1. Redactie: ingevolge artikel II, onderdeel K, van de Aanpassingsregeling Wwb is de Regeling financiering en verantwoording Abw, Ioaw en Ioaz met ingang van 1 januari 2004 voorzien van een nieuwe citeertitel, luidende: Regeling financiering en verantwoording Ioaw, Ioaz en Bbz 2004.

 

 

 

Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2017   Wijziging Stcrt. 2016, 67596 Stcrt. 2016, 67596
  Wijziging Stcrt. 2016, 66968 Stcrt. 2016, 66968
01-01-2016   Wijziging Stcrt. 2015, 46308 Stcrt. 2015, 46308
  Wijziging Stcrt. 2015, 44632 Stcrt. 2015, 44632
01-02-2015   Wijziging Stcrt. 2015, 2580 Stcrt. 2015, 2580
01-01-2015   Wijziging Stcrt. 2014, 37053 Stcrt. 2014, 37053
  Wijziging Stcrt. 2014, 34049 Stcrt. 2014, 34049
01-01-2014   Wijziging Stcrt. 2013, 34790 Stcrt. 2013, 34790
  Wijziging Stcrt. 2013, 29182 Stcrt. 2013, 29182
01-07-2013   Wijziging Stcrt. 2013, 16282 Stcrt. 2013, 16282
01-01-2013   Wijziging Stcrt. 2012, 26027 Stcrt. 2012, 26027
  Wijziging Stcrt. 2012, 21795 Stcrt. 2012, 21795
01-01-2012   Wijziging Stcrt. 2011, 22993 Stcrt. 2011, 22993
01-01-2011   Wijziging Stcrt. 2010, 21348 Stcrt. 2010, 21348
  Wijziging Stcrt. 2010, 19814 Stcrt. 2010, 19814
21-02-2010   Wijziging Stcrt. 2010, 2517 Stcrt. 2010, 2517
01-01-2010   Wijziging Stcrt. 2009, 19779 Stcrt. 2009, 19779
  Wijziging Stcrt. 2009, 20086 Stcrt. 2009, 20086
01-01-2009   Wijziging Stcrt. 2008, 253
(= 2723)
Stcrt. 2008, 253
(= 2723)
  Wijziging Stcrt. 2008, 250 Stcrt. 2008, 250
20-04-2008   Wijziging Stcrt. 2008, 76 Stcrt. 2008, 76
01-01-2008   Wijziging Stcrt. 2007, 249 Stcrt. 2007, 249
  Wijziging Stcrt. 2007, 242 Stcrt. 2007, 242
18-04-2007 01-01-2007 Wijziging Stcrt. 2007, 73 Stcrt. 2007, 73
25-01-2007 01-01-2007 Wijziging Stcrt. 2007, 16 Stcrt. 2007, 16
01-01-2007   Wijziging Stcrt. 2006, 250 Stcrt. 2006, 250
  Wijziging Stcrt. 2006, 243 Stcrt. 2006, 243
29-01-2006 01-01-2006 Wijziging Stcrt. 2006, 20 Stcrt. 2006, 20
01-01-2006   Wijziging Stcrt. 2005, 250 Stcrt. 2005, 250
18-03-2005 01-01-2005 Wijziging Stcrt. 2005, 53 Stcrt. 2005, 53
01-01-2005   Wijziging Stcrt. 2004, 249 Stcrt. 2004, 249
02-04-2004   Wijziging Stcrt. 2004, 63 Stcrt. 2004, 63
01-01-2004   Wijziging Stcrt. 2003, 247 Stcrt. 2003, 247
  Wijziging Stcrt. 2003, 244 Stcrt. 2003, 244
01-01-2003   Wijziging Stcrt. 2002, 241 Stcrt. 2002, 241
  Wijziging Stcrt. 2002, 220 Stcrt. 2002, 220
24-01-2002 01-01-2002 Wijziging Stcrt. 2002, 15 Stcrt. 2002, 15
24-01-2001 01-01-2001 Wijziging Stcrt. 2001, 15 Stcrt. 2001, 15
01-01-2001 01-01-2000
art. 11
01-10-2000
art. 11
Nieuwe regeling Stcrt. 2000, 251 Stcrt. 2000, 251

 

 

12 december 2000/nr. BZ/BU/00/74081
Directie Bijstandszaken

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op de artikelen 4, eerste lid, 9, 11, tweede lid, 12, eerste lid, aanhef en onder a, 13, eerste lid, en 15, aanhef en onder b, van de Wet financiering Abw, Ioaw en Ioaz, de artikelen 71, eerste lid, aanhef en onder b, 71, tweede lid, aanhef en onder c, 117, tweede lid, en 130, vijfde lid, van de Algemene bijstandswet, de artikelen 19, eerste lid, aanhef en onder b, 19, tweede lid, aanhef en onder c, 41, tweede lid, en 52, vijfde lid, van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de artikelen 19, eerste lid, aanhef en onder b, 19, tweede lid, aanhef en onder c, 41, tweede lid, en 52, vijfde lid, van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, alsmede de artikelen 36, derde lid, 37, derde lid, 39, derde lid, en 40, derde lid, van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
c. Ioaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
d. Bbz 2004: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;
e. declaratie: opgave van kosten als bedoeld in artikel 56 van het Bbz 2004;
f. de ten laste van de gemeente gebleven kosten: de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48, derde en vierde lid, van het Bbz 2004, waaronder begrepen de baten door toepassing van artikel 14a van de Abw;
g. uitkeringskosten: de kosten van uitkeringen, bedoeld in artikel 48, eerste lid, van het Bbz 2004;
h. de ten laste van de gemeente gebleven kosten: de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48, derde en vierde lid, van het Bbz 2004.

 

Art. 1a. Vaststelling norm voor de baten bijstand bedrijfskapitaal
-1. De norm voor de baten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004, wordt berekend door de in het tweede lid bedoelde macronorm te vermenigvuldigen met de gemiddelde jaarlijkse lasten van de gemeente van algemene bijstand ter voorziening in de behoefte in bedrijfskapitaal over een periode van vijf jaren voorafgaand aan het jaar vóór het jaar waarop de vergoeding, bedoeld in artikel 48 van het Bbz 2004, betrekking heeft.
-2. De macronorm is vastgesteld aan de hand van de som van de baten in verband met de bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal van alle gemeenten over vijf jaren gedeeld door de som van de lasten in verband met verleende bijstand ter voorziening in de behoefte van bedrijfskapitaal van alle gemeenten en is voor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004, voor de kalenderjaren 2013, 2014 en 2015 bepaald op 54,9%.
-3. De macronorm is voor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004, voor het kalenderjaar 2016 bepaald op 63,3%.
-4. De macronorm is voor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004, voor het kalenderjaar 2017 bepaald op 77,0%.

 

Art. 2. Voorschot Bbz 2004
-1. De minister stelt maandvoorschotten vast ten behoeve van de vergoeding van de uitkeringskosten, bedoeld in artikel 48, eerste lid, van het Bbz 2004, en de uitvoeringskosten en kosten van onderzoek, bedoeld in artikel 56, eerste lid, van het Bbz 2004.
-2. De maandvoorschotten voor een kalenderjaar worden betaald op of omstreeks de vijftiende van de maand waarop zij betrekking hebben, op basis van het over het twee jaar terugliggende kalenderjaar door burgemeester en wethouders gedeclareerde bedrag, waarbij afstemming plaatsvindt op de landelijk verwachte kosten voor het Bbz 2004.

 

Art. 3. Opschorting en terugvordering van uitkering en voorschotten
-1. Indien het beeld van de uitvoering, bedoeld in de artikelen 54, tweede lid, van de Ioaw en 54, tweede lid, van de Ioaz, niet op de in artikel 7b, eerste lid, genoemde datum is ontvangen, schort de minister de betaling van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de Participatiewet, voor het lopende vergoedingsjaar op met ingang van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarop de ontvangsttermijn is verlopen, doch niet gedurende de periode waarover door de minister aan het college in geval van overmacht uitstel is verleend.
-2. Indien het beeld van de uitvoering, bedoeld in artikel 77, tweede lid, van de Participatiewet, niet op de in artikel 4, eerste lid, van de Regeling Participatiewet, Ioaw en Ioaz genoemde datum is ontvangen, schort de minister de betaling van de maandvoorschotten Bbz 2004 voor het lopende vergoedingsjaar op met ingang van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarop de ontvangsttermijn is verlopen, doch niet gedurende de periode waarover door de minister aan het college in geval van overmacht uitstel is verleend.
-3. Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, met betrekking tot de uitvoering van het Bbz 2004 niet door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen binnen twaalf maanden na het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft, worden de maandvoorschotten met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar op nihil vastgesteld en worden de reeds betaalde voorschotten teruggevorderd.
-4. De betaling van de uitkeringen en de maandvoorschotten wordt bij de toepassing van het eerste en het tweede lid hervat op de vijftiende van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin het beeld van de uitvoering is ontvangen.
-5. Het eerste, tweede en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien het college in gebreke blijft om binnen een door de minister vastgestelde termijn aanvullende informatie te verstrekken die noodzakelijk is voor het financieel beheer van de Ioaw, de Ioaz of het Bbz 2004.

 

Art. 4. Betaling uitkering Bbz 2004, verhoging en aanvullende uitkering
-
1. De uitkering, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van het Bbz 2004, wordt in gelijke maandelijkse delen gedurende het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft, betaald, telkens op of omstreeks de vijftiende van de maand.
-2. Indien de uitkering op grond van artikel 51 van het Bbz 2004 wordt verhoogd in het jaar waarop de uitkering betrekking heeft, wordt het bedrag waarmee de uitkering wordt verhoogd in gelijke maandelijkse delen, met ingang van de maand volgend op de maand waarin het bedrag is vastgesteld, gedurende het restant van het kalenderjaar betaald, telkens op of omstreeks de vijftiende van de maand.
-3. Indien de uitkering op grond van artikel 51 van het Bbz 2004 wordt verhoogd in het jaar volgend op het jaar waarop de uitkering betrekking heeft, wordt het bedrag waarmee de uitkering wordt verhoogd, betaald op of omstreeks de vijftiende van de maand volgend op de maand waarin het bedrag is vastgesteld.
-4. Aan gemeenten die in aanmerking komen voor de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 52 van het Bbz 2004, wordt deze betaald op of omstreeks de vijftiende van de maand volgend op de maand waarin deze is vastgesteld.

 

Art. 5. Bedragen vergoeding uitvoeringskosten en kosten van onderzoek Bbz 2004
-
1. De vergoeding per besluit op een aanvraag van ondernemers in de binnenvaart om verlening van bijstand, bedoeld in artikel 56, eerste lid, onderdeel a, van het Bbz 2004, bedraagt €

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.