blz. 1  

Kamerstukken II 1995-1996, 24 772

Wijziging van de Algemene bijstandswet in verband met de preventie en bestrijding van armoede en van sociale uitsluiting

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Doelstellingen
3 Verhoging effectiviteit bijzondere bijstand door categoriale verlening van bijzondere bijstand
4 Afstemming bijzondere bijstand en voorliggende voorzieningen
5 Kinderopvang voor alleenstaande ouders met Abw
6 Herinvoering centrale vrijlatingsregeling
7 Wijziging van artikel 134
8 Financiële aspecten
9 Gevolgen voor vrouwen
xArtikelsgewijs
xx Artikelen I t/m IV
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     In de kabinetsnota "De andere kant van Nederland", over preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting, wordt geconstateerd dat ook in Nederland armoede voorkomt, ondanks het uitgebreide stelsel van sociale voorzieningen en een adequaat niveau van het sociaal minimum (Kamerstukken II 1995-1996, 24 515, nrs. 1-2). Als er geen uitzicht bestaat op verandering in de leefsituatie, op werk of inkomensverbetering, bestaat een reële kans op materiële armoede.
     Voor preventie en bestrijding van armoede en sociale uitsluiting zijn inspanningen op velerlei terreinen en verschillende niveaus nodig. Het is daarbij de taak van het Rijk om voorwaarden te scheppen in de vorm van regelgeving en financiën. Gemeenten hebben tot taak het beschikbare instrumentarium, dat veelal is gedecentraliseerd, op een effectieve wijze in te zetten.

     Voor zover het de taak van de rijksoverheid betreft, is het gewenst de knelpunten op het gebied van de regelgeving te verbeteren. In het kader van de armoedebestrijding acht het kabinet het van belang de effectiviteit van de bijzondere bijstand te verbeteren, omdat bijzondere bijstand bij uitstek het instrument is waarmee financiële problemen gericht kunnen worden aangepakt. De bijzondere bijstand biedt gemeenten de mogelijkheid financiële steun te verlenen aan personen die door bijzondere omstandigheden met noodzakelijke bestaanskosten worden geconfronteerd waarin zijn of haar inkomen niet voorziet. Zowel de bijzondere bijstand als het gemeentelijk minimabeleid bieden echter slechts ruimte voor financiële hulpverlening op individuele basis. In de eerder genoemde kabinetsnota is daarom een verruiming aangekondigd van de mogelijkheden van gemeenten tot het verlenen van bijzondere bijstand. Eenzelfde verruiming op het terrein van gemeentelijk minimabeleid is beoogd met de inmiddels aan gemeenten gezonden circulaire Verruiming voor gemeentelijk inkomensondersteuningsbeleid. Hiermee wordt een belangrijk knelpunt met betrekking tot de bijzonderebijstandverlening en het gemeentelijk minimabeleid opgelost.

      blz. 2  Tegelijkertijd wil het kabinet stimulansen voor het verwerven van een zelfstandige bestaansvoorziening vergroten voor twee categorieën die in een specifieke situatie verkeren, waardoor hun mogelijkheden uit de bijstand te komen uitgebreid worden. De eerste betreft alleenstaande ouders met kinderen die een bijstandsuitkering ontvangen. Door hun verantwoordelijkheid voor de zorg van

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.