MEMORIE VAN TOELICHTING

Kamerstukken II 1985-1986, 19 260

Het treffen van een inkomensvoorziening voor oudere werkloze werknemers van wie het recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet is geëindigd (Wet inkomensvoorziening oudere werkloze werknemers) ¹

1. Redactie: Tijdens de parlementaire behandeling is de citeertitel van deze wet vervangen door: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw). De wet is gepubliceerd in Stb. 1986, 565, en is in werking getreden met ingang van 1 januari 1987 (Stb. 1986, 597).

 

 

Nr.r1 KONINKLIJKE  BOODSCHAP

 

 

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

 

     Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van Wet tot het treffen van een inkomensvoorziening voor oudere werknemers van wie het recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet is geëindigd (Wet inkomensvoorziening oudere werkloze werknemers).
     De toelichtende memorie (en bijlagen), die het Wetsontwerp vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.
     En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

 

Tavarnelle, 17 oktober 1985

 

BEATRIX

 

 

 

Nr.r2 VOORSTEL  VAN  WET

 

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een inkomensvoorziening te treffen voor oudere werkloze werknemers van wie het recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet is geëindigd;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  I

Algemene bepalingen

 

Art. 1 [1].  [MvT]
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeente, bedoeld in artikel 13, eerste lid;
c. arbeidsbureau: het arbeidsbureau in welks gebied de gemeente is gelegen;
d. rijksconsulent: de rijksconsulent sociale zekerheid in wiens ambtsgebied de gemeente is gelegen;
e. commissie: de commissie, bedoeld in de artikelen 34 [-] en 35 [-];
f. nettominimumloon: het nettominimumloon, bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284).

 

Art. 2 [2].  [MvT]
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. werkloze werknemer: de persoon die:
1º. werkloos is en de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt;
2º. na het bereiken van de leeftijd van 50 jaar werkloos is geworden; en
3º. nadien gedurende de maximumtermijn een loondervingsuitkering en een vervolguitkering op grond van de Werkloosheidswet heeft ontvangen;
b. kind: het kind jonger dan 18 jaar dat niet als eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind tot het huishouden van een ander dan de werkloze werknemer behoort en voor wie de werkloze werknemer op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (Stb. 1980, 1) kinderbijslag ontvangt, dan wel zal ontvangen.
-2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede als werkloze werknemer aangemerkt degene die niet voldoet aan het eerste lid, onderdeel a, onder 3º, als gevolg van een blijvende weigering van de gehele uitkering of een beperking van de uitkeringsduur op grond van artikel 27, eerste lid, van de Werkloosheidswet.
-3. Bij algemene maatregel van bestuur, op voordracht van Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Binnenlandse Zaken, van Onderwijs en Wetenschappen en van Defensie, kunnen met ingang van het tijdstip aangewezen op grond van artikel 7, eerste volzin, van de Werkloosheidswet regels worden gesteld om in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, onder 3º, voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen mede als werkloze werknemer aan te merken de persoon aan wie door het Rijk ter zake van zijn arbeidsverhouding invaliditeitspensioen is verzekerd.
-4. Een ontwerp van een besluit tot een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het derde lid wordt bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant.
-5. Een voordracht tot een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid wordt Ons niet gedaan dan nadat twee maanden na die bekendmaking zijn verstreken.

 

Art. 3 [3+4].  [MvT]
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt als echtgenoot aangemerkt degene die niet duurzaam gescheiden leeft van de werkloze werknemer met wie hij of zij gehuwd is.
-2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede als echtgenoot aangemerkt de niet met de werkloze werknemer gehuwde persoon van hetzelfde of het andere geslacht met wie de werkloze werknemer duurzaam een gezamenlijke huishouding voert en met wie hij in een situatie verkeert die ook overigens niet feitelijk verschilt van die van niet duurzaam gescheiden levende gehuwden.
-3. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt als alleenstaande aangemerkt de niet gehuwde persoon, dan wel de duurzaam gescheiden levende persoon, die niet op grond van het tweede lid als echtgenoot is aangemerkt.
-4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het tweede lid.

 

 

HOOFDSTUK  II

De uitkering

 

§ 1.  De voorwaarden voor het recht op uitkering

 

Art. 4 [5].  [MvT]
-1. Recht op uitkering hebben:
a. de werkloze werknemer en de echtgenoot;
b. de alleenstaande werkloze werknemer met één of meer kinderen;
c. de alleenstaande werkloze werknemer zonder kinderen;
indien het inkomen per maand minder bedraagt dan de overeenkomstig het derde lid vastgestelde grondslag.
-2. De werkloze werknemer en de echtgenoot hebben gelijkelijk recht op uitkering. De uitkering wordt op verzoek van beiden, of van één van hen, aan ieder voor de helft betaald.
-3. De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.