Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2004   Intrekking Stb. 2003, 376 Stb. 2003, 386
01-01-2003   Wijziging Stcrt. 2002, 246 Stcrt. 2002, 246
16-07-2000   Wijziging Stcrt. 2000, 134 Stcrt. 2000, 134
09-06-2000 12-05-2000 Wijziging Stcrt. 2000, 108 Stcrt. 2000, 108
26-01-2000 06-06-1997 Wijziging Stcrt. 2000, 16 Stcrt. 2000, 16
18-12-1999   Nieuwe regeling Stcrt. 1999, 243 Stcrt. 1999, 243

 

 

13 december 1999/nr. BZ/IW/99/77253
Directie Bijstandszaken

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 43, vierde lid, onderdeel b, van de Algemene bijstandswet;

     Besluit:

 

 

Art. 1. [De toepasselijke schadevergoedingsregelingen]
Niet tot de middelen, bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 3, van de Algemene bijstandswet, worden gerekend:
a. een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3 van de Uitkeringsregeling Hulpfonds Gedupeerden Bijlmerramp;
b. de eenmalige uitkering en het voorschot, bedoeld in de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers;
c. de vergoeding, bedoeld in artikel 16 van het Besluit tot wijziging van de aanwijzing van het luchtvaartterrein Maastricht, alsmede vaststelling van geluidszones (Interimaanwijzingsbesluit luchtvaartterrein Maastricht);
d. de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5 van de Uitkeringsregeling Fonds Slachtoffers Legionella-epidemie.

 

Art. 2. [Inwerkingtreding]
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

 

Art. 3. [Citeertitel]
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vrijlating immateriële schadevergoeding Algemene bijstandswet.

 

 

     Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 13 december 1999.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
K.G. de Vries.

 

 

 

 

WIJZIGINGSHISTORIE

 

 

A

VRIJLATING  IN  DE  ABW  VAN  TEGEMOETKOMINGEN  BIJLMERRAMP
 

13 december 1999, Stcrt. 1999, 243
Inwerkingtreding: 18 december 1999
(T.a.v. art. 43:4b Abw)

 

 

13 december 1999/nr. BZ/IW/99/77253
Directie Bijstandszaken

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 43, vierde lid, onderdeel b, van de Algemene bijstandswet

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3 van de Uitkeringsregeling Hulpfonds Gedupeerden Bijlmerramp wordt niet tot de middelen gerekend, bedoeld hoofdstuk IV, afdeling 3, van de Algemene bijstandswet

 

Art. 2.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

 

 

     Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

's-Gravenhage, 13 december 1999.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
K.G. de Vries.

 

 

 

TOELICHTING
[13 december 1999]

 


     Het kabinet heeft financiële middelen beschikbaar gesteld voor een groep gedupeerden van de Bijlmerramp van 4 oktober 1992. Het gaat hier om gedupeerden die als gevolg van deze ramp na enkele jaren in een vicieuze cirkel van financiële en psychosociale problemen terecht zijn gekomen. Deze gedupeerden kunnen in 2000 onder bepaalde voorwaarden voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking komen in het kader van de Uitkeringsregeling Hulpfonds Gedupeerden Bijlmerramp. Aanvragen hiervoor kunnen worden ingediend bij de Stichting Hulpfonds Gedupeerden Bijlmerramp. De financiële tegemoetkoming kan uit twee delen bestaan:
a. een eenmalige forfaitaire tegemoetkoming van ƒ4000,-;
b. een eenmalige aanvullende tegemoetkoming tot een maximumbedrag van ƒ21 000,-.
     Voor de onder a genoemde tegemoetkoming komen personen in aanmerking die aantonen dat zij als gevolg van de ramp psychosociale problemen ondervinden of hebben ondervonden. Personen die in aanmerking komen voor de forfaitaire tegemoetkoming en aantonen dat zij vóór inwerkingtreding van de uitkeringsregeling uitgaven hebben gedaan die in relatie staan tot hun psychosociale problemen en die meer bedragen dan ƒ4000,- en die niet op andere wijze zijn, zullen of kunnen worden vergoed, komen in aanmerking voor een eenmalige aanvullende tegemoetkoming van maximaal ƒ21 000,-. De tegemoetkoming kan in totaal derhalve ƒ25 000,- bedragen.
     Ook personen die een Abw-uitkering ontvangen, kunnen in aanmerking komen voor deze tegemoetkomingen. In deze ministeriële regeling wordt aangegeven dat de eenmalige forfaitaire tegemoetkoming van ƒ4000,- bij de middelentoets buiten beschouwing wordt gelaten. De eenmalige aanvullende tegemoetkoming wordt op grond van artikel 43, tweede lid, onderdeel d, Abw buiten beschouwing gelaten, tenzij voor deze kosten bijstand wordt verleend.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
K.G. de Vries
.

 

 

 

B

REGELING  TEGEMOETKOMING  ASBESTSLACHTOFFERS
 

21 januari 2000, Stcrt. 2000, 16
Inwerkingtreding: 6 juni 1997
(T.a.v. artt. 3:1 en 9 Kaderwet SZW-subsidies,
25:1f, 28:5, 70:2, 86 en 87:3 Osv 1997 en 43:4b Abw)

 

 

Regeling tot verlening van een eenmalige uitkering ter tegemoetkoming in immateriële schade aan werknemers die tengevolge van blootstelling aan asbest ernstig ziek zijn geworden

21 januari 2000/nr. ARBO/ATB/2000/931
Directie Arbeidsomstandigheden

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
     Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 9 van de Kaderwet SZW-subsidies, de artikelen 25, eerste lid, onderdeel f, 28, vijfde lid, 70, 86 en 87, derde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 en artikel 43, vierde lid, onderdeel b, van de Algemene bijstandswet;

     Besluit:

 

 

(...)

 

 

HOOFDSTUK  6

Slotbepalingen

 

Art. 20. Wijziging regeling vrijlating in Abw
Artikel 1 van de Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de vrijlating in de Algemene bijstandswet van tegemoetkomingen komt te luiden:
Art. 1.
Niet tot de middelen, bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 3, van de Algemene bijstandswet, worden gerekend:
a. een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3 van de Uitkeringsregeling Hulpfonds Gedupeerden Bijlmerramp;
b. de eenmalige uitkering, bedoeld in de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers.

 

(...)

 

Art. 22. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 26 januari 2000 en werkt terug tot en met 6 juni 1997.

 

Art. 23. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 21 januari 2000.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
.

 

 

 

Artikelsgewijze  toelichting
[21 januari 2000]

 

(...)

 

Artikel 20. Vrijlating Abw

     De eenmalige uitkering strekt tot vergoeding van immateriële schade. Evenals de eenmalige uitkering toegekend aan oud-mijnwerkers in verband met silicose die op grond van artikel 43, tweede lid, onderdeel k, van de Algemene bijstandswet (Abw) niet tot middelen in de zin van die wet wordt gerekend, wordt ook de eenmalige uitkering ingevolge deze regeling daartoe niet gerekend. artikel 43, vierde lid, onderdeel b, van de Abw geeft de bevoegdheid ten aanzien van een uitkering in verband met geleden immateriële schade te bepalen wanneer die niet tot de middelen wordt gerekend. Van die bevoegdheid is gebruik gemaakt voor de tegemoetkoming aan gedupeerden van de Bijlmerramp (Regeling van 13 december 1999, Stcrt. 1999, 243). Door de aanvulling in die regeling is ook buiten twijfel gesteld dat de eenmalige uitkering op grond van deze regeling niet tot de middelen behoort. Het begrip middelen heeft in de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (Wik) dezelfde betekenis als in de Abw (zie artikel 2, onderdeel a, van de Wik).
     De eenmalige uitkering wordt niet meegenomen bij het inkomen, dat bepalend is voor de hoogte van de uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz) en voor de uitkeringen op grond van de Algemene nabestaandenwet, Algemene Ouderdomswet en Toeslagenwet. Dit is niet het geval omdat het hier in feite gaat om een eenmalige bijdrage die op grond van (belasting)jurisprudentie niet als inkomen in verband met arbeid is aan te merken en niet als vergoeding voor inkomensderving. De redenering voor de belastingheffing is daarbij dat de uitkering geen loon is (en dan als eenmalige immateriële vergoeding onbelast is), alhoewel er wel enig verband bestaat tussen de uitkering en de dienstbetrekking, maar die vindt niet zo zeer zijn grond in de dienstbetrekking dat deze als daaruit genoten loon moet worden aangemerkt, behoudens bijzondere omstandigheden als afspraken in of aanspraken op grond van de arbeidsovereenkomst of een relatie met het verdiende loon. Van die omstandigheden is hier geen sprake.

 

(...)

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.

 

 

 

C

WIJZIGING  BESLUIT  VRIJLATING  VERMOGEN  IN  ABW
 

23 mei 2000, Stcrt. 2000, 108
Inwerkingtreding: 12 mei 2000
(T.a.v. art. 43:4b Abw)

 

 

23 mei 2000/nr. BZ/IW/00/31222
Directie Bijstandszaken

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 43, vierde lid, onderdeel b, van de Algemene bijstandswet

     Besluit:

 

 

Art. I.
De Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 december 1999 wordt als volgt gewijzigd:
A.
Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
c. de vergoeding, bedoeld in artikel 16 van het Besluit tot wijziging van de aanwijzing van het luchtvaartterrein Maastricht, alsmede vaststelling van geluidszones (Interimaanwijzingsbesluit luchtvaartterrein Maastricht).
B.
Na artikel 2 wordt een artikel toegevoegd, luidende:
Art. 3.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vrijlating immateriële schadevergoeding Algemene bijstandswet.

 

Art. II.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 12 mei 2000.

 

 

     Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

‘s-Gravenhage, 23 mei 2000.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend
.

 

 

 

TOELICHTING
[23 mei 2000]

 


     De Minister van Verkeer en Waterstaat heeft in het kader van het Besluit tot wijziging van de aanwijzing van het luchtvaartterrein Maastricht, alsmede vaststelling van de geluidszones (Interimaanwijzingsbesluit luchtvaartterrein Maastricht, Stcrt. 2000, 90) besloten aan een bepaalde categorie omwonenden van het luchtvaartterrein Maastricht een jaarlijkse vergoeding van ƒ2500,- toe te kennen. Dit besluit is op 12 mei 2000 in werking getreden. Deze vergoeding kan zich uitstrekken over de periode van 1 oktober 1988 tot de datum van inwerkingtreding van het Interimaanwijzingsbesluit luchtvaartterrein Maastricht van de Minister van Verkeer en Waterstaat. Deze vergoeding kan maximaal ƒ27 500,- bedragen en strekt tot vergoeding van immateriële schade.
     Artikel 43, vierde lid, onderdeel b, van de Algemene bijstandswet geeft de Minister van Sociale Zaken Werkgelegenheid de bevoegdheid ten aanzien van deze eenmalige uitkering te bepalen dat die niet tot de middelen wordt gerekend. Van die bevoegdheid is gebruik gemaakt voor de tegemoetkoming aan gedupeerden van de Bijlmerramp en voor de eenmalige uitkering aan asbestslachtoffers. Door de aanvulling in deze regeling is buiten twijfel gesteld dat de uitkering op basis van het Interimaanwijzingsbesluit luchtvaartterrein Maastricht niet tot de middelen wordt gerekend.
     Bij nader inzien is in de regeling een citeertitel opgenomen. Dit teneinde de verwijzing naar deze regeling te vergemakkelijken.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend
.

 

 

 

D

WIJZIGING  REGELING  VRIJLATING  IMMATERIËLE  SCHADEVERGOEDING  ALGEMENE  BIJSTANDSWET
 

12 juli 2000, Stcrt. 2000, 134
Inwerkingtreding: 16 juli 2000
(T.a.v. art. 43:4b Abw)

 

 

12 juli 2000/nr. BZ/IW/00/42046
Directie Bijstandszaken

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 43, vierde lid, onderdeel b, van de Algemene bijstandswet

     Besluit:

 

 

Art. I.
De Regeling vrijlating immateriële schadevergoeding Algemene bijstandswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
Aan artikel 1 wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5 van de Uitkeringsregeling Fonds Slachtoffers Legionella-epidemie.

 

Art. II.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

 

 

     Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

‘s-Gravenhage, 12 juli 2000.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend
.

 

 

 

TOELICHTING
[12 juli 2000]

 


     Het kabinet heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport toestemming verleend de oprichting van een stichting te bevorderen welke zich ten doel dient te stellen een gepast financieel gebaar te maken naar bezoekers die tijdens de bloemententoonstelling West-Friese Flora van 19 tot en met 28 februari 1999 te Bovenkarspel besmet zijn geraakt met legionella pneumophila. De slachtoffers van deze besmetting kunnen in aanmerking komen voor een vergoeding voor geleden immateriële schade. Dit zonder daarbij aansprakelijkheid te erkennen als overheid.
     Inmiddels is op 28 juni 2000 de Stichting Fonds Slachtoffers Legionella-epidemie te Bovenkarspel opgericht. Deze stichting heeft tot doel uitvoering te geven aan de Uitkeringsregeling Stichting Fonds Slachtoffers Legionella-epidemie (Stcrt. 2000, 122).
     Voor een vergoeding op grond van deze regeling komen personen in aanmerking die de West-Friese Flora te Bovenkarspel hebben bezocht in de periode van 19 tot en met 28 februari 1999 of daar in voornoemde periode op professionele of vrijwillige basis werkzaam waren en waarvan aannemelijk is dat zij door dit bezoek of deze werkzaamheden besmet zijn geraakt met legionella pneumophila en tengevolge hiervan een legionella pneumonie hebben opgelopen.
     Er zijn drie soorten vergoedingen waar een belanghebbende die besmet is geraakt met legionella pneumophila aanspraak op kan maken in drie verschillende gevallen:
1. een eenmalige forfaitaire vergoeding van ƒ4000,-;
2. een forfaitaire aanvullende vergoeding van ƒ4000,- indien ten minste 48 uur in een ziekenhuis is doorgebracht. Het gaat hier om een aanvullende vergoeding voor personen die al in aanmerking komen voor de eenmalige forfaitaire vergoeding van ƒ4000,-;
3. een tegemoetkoming van ƒ10 000,- indien een persoon waarmee men een gemeenschappelijke huishouding voerde als gevolg van de in de regeling bedoelde besmetting met legionella pneumophila in 1999 is overleden.
     Artikel 43, vierde lid, onderdeel b, van de Algemene bijstandswet geeft de Minister van Sociale Zaken Werkgelegenheid de bevoegdheid ten aanzien van deze tegemoetkomingen te bepalen dat die niet tot de middelen worden gerekend. Van die bevoegdheid is tevens gebruik gemaakt voor de tegemoetkoming aan gedupeerden van de Bijlmerramp, voor de eenmalige uitkering aan asbestslachtoffers en voor de vergoeding aan omwonenden van het luchtvaartterrein Maastricht. Door de aanvulling in de Regeling vrijlating immateriële schadevergoeding Algemene bijstandswet is buiten twijfel gesteld dat de tegemoetkomingen op basis van de Uitkeringsregeling Fonds Slachtoffers Legionella-epidemie niet tot de middelen worden gerekend.
     De Regeling vrijlating immateriële schadevergoeding Algemene bijstandswet is voor het laatst gewijzigd bij Besluit van 23 mei 2000 (Stcrt. 2000, 108).

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend
.