4, tweede lid, is artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen van overeenkomstige toepassing.
-4. Op deze regeling zijn de artikelen 22a, 31, tweede lid, 32, 36 tot en met 36d, 38, 40 en 129 van de Werkloosheidswet, alsmede artikel 4, eerste lid, van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen, van overeenkomstige toepassing.
-5. Voor de toepassing van wetgeving en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, de eenmalige tegemoetkoming aangemerkt als een WW-uitkering. In afwijking van de eerste zin wordt de eenmalige tegemoetkoming niet aangemerkt als een loondervingsuitkering als bedoeld in de Toeslagenwet.
-6. Voor de toepassing van artikel 4:1, vierde lid, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten wordt de betaling van de eenmalige tegemoetkoming aangemerkt als het moment waarop het recht bestaat.

 

Art. 2. Doelgroepen eenmalige tegemoetkoming
-1. Recht op een eenmalige tegemoetkoming heeft de werknemer:
a. die recht heeft of heeft gehad op een WW-uitkering dat is ontstaan op of na 1 juli 2015 en vóór 1 december 2016 en die in de periode van één jaar die eindigt op de laatste dag van de tweede kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid is gelegen, geen loon heeft genoten in één of meer kalendermaanden;
b. wiens recht op een WW-uitkering zou zijn ontstaan op of na 1 juli 2015 en vóór 1 december 2016 indien artikel 16, achtste lid, van de Werkloosheidswet niet van toepassing zou zijn geweest en die in de periode van één jaar die eindigt op de laatste dag van de tweede kalendermaand voorafgaande aan de kalendermaand waarin de eerste dag van werkloosheid is gelegen, geen loon heeft genoten in één of meer kalendermaanden; of
c. die recht heeft of heeft gehad op een WW-uitkering dat is ontstaan op of na 1 juli 2015 en vóór 1 december 2016, die de wachttijd, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen heeft doorlopen, die geen recht heeft gekregen op een WGA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en het ongemaximeerde herziene dagloon ten minste 2,5% hoger is dan het ongemaximeerde dagloon.
-2. In afwijking van het eerste lid heeft de werknemer geen recht op een eenmalige tegemoetkoming indien op een dag in de kalendermaand waarin het recht op een WW-uitkering is of zou zijn ontstaan een eerder recht op een WW-uitkering bestaat.
-3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a en b, heeft de werknemer geen recht op een eenmalige tegemoetkoming als het ongemaximeerde herziene dagloon, bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, respectievelijk 4, tweede lid, niet meer dan 7% hoger is dan het ongemaximeerde dagloon, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, respectievelijk 4, eerste lid, bedraagt.
-4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a of c, heeft de werknemer geen recht op een eenmalige tegemoetkoming indien de WW-uitkering blijvend geheel is geweigerd op grond van artikel 27 van de Werkloosheidswet.
-5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, heeft de werknemer geen recht op een eenmalige tegemoetkoming, indien:
a. er in een kalendermaand na de kalendermaand waarin het recht op een WW-uitkering zou zijn ontstaan een recht op een WW-uitkering is ontstaan dat vóór 1 december 2016 is geëindigd op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Werkloosheidswet; of
b. het loon in de kalendermaand waarin geen recht op een WW-uitkering is ontstaan meer dan 87,5% bedraagt van de uitkomst van het herziene dagloon, bedoeld in artikel 4, eerste lid, vermenigvuldigd met 21,75.
-6. Indien een werknemer op grond van hetzelfde uitkeringsrecht zowel recht heeft op een eenmalige tegemoetkoming op grond van het eerste lid, onderdeel a en c,¹ komt enkel het recht op een eenmalige tegemoetkoming op grond van het eerste lid, onderdeel c, tot uitbetaling.

1. Volgens de redactie dient "en c" te worden vervangen door: , als op grond van het eerste lid, onderdeel c.

 

Art. 3. Hoogte eenmalige tegemoetkoming artikel 2, eerste lid, onderdeel a
-1. De hoogte van de eenmalige tegemoetkoming voor de werknemer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedraagt de uitkomst van de volgende formule:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.