Geschiedenis van dit besluit:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2017   Wijziging Stb. 2016, 342 Stb. 2016, 421
01-01-2015   Wijziging Stb. 2014, 348 Stb. 2014, 348
01-07-2014   Wijziging Stb. 2014, 99 Stb. 2014, 99
12-03-2014   Wijziging Stb. 2014, 99 Stb. 2014, 99
01-01-2013   Wijziging Stb. 2012, 484 Stb. 2012, 531
20-10-2012 01-01-2011 Wijziging Stb. 2012, 484 Stb. 2012, 484
01-01-2011   Wijziging Stb. 2010, 869 Stb. 2010, 869
01-01-2010   Wijziging Stb. 2009, 594 Stb. 2009, 593
  Wijziging Stb. 2009, 583 Stb. 2009, 581
01-12-2009   Wijziging Stb. 2009, 462 Stb. 2008, 341
01-07-2009   Wijziging Stb. 2009, 267 Stb. 2009, 266
01-11-2008   Wijziging Stb. 2008, 429 Stb. 2008, 415
01-07-2007   Wijziging Stb. 2007, 161 Stb. 2007, 161
01-01-2007   Wijziging Stb. 2006, 674 Stb. 2006, 675
29-12-2005   Wijziging Stb. 2005, 620 Stb. 2005, 620
01-07-2005   Wijziging Stb. 2005, 279 Stb. 2005, 298
01-01-2005   Wijziging Stb. 2004, 719 Stb. 2004, 719
15-08-2003   Wijziging Stb. 2003, 317 Stb. 2003, 317
11-09-2002   Wijziging Stb. 2002, 456 Stb. 2002, 456
03-07-2002   Wijziging Stb. 2002, 341 Stb. 2002, 341
01-01-2002   Wijziging Stb. 2001, 687 Stb. 2001, 682
  Wijziging Stb. 2001, 415 Stb. 2001, 415
01-02-2001   Nieuwe regeling Stb. 2000, 462 Stb. 2000, 462

 

 

BESLUIT van 14 oktober 2000, houdende regels omtrent de hoogte van op te leggen administratieve boeten op grond van enkele socialezekerheidswetten alsmede het tijdstip van inwerkingtreding van enkele wettelijke bepalingen (Boetebesluit socialezekerheidswetten)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, gedaan mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 4 juli 2000, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/UB/00/42726;
     Gelet op de artikelen 14a, zevende lid, van de Algemene bijstandswet, 17, zevende lid, van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, 20a, zevende lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, 20a, zevende lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, 27a, zevende lid, van de Werkloosheidswet, 45a, zevende lid, van de Ziektewet, 29a, zevende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 48, zevende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 40, zevende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 14a, zevende lid, van de Toeslagenwet, 17c, zevende lid, van de Algemene Ouderdomswet, 39, zevende lid, van de Algemene nabestaandenwet, 17a, zevende lid, van de Algemene Kinderbijslagwet en 46, zevende lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
     De Raad van State gehoord (advies van 11 augustus 2000, nr. W12.00.0269/IV);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, van 11 oktober 2000, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/UB/00/64581;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Art. 1. Begrippen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Anw: Algemene nabestaandenwet;
b. AOW: Algemene Ouderdomswet;
c. AKW: Algemene Kinderbijslagwet;
d. Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
e. Ioaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
f. IOW: Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;
g. Rw: Remigratiewet;
h. TW: Toeslagenwet;
i. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
j. WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
k. WW: Werkloosheidswet;
l. ZW: Ziektewet;
m. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
n. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
o. Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
p. benadelingsbedrag: hetgeen hieronder wordt verstaan in de artikelen, genoemd in onderdeel r;
q. bestuurlijke boete: de bestuurlijke boete, bedoeld in de artikelen 27a van de WW, 21, van de IOW, 45a van de ZW, 29a van de WAO, 48 van de WAZ, 2:69 en 3:40 van de Wajong, 14a van de TW, 17c van de AOW, 39 van de Anw, 17a van de AKW, 3:16 eerste lid, onderdeel o, en 3:27, eerste lid, onderdeel m, van de Wet arbeid en zorg, 91 van de Wet WIA, 20a van de Ioaw, 20a van de Ioaz, 18a en 47g van de Participatiewet en 6b van de Rw;
r. inlichtingenverplichting: de verplichting, bedoeld in de artikelen 25 van de WW, 12, eerste lid, van de IOW, 31, eerste lid, en 49 van de ZW, 80 van de WAO, 70 van de WAZ, 2:7, eerste en zevende lid, en 3:74 van de Wajong, 12 van de TW, 49 van de AOW, 35 van de Anw, 15 van de AKW, 3:16, eerste lid, onderdeel g, en 3:27, eerste lid, onderdeel f, van de Wet arbeid en zorg, 27 van de Wet WIA, 13, eerste lid, van de Ioaw, 13, eerste lid, van de Ioaz, 17, eerste lid, van de Participatiewet, 5a van de Rw en 30c, tweede en derde lid, van de Wet SUWI;
s. waarschuwing: de waarschuwing, bedoeld in de artikelen, genoemd in onderdeel q;
t. werkgever: de werkgever in de zin van de ZW;
u. werkgeversboete ZW/WAO: de bestuurlijke boete, bedoeld in de artikelen 38, derde lid, 38a, achtste lid, en 63c van de ZW en artikel 71a, derde en vierde lid, van de WAO zoals dit artikel luidde vóór 1 april 2002.

 

Art. 2. Berekening bestuurlijke boete
-1. Indien als gevolg van overtreding van de inlichtingenverplichting sprake is van een benadelingsbedrag, worden bij de vaststelling van de hoogte van

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.