Geschiedenis van dit besluit:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-05-2005   Intrekking Stcrt. 2005, 79 Stcrt. 2005, 79
14-07-2004   Nieuwe regeling Stcrt. 2004, 139 Stb. 2004, 327

 

 

     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op artikel 4.7 van de Regeling SUWI;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hanteert bij de uitvoering van de Individuele reïntegratieovereenkomst een beoordelingskader als weergegeven in de bijlage bij dit besluit.

 

Art. 2.
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit tot wijziging van het Besluit SUWI houdende regels over de individuele reïntegratieovereenkomst in werking treedt.¹

1. Het Besluit van 2 juli 2004 tot wijziging van het Besluit SUWI houdende regels over de individuele reïntegratieovereenkomst (Stb. 2004, 327) is in werking getreden met ingang van 14 juli 2004, red.

 

Art. 3.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beoordelingskader individuele reïntegratieovereenkomst.

 

 

     Dit besluit wordt met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant geplaatst.

 

Amsterdam, 19 april 2004.
A.G. Dümig, voorzitter Raad van bestuur UWV
.

 

 

 

TOELICHTING
[19 april 2004]

 

     Voor de uitvoering van de individuele reïntegratieovereenkomst (IRO) dient UWV een beoordelingskader op te stellen. Met het Besluit beoordelingskader individuele reïntegratieovereenkomst worden de voorwaarden vastgelegd waaronder UWV een IRO toekent aan een cliënt.
     In het beoordelingskader is een aantal voorwaarden opgenomen die getoetst moeten worden als een IRO wordt aangevraagd. Er gelden voorwaarden aan het reïntegratiebedrijf. Er worden voorwaarden gesteld ten aanzien van de liquiditeit en solvabiliteit van het bedrijf en er geldt een aantal kwaliteitseisen. Deze eisen komen voor een deel overeen met de eisen die gesteld worden in het kader van de aanbestedingsprocedure. Daarnaast wordt een aantal voorwaarden gesteld aan het plaatsingsplan. Deze voorwaarden zijn in artikel 4.8 van de Regeling SUWI opgenomen en komen overeen met de reguliere eisen die UWV stelt aan plaatsingsplannen.
     Bij het opstellen van het beoordelingskader is zoveel mogelijk rekening gehouden met administratieve lastenverlichting voor zowel de klanten die een IRO aanvragen als de reïntegratiebedrijven. De informatie die een klant moet leveren, is beperkt en bij het opstellen van het plaatsingsplan kan de klant door het reïntegratiebedrijf worden ondersteund. Het reïntegratiebedrijf hoeft maar eenmaal aan te tonen dat het voldoet aan de voorwaarden. Bij nieuwe aanvragen voor de IRO wordt niet opnieuw gevraagd of het bedrijf voldoet aan de voorwaarden.
     De inwerkingtreding van het Besluit beoordelingskader individuele reïntegratieovereenkomst is gekoppeld aan de inwerkingtreding van het Besluit tot wijziging van het Besluit SUWI houdende regels over de individuele reïntegratieovereenkomst.

 

Amsterdam, 19 april 2004.
A.G. Dümig, voorzitter Raad van bestuur UWV
.

 

 

 

BIJLAGE

Beoordelingskader individuele reïntegratieovereenkomst UWV

 

A. Algemene voorwaarden

     Voor een individuele reïntegratieovereenkomst komt in aanmerking:
1. de arbeidsgehandicapte als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet Rea;
2. de werknemer als bedoeld in artikel 72, eerste lid, van de WW;
die voor de reïntegratie op de arbeidsmarkt is aangewezen op de inzet van reïntegratie-instrumenten en daarvoor onder de verantwoordelijkheid valt van UWV. Als de klant deelneemt aan een door UWV ingezet reïntegratietraject, komt de klant niet voor een IRO in aanmerking.


B. Voorwaarden aan het reïntegratiebedrijf

     Het reïntegratiebedrijf moet aan een aantal voorwaarden voldoen om een IRO te kunnen uitvoeren. Deze voorwaarden zijn vermeld in bijlage A van dit beoordelingskader.
     Door het invullen van een zogenaamde verklaring kan het reïntegratiebedrijf aantonen dat het aan de voorwaarden voldoet. Een dergelijke verklaring hoeft een bedrijf maar eenmaal in te vullen. Bij nieuwe aanvragen voor een IRO hoeft het bedrijf niet opnieuw de eigen verklaring in te vullen. De eigen verklaring blijft gedurende één jaar geldig.


C. Het plaatsingsplan

     De klant dient, daarbij eventueel ondersteund door het reïntegratiebedrijf, een plaatsingsplan te maken. Dit plaatsingsplan moet aan de volgende punten voldoen:
1. Het opleidingsniveau van de klant en het sofinummer.
2. Een beschrijving van de werkzaamheden die zullen worden verricht. De werkzaamheden moeten zijn gericht op het verkrijgen van duurzaam werk. Als voor het opstellen van het plaatsingsplan voorafgaand een assessment nodig is, kan deze worden uitgevoerd en dient dit in het plaatsingsplan vermeld te worden.
3. De verwachte begin- en einddatum van de werkzaamheden. De duur van het totale reïntegratietraject mag nooit langer zijn dan twee jaar.
4. De concrete beroepsactiviteiten die de klant kan verrichten na afloop van het reïntegratietraject.
5. Een opgave van de kosten van de werkzaamheden.

     Het plaatsingsplan moet door zowel het reïntegratiebedrijf als de klant worden ondertekend.
     Het plaatsingsplan moet zijn ingediend binnen 35 kalenderdagen nadat de klant aan UWV heeft meegedeeld voor een individuele reïntegratieovereenkomst in aanmerking te willen komen. Indien de klant niet in staat is om binnen deze termijn een plaatsingsplan in te dienen, kan de klant schriftelijk om verlenging van de termijn verzoeken. De termijn van verlenging bedraagt maximaal 21 kalenderdagen.


D. Wijze van betaling

1. Op grond van artikel 4.1a [artikel 4.2, red.], derde lid, van het Besluit SUWI dient UWV het maximale bedrag voor uitvoering van een individuele reïntegratieovereenkomst vast te stellen. Dit bedrag is door UWV vastgesteld op €|5000,-.
2. Indien wordt aangetoond dat een hoger bedrag noodzakelijk is om de klant op de arbeidsmarkt te plaatsen, kan de klant UWV verzoeken een hoger bedrag beschikbaar te stellen voor uitvoering van de individuele reïntegratieovereenkomst. In het plaatsingsplan dient hiertoe gemotiveerd te worden waarom een hoger bedrag noodzakelijk is en dat voor het goedkoopste adequate alternatief is gekozen.
3. De kosten van de werkzaamheden worden in eerste instantie voor 50% vergoed. De vergoeding wordt op twee momenten betaald. De eerste vergoeding van 20% wordt betaald nadat de overeenkomst met het reïntegratiebedrijf is gesloten. De tweede vergoeding van 30% wordt betaald na zes maanden. De resterende 50% van de kosten van de werkzaamheden worden door UWV vergoed indien de klant, uiterlijk binnen drie maanden nadat de overeenkomst is geëindigd, een dienstbetrekking met een werkgever is aangegaan voor ten minste zes maanden of ten minste zes maanden werkzaamheden heeft verricht als zelfstandige of als uitzendkracht.
4. Indien wordt aangetoond dat een vergoeding van in eerste instantie 50% te laag is om de klant op de arbeidsmarkt te plaatsen, kan UWV besluiten om in eerste instantie een hogere vergoeding te betalen.


E. De overeenkomst

     Als de klant voor een IRO in aanmerking komt, sluit UWV een overeenkomst met het reïntegratiebedrijf. De klant moet de overeenkomst voor gezien ondertekenen. Naast het bepaalde in artikel 4.1 Besluit SUWI wordt in de reïntegratieovereenkomst in ieder geval geregeld:
1. Dat het reïntegratiebedrijf gegevens overlegt aan UWV op grond waarvan kan worden vastgesteld dat de dienstbetrekking is aangegaan voor ten minste zes maanden of de klant arbeid heeft verricht en met die arbeid gedurende ten minste zes maanden inkomsten heeft verworven.
2. Dat het reïntegratiebedrijf na drie, zes, twaalf en achttien maanden na de start van het reïntegratietraject bij UWV een rapportage indient waarin een beschrijving is opgenomen van de werkzaamheden die zijn verricht ten behoeve van de inschakeling in het arbeidsproces van de arbeidsgehandicapte of de werkloze. Bij het einde van het traject zonder dat een plaatsing is gerealiseerd, moet een eindrapportage worden geleverd aan UWV. Voor deze eindrapportage kan het reïntegratiebedrijf €|100,- factureren.
3. In de rapportage wordt een prognose voor de resterende periode van het traject beschreven en wordt verantwoording afgelegd over de voortgang van het traject tot op dat moment en ten opzichte van de planning in het plaatsingsplan.
4. De rapportages over de voortgang van het traject moeten door zowel het reïntegratiebedrijf als de klant worden ondertekend.
5. Dat de overeenkomst door beide partijen slechts wegens gewichtige redenen tussentijds door opzegging kan worden beëindigd.

 

 

Toelichting op het Beoordelingskader individuele reïntegratieovereenkomst UWV

 

Algemene voorwaarden

     In dit deel van het beoordelingskader is vermeld wie voor de IRO in aanmerking komt. Dit is de klant die:
• een ZW-, WAO-, Wajong-, WW- of WBIA-uitkering ontvangt;
• verzekerd is voor de WAZ of een WAZ-uitkering ontvangt;
• ingezetene is als bedoeld in artikel 3 Wajong en de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
• de gewezen overheidswerknemer die recht heeft op een uitkering als bedoeld in de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen of een wachtgeld ontvangt;
• een Wiw-dienstbetrekking heeft.
     De klant moet een afstand tot de arbeidsmarkt hebben en daardoor zijn aangewezen op ondersteuning door inzet van reïntegratie-instrumenten.


Voorwaarden aan het reïntegratiebedrijf

     Elk reïntegratiebedrijf dat een IRO voor een klant wil afsluiten, moet aan een aantal voorwaarden voldoen. De voorwaarden bestaan enerzijds uit een aantal voorwaarden die zien op de liquiditeit en solvabiliteit van het reïntegratiebedrijf. Anderzijds worden voorwaarden gesteld aan de kwaliteit van het bedrijf.
     Door middel van het invullen en ondertekenen van een verklaring verklaart het bedrijf dat het voldoet aan de voorwaarden. De verklaring moet eenmaal worden ingevuld en blijft dan één jaar geldig. Het reïntegratiebedrijf hoeft bij een nieuwe aanvraag om een IRO niet opnieuw de verklaring in te vullen. Bij twijfel of ter controle kan UWV alle benodigde bewijsstukken opvragen om na te gaan of het bedrijf voldoet aan de gestelde voorwaarden.
     Ook een bedrijf dat van oudsher geen reïntegratiebedrijf is, maar zich gaat richten op de inschakeling van mensen in het arbeidsproces, kan in aanmerking komen voor de uitvoering van een IRO. Een voorbeeld is een scholingsinstituut dat scholing aanbiedt als onderdeel van een reïntegratietraject.


Het plaatsingsplan

     Het plaatsingsplan moet aan een aantal voorwaarden voldoen, zodat UWV het plaatsingsplan ook kan toetsen. Zo moet in het plaatsingsplan beschreven worden welke werkzaamheden worden verricht om de klant duurzaam te plaatsen op de arbeidsmarkt. Nadat het reïntegratietraject is gestart, kan de inhoud van het plaatsingsplan gewijzigd worden. Als de wijziging niet leidt tot een verhoging van de kosten, dient de wijziging in de kwartaalrapportage gemeld te worden. Als de wijziging wel tot een verhoging van de kosten leidt, dient een aanvullende aanvraag ingediend te worden. Wordt in afwijking van het plaatsingsplan alsnog scholing ingezet, dient dit ook gemeld te worden, omdat dit gevolgen voor de uitkering kan hebben.
     Het kan gebeuren dat eerst een bepaalde vorm van assessment nodig is alvorens de klant het plaatsingsplan kan opstellen. Ook deze assessment kan door de IRO worden vergoed. De klant kan de assessment ook bij een ander reïntegratiebedrijf laten uitvoeren. Dat reïntegratiebedrijf dient dan als onderaannemer van het bedrijf dat het traject gaat uitvoeren op te treden.
     Het kan zijn dat de klant alleen aan het traject kan deelnemen nadat bepaalde voorzieningen zijn getroffen. In dat geval dient gelijktijdig met de aanvraag om een IRO ook een aanvraag om de voorziening te worden ingediend.
     Voor WW-klanten geldt dat een scholing nooit langer mag duren dan één jaar. Als de scholing niet noodzakelijk is, wordt de scholing niet vergoed.
     De klant moet de aanvraag met het plaatsingsplan binnen 35 kalenderdagen indienen. Als deze termijn te kort is om de aanvraag in te dienen, bijvoorbeeld omdat het opstellen van het plaatsingsplan meer tijd vergt, kan de klant een verzoek om verlenging indienen. De aanvraagtermijn kan met maximaal 21 kalenderdagen worden verlengd. Als direct al duidelijk is dat de aanvraagtermijn van 35 kalenderdagen te kort is, kan direct om verlenging worden verzocht.


De wijze van betalen

     De kosten van het individuele reïntegratietraject worden tot een bedrag van maximaal €|5000,- vergoed. Als wordt aangetoond dat dit bedrag onvoldoende is om aan het werk te komen, kan de klant voor een hoger bedrag in aanmerking komen.
     De betaling van de kosten aan het reïntegratiebedrijf vindt plaats op basis van zogenaamde resultaatfinanciering. Dit houdt in dat in eerste instantie 50% van de kosten wordt betaald door UWV. De andere 50% van de kosten wordt pas betaald nadat de klant het werk heeft hervat. Ook hierbij geldt dat als wordt aangetoond dat de vergoeding die in eerste instantie wordt betaald te laag is om een duurzame plaatsing te realiseren, de klant kan verzoeken een hogere vergoeding te betalen. De verhouding wordt dan opnieuw door UWV vastgesteld voor de individuele klant. Hierdoor is maatwerk mogelijk, zodat elke klant van de individuele reïntegratieovereenkomst gebruik kan maken.

 

 

Bijlage A bij het Beoordelingskader individuele reïntegratieovereenkomst UWV

 

De uitsluitingsgronden luiden:

     Van deelneming aan een IRO wordt uitgesloten ieder reïntegratiebedrijf:
1. dat in staat van faillissement of in vereffening verkeert of aan wie surseance van betaling is verleend, dan wel die zijn werkzaamheden heeft gestaakt of in enige andere soortgelijke toestand verkeert;
2. dat een eigen verzoek strekkende tot verklaring in staat van faillissement, vereffening of tot verlening van surseance van betaling heeft ingediend bij de rechtbank;
3. dat bij een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing is veroordeeld voor een strafbaar feit dat raakt aan de (beroeps)moraliteit van het reïntegratiebedrijf;
4. dat in de uitoefening van het bedrijf of beroep een bij UWV bekend geworden en door hem aannemelijk te maken ernstige fout van andere dan strafrechtelijke aard heeft gemaakt;
5. dat niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan ten aanzien van de betaling van zijn belastingen overeenkomstig de wettelijke bepalingen;
6. dat niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan ten aanzien van de betaling van de socialeverzekeringsbijdragen overeenkomstig de wettelijke bepalingen.

     Als bewijs dat een reïntegratiebedrijf niet in één van de bovenstaande omstandigheden verkeert, wenst UWV van ieder reïntegratiebedrijf een zogenaamde eigen verklaring te ontvangen op grond waarvan kan worden vastgesteld dat (één van de) gronden voor uitsluiting niet op de het reïntegratiebedrijf van toepassing zijn. Met de eigen verklaring geeft het reïntegratiebedrijf aan in staat te zijn op verzoek bewijsstukken te overleggen.


De kwaliteitseisen zijn:

     Reïntegratiebedrijven dienen zonder voorbehoud te bevestigen dat zij aan alle eisen voldoen. De eisen onder punt 4 en 5 worden in de overeenkomst die met het reïntegratiebedrijf wordt gesloten, vastgelegd.
1. Het reïntegratiebedrijf fungeert als hoofdaannemer met alle bijbehorende verplichtingen.
2. Het reïntegratiebedrijf staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
3. Aanbieder beschikt over een klachtenreglement, dan wel een transparante klachtenprocedure.
4. Het reïntegratiebedrijf kan voldoen aan de verantwoording over de voortgang van het individuele traject op de vaste rapportagemomenten en de hieruit voortkomende acties.
5. Het reïntegratiebedrijf kan voldoen aan de in de standaardovereenkomst vastgestelde factureringswijze.

     Als bewijs dat een reïntegratiebedrijf aan de kwaliteitseisen voldoet, wenst UWV van ieder reïntegratiebedrijf een zogenaamd informatieformulier te ontvangen waarin het bedrijf bevestigd dat het aan de gestelde voorwaarden voldoet.